Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-04-02
ECLI:NL:RBAMS:2026:3303
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,984 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3303 text/xml public 2026-04-09T12:17:49 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-02 13-028453-26 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Amsterdam Strafrecht; Internationaal strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3303 text/html public 2026-04-09T09:29:14 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3303 Rechtbank Amsterdam , 02-04-2026 / 13-028453-26 Executie-EAB uit Italië. Artikel 12 OLW van toepassing, maar afzien van weigeren. Het samenvoegingsbesluit hoeft niet aan artikel 12 OLW getoetst te worden omdat hierin sprake is van een optelling van de opgelegde straffen zonder dat sprake was van een beoordelingsmarge. Dit besluit valt hierom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. Overlevering toestaan. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-028453-26 (EAB II) Datum uitspraak: 2 april 2026 UITSPRAAK op de vordering van 3 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 2 november 2020 door the Attorney General’s Office at the Court of Appeal of Turin, Italië , (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1986 in Roemenië (geboorteplaats onbekend), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu (uit anderen hoofde) gedetineerd in de [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal. De opgeëiste persoon heeft kort na de aanvang van de zitting aangegeven niet langer aanwezig te willen zijn en terug te willen naar de gevangenis. Hij heeft hierop de zittingszaal verlaten. Zijn gemachtigde raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, heeft hem de rest van de zitting vertegenwoordigd. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een judgment no 3442/2019, no 1889/17 RG App issued on May 15, 2019 by the Turin Court of Appeal – Criminal Section I, in partial reform of the sentence issued on January 12, 2017 by the Turin Court, final on July 30, 2019. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, twee maanden en twintig dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat en een geldboete van € 400,-. Daarvan resteren volgens het EAB nog één jaar, twee maanden en vijftien dagen en de geldboete van € 400,-. De vrijheidsstraf en de geldboete zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest van 15 mei 2019 met no. 3442/2019. Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. The Attorney General's Office at the Court of Appeal of Turin heeft op 14 juli 2020 een zogenaamde cumulatiebeslissing genomen (referentienummer: 478/2020 SIEP). De hiervoor vermelde vrijheidsstraf van één jaar, twee maanden en twintig dagen en de geldboete van € 400,- maken deel uit van die cumulatiebeslissing. De rechtbank overweegt dat naar Italiaans recht ter nakoming van het beginsel van samenvallende straffen één straf moet worden vastgesteld die daadwerkelijk door de veroordeelde moet worden uitgezeten. De cumulatiebeslissing bepaalt dat de totale resterende vrijheidsstraf vier jaar, drie maanden en 21 dagen bedraagt en ten uitvoer moet worden gelegd. Daarnaast resteert een totale geldboete van € 2.080,-. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Standpunt van de raadsman en de officier van justitie De raadsman en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW niet van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig is geweest bij de zitting die tot de veroordeling heeft geleid. Oordeel van de rechtbank Ten aanzien van the judgment no 3442/2019, no 1889/17 RG App issued on May 15, 2019 by the Turin Court of Appeal – Criminal Section I, in partial reform of the sentence issued on January 12, 2017 by the Turin Court, final on July 30, 2019 Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom de procedure in hoger beroep aan artikel 12 OLW toetsen. In het EAB staat aangekruist dat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig is geweest bij de zitting die heeft geleid tot de veroordeling, maar uit de aanvullende informatie van 4 maart 2026 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de opgeëiste persoon alleen bij de procedure in eerste aanleg aanwezig is geweest. Uit de aanvullende informatie van 4 maart 2026 maakt de rechtbank verder het volgende op. De opgeëiste persoon was op 10 december 2015 aanwezig bij de voorbereidende zitting bij the Court of Turin . Hij heeft toen het adres van zijn advocaat opgegeven als het adres voor betekening. Aan het eind van de voorbereidende zitting heeft de rechter hem de zittingsdatum van 26 juni 2016 bij the Ordinary Court of Turin aangezegd. De oproep voor de zitting is ook betekend op 3 augustus 2016. Diezelfde dag heeft de opgeëiste persoon wederom het adres van zijn gekozen advocaat opgegeven als het adres voor betekening. De opgeëiste persoon was niet aanwezig bij procedure bij the Court of Turin , maar werd vertegenwoordigd door zijn gekozen advocaat. Bij vonnis van 12 januari 2017 is de opgeëiste persoon veroordeeld voor diefstal met geweld tot een gevangenisstraf van twee jaar, twee maanden en twintig dagen. Zijn advocaat heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. De oproep voor de zitting in hoger beroep is gestuurd naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres voor betekening, te weten het adres van zijn raadsman. De aanvullende informatie vermeldt in dit verband dat de veroordeelde persoon is gewezen op zijn verplichting om de autoriteiten die belast zijn met de procedure te informeren over elke adreswijziging en dat hij geen adreswijziging heeft doorgegeven. De advocaat van de opgeëiste persoon was aanwezig bij de zitting in hoger beroep. Bij arrest van 15 mei 2019 heeft the Court of Appeal of Turin het vonnis in eerste aanleg van the Court of Turin aangepast. The Court of Appeal of Turin heeft de opgeëiste persoon veroordeeld voor poging tot diefstal met geweld en een gevangenisstraf voor de duur van één jaar, twee maanden en twintig dagen opgelegd. Er is geen cassatieberoep ingesteld tegen dit arrest. De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Omdat in het EAB en de aanvullende informatie niet expliciet wordt gemaakt dat de gekozen advocaat van de opgeëiste persoon op de zitting in hoger beroep ook daadwerkelijk de verdediging heeft gevoerd, kan de rechtbank niet vaststellen dat de situatie als bedoeld in artikel 12 onder b OLW aan de orde is.