Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-01
ECLI:NL:RBAMS:2026:3325
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,557 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3325 text/xml public 2026-04-10T11:00:16 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-01 12089803 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding Mondelinge uitspraak Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3325 text/html public 2026-04-10T09:21:05 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3325 Rechtbank Amsterdam , 01-04-2026 / 12089803 Mondeling vonnis kort geding - ontruiming jongerenwoning toegewezen omdat huurder 5+2 jaar in het gehuurde heeft gewoond en er op grond van de wet geen mogelijkheden tot verlenging meer zijn - motivering uitvoerbaar bij voorraad RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 12089803 \ KK EXPL 26-93 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 1 april 2026 in de zaak van WONINGSTICHTING EIGEN HAARD , gevestigd te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: Eigen Haard, gemachtigde: mr. M.E. Zwaan, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam. De zaak wordt behandeld door mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, bijgestaan door mr. L.W. Oosthoek als griffier. Aanwezig zijn: - Namens Eigen Haard, mr. M.E. Zwaard (Bedrijfsjurist) en mr. J.P. van Oudenhoven als gemachtigde, - [gedaagde] . Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. 1 De beoordeling 1.1. Eigen Haard heeft bij dagvaarding gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van de jongerenwoning gelegen aan de [adres] (hierna: het gehuurde), betaling van de huursom vanaf 1 maart tot en met de maand waarin de ontruiming feitelijk plaatsvindt en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 1.2. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. 1.3. Partijen hebben een jongerenhuurovereenkomst gesloten. Op grond van artikel 7:274 lid 1 sub c jo. artikel 7:274c Burgerlijk Wetboek (BW) kan een jongerenhuurovereenkomst na vijf jaar worden opgezegd wegens dringend eigen gebruik aan de zijde van de verhuurder. Het dringend eigen gebruik is in dit geval gelegen in de doelstelling van Eigen Haard om de woning opnieuw aan een jongere te verhuren. Artikel 7:274c lid 4 BW biedt een mogelijkheid om de jongerenhuurovereenkomst na het verstrijken van vijf jaar nog eens met twee jaar te verlengen, en dat is in dit geval ook gebeurd. [gedaagde] heeft in totaal al zeven jaar in het gehuurde gewoond. Op grond van de wet zijn er geen mogelijkheden tot verlenging meer. Daarom is aannemelijk dat een vordering van Eigen Haard tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Dit betekent dat de vordering tot ontruiming van het gehuurde in dit kort geding al kan en zal worden toegewezen. 1.4. In de huidige woningnood ziet de kantonrechter aanleiding om aan [gedaagde] een ontruimingstermijn van zes weken toe te staan. 1.5. [gedaagde] moet de huur blijven betalen tot het moment dat hij de woning heeft verlaten. De vordering tot betaling van de huursom vanaf 1 maart 2026 tot en met de maand waarin de ontruiming feitelijk plaatsvindt wordt toegewezen. 1.6. Eigen Haard heeft gevorderd dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat het vonnis meteen zou kunnen worden uitgevoerd, ook als hoger beroep wordt ingesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter staat artikel 7:272 lid 1 BW er in dit specifieke geval niet aan in de weg om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Zoals gezegd bestaan er op grond van de wet geen mogelijkheden tot verlenging van de jongerenhuurovereenkomst meer. Door zich te blijven verzetten tegen het einde van de huurovereenkomst en de ontruiming op niet rechtens te respecteren gronden, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat [gedaagde] hierdoor enkel de huurperiode maximaal wil oprekken en de beëindiging van de huur en de ontruiming van het gehuurde uit te stellen. [gedaagde] maakt in zoverre dan ook misbruik van recht. De kantonrechter verklaart de gehele beslissing daarom uitvoerbaar bij voorraad. 1.7. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eigen Haard worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 153,02 - griffierecht € 139,00 - salaris advocaat € 577,00 - nakosten € 21,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 890,52 2 De beslissing De kantonrechter 2.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen zes weken na dit vonnis de woning aan de [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Eigen Haard zijn, en de sleutels af te geven aan Eigen Haard, 2.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Eigen Haard te betalen de (geïndexeerde) huursom vanaf de eerste dag van elke nieuwe maand, te beginnen per 1 maart 2026, tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, 2.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 890,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 2.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 2.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. J.H.J. Evers en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.