Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-12
ECLI:NL:RBAMS:2026:3398
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
869 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3398 text/xml public 2026-04-09T14:34:19 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-12 11851466 \ CV EXPL 25-11535 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Verstek NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3398 text/html public 2026-04-09T09:57:07 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3398 Rechtbank Amsterdam , 12-03-2026 / 11851466 \ CV EXPL 25-11535 Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Niet voldaan aan instructie tussenvonnis de akte met daarin nieuwe stellingen t.o.v. de dagvaarding ook aan de gedaagde toe te sturen. Akte buiten beschouwing. Niet voldaan aan stelplicht. Afwijzing vordering. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11851466 \ CV EXPL 25-11535 Vonnis van 12 maart 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FC ENAME B.V. , gevestigd te Amsterdam, eisende partij, gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 18 december 2025, - de akte van eisende partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. Bij voornoemd tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld een nadere toelichting en concretisering te geven over de informatieplichten, omdat de stelling in de dagvaarding te summier en onvoldoende concreet is en uit de omstandigheden lijkt te volgen (althans niet kan worden uitgesloten) dat sprake is van een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte, waarop de uitgebreidere informatieplichten van artikel 6:230m van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn. Verder is eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter de proceskosten af te wijzen, in verband met een oneerlijk beding hierover in de algemene voorwaarden. 2.2. Eisende partij is in het tussenvonnis expliciet opgedragen de door haar te nemen akte aan gedaagde partij toe te sturen, overeenkomstig de beschreven wijze in het tussenvonnis, bij gebreke waarvan de akte in beginsel buiten beschouwing wordt gelaten. 2.3. Gesteld noch gebleken is dat eisende partij de akte aan gedaagde partij heeft toegestuurd. Dat had, afgezien van de instructie in het tussenvonnis, temeer op de weg van eisende partij gelegen, aangezien de stellingen over de informatieplichten in de akte afwijken van die in de dagvaarding, terwijl gedaagde partij daarvan geen kennis heeft kunnen nemen. De akte blijft daarom buiten beschouwing. 2.4. Nu de akte buiten beschouwing blijft, heeft eisende partij onvoldoende gesteld over de informatieplichten, waardoor de voor de beoordeling van belang zijnde informatie niet volledig is verstrekt (vgl. ECLI:NL:HR:2021:1677, overweging 3.1.17). Dat maakt een goede beoordeling van de vordering onmogelijk en leidt tot afwijzing van de vordering. 2.5. Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. wijst de vordering af, 3.2. veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026. 991