Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-10
ECLI:NL:RBAMS:2026:3323
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,284 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:3323 text/xml public 2026-04-13T16:41:00 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-10 11864659 WM 25-15337 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proces-verbaal NL Amsterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3323 text/html public 2026-04-10T10:55:01 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3323 Rechtbank Amsterdam , 10-02-2026 / 11864659 WM 25-15337 Wahv, Mulder, artikel 1 lid 1 onderdeel E subonderdeel D RVV, [locatie], gegevens RDW bepalend snorfiets/bromfiets RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht kantonrechter: mr. M. Middeldorp zaaknummer: 11864659 WM VERZ 25-15337 beslissing van: 10 februari 2026 func.: 40546 Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 10 februari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van: [betrokkene] [adres] verder: betrokkene Namens wie beroep is ingesteld door: Verkeersboete.nl mr. N.G.A. Voorbach verder: gemachtigde welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 13 december 2024 en is gericht tegen de beslissing van 20 november 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] , Marokko op [geboortedatum] 1976. CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE Aan betrokkene is bij beschikking van 15 mei 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. De gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde telefonisch te hebben gehoord – ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 10 februari 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. Gemachtigde is ter zitting verschenen. GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met de bromfiets, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, niet de rijbaan is gebruikt als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (bord G12a) op 4 mei 2024 om 18:34 uur op de [locatie] te Amsterdam. 2. Het beroep is tijdig ingesteld. 3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene ontkent de gedraging te hebben begaan. Ingevolge artikel 2b Rvv 1990 is het voor snorfietsers toegestaan op de [locatie] te rijden. Betrokkene reed op zijn snorfiets de [locatie] over. Op basis van de beschikbare gegevens valt niet vast te stellen dat betrokkene op een bromfiets reed. Betrokkene verwijst in dit kader naar de uitspraak van de rechtbank Amsterdam d.d. 26 augustus 2025 en 7 januari 2026, zaaknummers 11705369 en 11851219 (welke als bijlage zijn overgelegd). De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking. Ten slotte verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding. Gemachtigde heeft het beroepschrift ter zitting nader toegelicht en aangevoerd dat het niet de bewijslast van betrokkene is om aan te tonen dat de inschrijving van het voertuig als “bromfiets” in de RDW onterecht is. 4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. Het onderhavige voertuig voldoet niet aan de uitzondering van de eerdere uitspraak. Verweerder overweegt dat uit RDW-gegevens blijkt dat het voertuig van betrokkene een maximale constructiesnelheid heeft van 45 km/u. Het voertuig van betrokkene betreft dus een bromfiets. De gedraging kan worden vastgesteld en er is geen reden voor matiging van de sanctie. 5. Het volgende wordt overwogen. Snorfiets 6. In artikel 1 lid 1 RVV is (geparafraseerd) de snorfiets gedefinieerd als de bromfiets die blijkens het kentekenregister niet harder kan rijden dan maximaal 25 kilometer per uur of de bromfiets als bedoeld artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d van de wet. In laatstbedoeld artikel staat dat een bromfiets “ een motorrijtuig is met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 25 km/h, uitgerust met een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW (…) ”. In de RVV is dus bepaald dat snorfiets een bepaald type bromfiets is en in de wet dat een bromfiets (ook) een bepaald type snorfiets is. Artikel 1, eerste lid onderdeel e, subonderdeel d vervolgt evenwel met “In ieder geval wordt als bromfiets aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs als bromfiets is aangeduid” . In de onderhavige zaak is het motorrijtuig in de RDW ingeschreven als bromfiets omdat er tot 45 kilometer per uur mee gereden kan worden. Daarmee is uitgangspunt dat het motorrijtuig geen snorfiets is en betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn bromfiets een snorfiets is. Gedraging 7. Op grond van de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht, die in dit geval wordt ondersteund met fotografisch materiaal, staat voldoende vast dat de aan betrokkene verweten gedraging is verricht. Er is geen aanleiding om aan de juistheid van deze stukken te twijfelen, zodat de sanctie terecht aan betrokkene is opgelegd. Proceskostenvergoeding 8. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Betrokkene wordt in de onderhavige zaak volledig in het ongelijk gesteld. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. BESLISSING De kantonrechter: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af. De griffier De kantonrechter is buiten staat om te tekenen Datum verzending Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd .
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:3323 text/xml public 2026-04-13T16:41:00 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-10 11864659 WM 25-15337 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proces-verbaal NL Amsterdam Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3323 text/html public 2026-04-10T10:55:01 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3323 Rechtbank Amsterdam , 10-02-2026 / 11864659 WM 25-15337 Wahv, Mulder, artikel 1 lid 1 onderdeel E subonderdeel D RVV, [locatie], gegevens RDW bepalend snorfiets/bromfiets RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht kantonrechter: mr. M. Middeldorp zaaknummer: 11864659 WM VERZ 25-15337 beslissing van: 10 februari 2026 func.: 40546 Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 10 februari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van: [betrokkene] [adres] verder: betrokkene Namens wie beroep is ingesteld door: Verkeersboete.nl mr. N.G.A. Voorbach verder: gemachtigde welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 13 december 2024 en is gericht tegen de beslissing van 20 november 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] , Marokko op [geboortedatum] 1976. CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE Aan betrokkene is bij beschikking van 15 mei 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. De gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep – na gemachtigde telefonisch te hebben gehoord – ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 10 februari 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. Gemachtigde is ter zitting verschenen. GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met de bromfiets, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, niet de rijbaan is gebruikt als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (bord G12a) op 4 mei 2024 om 18:34 uur op de [locatie] te Amsterdam. 2. Het beroep is tijdig ingesteld. 3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene ontkent de gedraging te hebben begaan. Ingevolge artikel 2b Rvv 1990 is het voor snorfietsers toegestaan op de [locatie] te rijden. Betrokkene reed op zijn snorfiets de [locatie] over. Op basis van de beschikbare gegevens valt niet vast te stellen dat betrokkene op een bromfiets reed. Betrokkene verwijst in dit kader naar de uitspraak van de rechtbank Amsterdam d.d. 26 augustus 2025 en 7 januari 2026, zaaknummers 11705369 en 11851219 (welke als bijlage zijn overgelegd). De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking. Ten slotte verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding. Gemachtigde heeft het beroepschrift ter zitting nader toegelicht en aangevoerd dat het niet de bewijslast van betrokkene is om aan te tonen dat de inschrijving van het voertuig als “bromfiets” in de RDW onterecht is. 4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. Het onderhavige voertuig voldoet niet aan de uitzondering van de eerdere uitspraak. Verweerder overweegt dat uit RDW-gegevens blijkt dat het voertuig van betrokkene een maximale constructiesnelheid heeft van 45 km/u. Het voertuig van betrokkene betreft dus een bromfiets. De gedraging kan worden vastgesteld en er is geen reden voor matiging van de sanctie. 5. Het volgende wordt overwogen. Snorfiets 6. In artikel 1 lid 1 RVV is (geparafraseerd) de snorfiets gedefinieerd als de bromfiets die blijkens het kentekenregister niet harder kan rijden dan maximaal 25 kilometer per uur of de bromfiets als bedoeld artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d van de wet. In laatstbedoeld artikel staat dat een bromfiets “ een motorrijtuig is met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 25 km/h, uitgerust met een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW (…) ”. In de RVV is dus bepaald dat snorfiets een bepaald type bromfiets is en in de wet dat een bromfiets (ook) een bepaald type snorfiets is. Artikel 1, eerste lid onderdeel e, subonderdeel d vervolgt evenwel met “In ieder geval wordt als bromfiets aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs als bromfiets is aangeduid” . In de onderhavige zaak is het motorrijtuig in de RDW ingeschreven als bromfiets omdat er tot 45 kilometer per uur mee gereden kan worden. Daarmee is uitgangspunt dat het motorrijtuig geen snorfiets is en betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn bromfiets een snorfiets is. Gedraging 7. Op grond van de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht, die in dit geval wordt ondersteund met fotografisch materiaal, staat voldoende vast dat de aan betrokkene verweten gedraging is verricht. Er is geen aanleiding om aan de juistheid van deze stukken te twijfelen, zodat de sanctie terecht aan betrokkene is opgelegd. Proceskostenvergoeding 8. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Betrokkene wordt in de onderhavige zaak volledig in het ongelijk gesteld. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. BESLISSING De kantonrechter: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af. De griffier De kantonrechter is buiten staat om te tekenen Datum verzending Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd .