Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-23
ECLI:NL:RBAMS:2026:3274
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,748 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3274 text/xml public 2026-04-08T12:12:14 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-23 AMS 25/6708 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Amsterdam Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3274 text/html public 2026-04-08T12:11:43 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3274 Rechtbank Amsterdam , 23-03-2026 / AMS 25/6708 parkeerbelasting; p-v mondelinge uitspraak; parkeerapp niet op tijd aangezet; beroep op evenredigheidsbeginsel slaagt niet; geen bijzondere omstandigheden aangevoerd; verslapen komt voor eigen risico. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/6708 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 31 oktober 2025 (de bestreden uitspraak). 1.1. De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [nummer] opgelegd. 1.2. Met de bestreden uitspraak heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd. 1.3. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. 1.5. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden van eiseres of de naheffingsaanslag terecht is gehandhaafd. 3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en geeft hiervoor de volgende motivering. 4. Niet in geschil is dat de auto van eiseres met kenteken [kenteken] op [datum] 2025 om [tijdstip] uur geparkeerd stond ter hoogte van het [adres] te Amsterdam. Voor deze locatie geldt dat tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. 5. Eiseres heeft niet betwist dat zij op het moment van de controle geen parkeerbelasting had voldaan. Volgens de wet en vaste rechtspraak is vanaf het moment van aanvang van het parkeren parkeerbelasting verschuldigd. In dit geval is het betalen van parkeerbelasting niet direct bij aanvang van het parkeren gestart. De heffingsambtenaar heeft daarom in beginsel terecht de naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. 6. Eiseres heeft aangegeven dat zij de parkeerapp niet eerder heeft aangezet omdat zij zich op de betreffende dag – die viel in een voor haar zeer drukke week – had verslapen. Vaststaat dat eiseres parkeerbelasting heeft voldaan tussen ongeveer 10:00 uur en 19:00 uur op die dag. Eiseres stelt dat de kosten voor het opleggen van de aanslag (van € 78,50) niet in verhouding staan tot de verschuldigde parkeerbelasting. Zij verzoekt daarom om heroverweging en (gedeeltelijke) kwijtschelding van de aanslag. De rechtbank vat dit op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel. 7. Een naheffingsaanslag parkeerbelasting is een gebonden besluit. Dit betekent hier dat de wet verplicht dat, zodra een belastbaar feit plaatsvindt, de parkeerbelasting en de kosten voor de aanslag verschuldigd zijn. Het uitgangspunt is dat bij een dergelijk gebonden besluit de evenredigheid daarvan is gegeven. De rechtbank kan de wettelijke verplichting tot het opleggen van een naheffingsaanslag in principe niet toetsen aan het evenredigheidsbeginsel. Dit is alleen anders bij bijzondere omstandigheden die niet (volledig) door de wetgever zijn verdisconteerd en die de gevolgen van het besluit in de gegeven omstandigheden onredelijk bezwarend maken. Dergelijke omstandigheden doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de belastingplichtige redelijkerwijs niet de gelegenheid heeft gehad om de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen, of bij onvoorziene omstandigheden, zoals een acute noodsituatie, waarbij van de belastingplichtige niet redelijkerwijs kan worden verwacht de parkeerbelasting te voldoen. 8. Eiseres heeft geen feiten en omstandigheden gesteld, laat staan met stukken aannemelijk gemaakt, dat in haar geval sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden. Het feit dat zij zich heeft verslapen tijdens een drukke week kwalificeert niet als een zodanige bijzondere omstandigheid die een beroep op evenredigheid kan dragen. Dergelijke omstandigheden komen voor haar eigen rekening en risico. 9. In dit geval zijn de kosten overeenkomstig de wet in rekening gebracht. De stelling dat deze kosten niet in verhouding zouden staan tot de verschuldigde parkeerbelasting, omdat vanaf 10:00 uur parkeerbelasting is betaald, is onvoldoende om het beroep te doen slagen. De rechtbank begrijpt dat het om veel geld gaat, en dat het onrechtvaardig of disproportioneel kan overkomen, maar het past binnen de systematiek van de heffing van parkeerbelasting. 10. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. De beroepsgrond slaagt dus niet. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt. Zij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. 12. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.L. Wiersinga, rechter, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier. griffier rechter Uitgesproken op 23 maart 2026. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet. In dit geval artikel 234 van de Gemeentewet. College van Beroep voor het bedrijfsleven van 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190.