Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-04
ECLI:NL:RBAMS:2026:3219
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3219 text/xml public 2026-04-01T16:10:41 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-04 13/315074-22 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3219 text/html public 2026-04-01T13:27:37 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3219 Rechtbank Amsterdam , 04-03-2026 / 13/315074-22 Schorsing van de vervolging ex artikel 16, eerste lid, Sv. vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/315074-22 Datum uitspraak: 4 maart 2026 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [de verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, wonende op het adres [woonadres] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 13 december 2023, 8 maart 2024, 18 februari 2026 en 4 maart 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B.Y. de Boer, en van wat de raadslieden van verdachte, mr. M.L. van Gessel en mr. C.F. Korvinus, naar voren hebben gebracht. 2 Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in 2020 en 2021 schuldig heeft gemaakt aan de invoer van grote hoeveelheden cocaïne en het witwassen van aanzienlijke geldbedragen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. De vraag in deze strafzaak is of er redenen zijn tot schorsing van de vervolging. 4 Inleiding De rechtbank heeft de zaak op de terechtzitting van 8 maart 2024 verwezen naar de rechter-commissaris om een of meer deskundigen te laten rapporteren over (onder andere) de zittingsgeschiktheid van verdachte. De rechter-commissaris heeft vervolgens GZ-psycholoog C. Classens benoemd. In haar Pro Justitia rapport van 2 augustus 2024 concludeert de psycholoog dat sprake is van PTSS of complexe PTSS in combinatie met ernstige depressieve klachten. Op de vraag of verdachte nu of in de nabije toekomst, desnoods onder bepaalde voorwaarden, een zitting kan bijwonen zonder dat zijn gezondheid en/of welzijn daardoor in gevaar wordt gebracht, heeft de deskundige geantwoord dat het denkbaar is en valt te verwachten dat iedere concrete stap of actie richting vervolging leidt tot een (ernstige) toename van de klachten, met misschien wel een suïcide of een poging daartoe. 4.1 Standpunt van de verdediging De raadslieden hebben verzocht om schorsing van de vervolging op grond van artikel 16 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Zij voeren aan dat verdachte aan een zodanige ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt, dat hij niet ‘ fit to stand trial ’ is. Verdachte is ernstig depressief en lijdt aan complexe PTSS. Verdachte is bovendien suïcidaal en heeft tijdens het strafproces al twee suïcidepogingen gedaan. De raadslieden verwijzen ter onderbouwing van hun standpunt naar de opgestelde rapportages en informatie van de bij verdachte betrokken psychiater en andere medisch hulpverleners. Aangezien verdachte dermate labiel is en zijn suïcidepogingen steeds samenhangen met het strafproces, durven de raadslieden verdachte nauwelijks informatie te geven over het verloop van het strafproces. De raadslieden kunnen op deze wijze geen effectieve verdediging voeren, omdat zij het dossier en de verdenkingen niet (effectief) met hem kunnen bespreken. Verdachte is zelf ook niet in staat om naar voren te brengen wat hij van belang acht voor zijn verdediging en is evenmin in staat om op zitting een verklaring af te leggen. De raadslieden stellen zich op het standpunt dat verdachte op dit moment niet effectief kan deelnemen aan het strafproces, zodat schorsing van de vervolging op zijn plaats is. De raadslieden hebben ter onderbouwing van hun standpunt verwezen naar uitspraken waarin de vervolging is geschorst in verband met ernstige psychotische stoornissen en depressie (ECLI:NL:RBAMS:2023:4950, ECLI:NL:RBROT:2023:2215, ECLI:NL:RBGEL:2022:3397) en naar een arrest van de Hoge Raad waarin het cassatieberoep tegen een schorsing van de vervolging werd verworpen (de rechtbank begrijpt: ECLI:NL:HR:2024:378). 4.2 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie verzet zich tegen het verzoek de vervolging op grond van artikel 16 Sv te schorsen. Hij voert daartoe aan dat het criterium voor de toepassing van dit artikel is dat verdachte niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Daar is in dit geval geen aanwijzing voor. In het Pro Justitia rapport van 2 augustus 2024 heeft de deskundige zelfs expliciet aangegeven dat zij geen verband ziet tussen de aanwezige traumagerelateerde klachten en het vermogen van verdachte om te begrijpen wat de strekking is van de tegen hem ingestelde vervolging. De raadslieden hebben onvoldoende onderbouwd dat verdachte ‘ not fit to stand trial ’ zou zijn. De officier van justitie stelt dat de zaak moet worden gepland op een zitting voor een inhoudelijke behandeling. 4.3 Oordeel van de rechtbank Bij de beoordeling stelt de rechtbank het volgende voorop. Artikel 16, eerste lid, Sv bepaalt dat indien de verdachte aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, de rechter de vervolging schorst, in welke stand zij zich ook bevindt. Uit de formulering van artikel 16, eerste lid, Sv volgt dat de rechter verplicht is bij constatering van de genoemde omstandigheden tot schorsing van de vervolging over te gaan. Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, gaat het naar het oordeel van de rechtbank bij de toepassing van artikel 16, eerste lid, Sv niet alleen om de vraag of verdachte de tegen hem ingestelde vervolging begrijpt, maar ook of verdachte effectief kan deelnemen aan het strafproces. De rechtbank verwijst daartoe naar het arrest van de Hoge Raad van 12 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:378), waarin de Hoge raad heeft overwogen dat uit artikel 6 EVRM het recht kan worden ontleend om effectief te kunnen deelnemen aan een strafprocedure. Uit dit recht vloeit voort dat de strafprocedure niet kan worden voortgezet als de verdachte vanwege (bijvoorbeeld) een psychogeriatrische aandoening niet in staat is tot effectieve deelname aan die procedure. De rechtbank heeft ter beoordeling van de vraag of verdachte in staat is effectief deel te nemen aan deze strafprocedure, acht geslagen op de reclasseringsadviezen van 8 september 2023 en 23 februari 2024, het Pro Justitia rapport van 2 augustus 2024 van de deskundige, stukken van psychiater / psychoanalyticus dr. H. de Jong van 25 februari 2025 en 30 maart 2025, de correspondentiestukken in het dossier, de stukken van GGZ InGeest van 24 september 2025 en 1 december 2025 en van de huisarts van 31 december 2025 en hetgeen de raadslieden naar voren hebben gebracht. Uit bovengenoemde stukken volgt dat verdachte lijdt aan complexe PTSS in combinatie met ernstige depressieve klachten. Verdachte heeft op 8 maart 2024 en op 22 mei 2025 suïcidepogingen gedaan. De deskundige concludeert dat het denkbaar is en valt te verwachten dat iedere concrete stap of actie richting vervolging leidt tot een (ernstige) toename van de klachten, met misschien wel een suïcide of een poging daartoe. De deskundige acht het raadzaam om niet te sturen op de rechtsgang en deze pas te hervatten wanneer de aan traumagerelateerde klachten door adequate en gepaste behandeling onder controle zijn gebracht. Hoewel de deskundige haar onderzoek met beperkingen heeft moeten verrichten, heeft zij inzichtelijk gemaakt hoe zij tot haar conclusie is gekomen. Uit de recente stukken van GGZ InGeest en van de huisarts volgt dat de ernstige depressieve klachten en PTSS nog steeds aanwezig zijn.