Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-17
ECLI:NL:RBAMS:2026:3201
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,017 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3201 text/xml public 2026-04-09T13:02:21 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-17 13-313031-25 Uitspraak Eerste en enige aanleg NL Amsterdam Strafrecht; Europees strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3201 text/html public 2026-04-02T15:50:54 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3201 Rechtbank Amsterdam , 17-03-2026 / 13-313031-25 Executie-EAB uit Verenigd Koninkrijk. Verweer tenaanzien van de Britse detentieomstandigheden verworpen. Toegestaan. RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-313031-25 Datum uitspraak: 17 maart 2026 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 3 Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU – VK Justitie en Veiligheid (Uitvoeringswet) juncto artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 21 november 2025 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Aanhoudingsbevel (AB) als bedoeld in artikel 598 van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (HSO). Dit AB is uitgevaardigd op 14 oktober 2025 door the Greater Manchester Magistrates Court in het Verenigd Koninkrijk, en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] , Polen, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in de [detentieadres] hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting 20 januari 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 20 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.S. Altena, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal. Op grond van artikel 3 Uitvoeringswet jo. artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. Tussenuitspraak 3 februari 2026 Bij tussenuitspraak van 3 februari 2026 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon in het Verenigd Koninkrijk. Op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW is de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd, onder de gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding van de opgeëiste persoon op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Zitting 10 maart 2026 De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling – hervat op de zitting van 10 maart 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.S. Altena, en door een tolk in de Poolse taal. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Tussenuitspraak De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van 3 februari 2026 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het AB, de strafbaarheid van de feiten en de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon, zoals bedoeld in artikel 601, eerste lid, aanhef en onder i) HSO. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 4 Detentieomstandigheden (artikel 604, aanhef en onder c, HSO) Inleiding De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen in voornoemde tussenuitspraak ten aanzien van de detentieomstandigheden, die hier als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd. In aanvulling daarop neemt de rechtbank de navolgende, aanvullende informatie mee bij haar oordeel. Bij brief van 17 februari 2026 heeft de Interim Director General of Operations bij the HM Prison & Probation Service de in de tussenuitspraak geformuleerde vragen, voor zover relevant, als volgt beantwoord: “You have asked how long [de opgeëiste persoon] may possibly be held at HMP Wormwood Scrubs while awaiting sentencing in relation to the failure to appear at court. We understand that this matter is likely to be resolved quickly, and that the 10 working days set out in the Security Categorisation Policy Framework should provide a reasonable guide for how long this process is likely to take. I can guarantee that [de opgeëiste persoon] will not be transferred to HMP Swaleside when he is transferred from HMP Wormwood Scrubs.” Het standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verstrekte garantie onvoldoende is, nu deze niet onvoorwaardelijk lijkt te zijn. De garantie dat de opgeëiste persoon niet in HMP Swaleside zal worden gedetineerd wordt namelijk gekoppeld aan de voorwaarde dat de opgeëiste persoon vanuit HMP Wormwood Scrubs zal worden overgebracht. Nu ten aanzien van HMP Wormwood Scrubs eerder is gesteld dat de opgeëiste persoon daar most likely zal worden gedetineerd, betreft het geen zekerheid dat de opgeëiste persoon eerst in HMP Wormwood Scrubs zal worden gedetineerd. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentieomstandigheden niet aan overlevering in de weg staan. Met de verstrekte garantie is voldoende duidelijk dat de opgeëiste persoon niet in HMP Swaleside zal worden gedetineerd. Bovendien bestaat de verwachting dat de opgeëiste persoon eerst in HMP Wormwood Scrubs zal worden gedetineerd. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat met de verstrekte garantie voldoende duidelijk is dat de opgeëiste persoon niet in HMP Swaleside zal worden gedetineerd en de detentieomstandigheden daarom niet langer aan overlevering in de weg staan. Met de verstrekte garantie is het mogelijke gevaar van grondrechtenschending, als bedoeld in artikel 604, aanhef en onder c, HSO immers weggenomen. Uit de aanvullende informatie van 17 februari 2026, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van 23 december 2025, blijkt dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering eerst in HMP Wormwood Scrubs zal worden gedetineerd, waarna hij naar HMP Belmarsh Category of HMP Onley zal worden overgebracht. Van de door de raadsvrouw gestelde onvoldoende zekerheid is dan ook geen sprake. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw. 5. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 601, eerste lid, aanhef en onder i), HSO Het standpunt van de raadsvrouw Naar aanleiding van hetgeen de rechtbank ten aanzien van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 601, eerste lid, aanhef en onder i), HSO heeft beslist in de tussenuitspraak, heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon geen verwijt kan worden gemaakt dat hij geen contact met zijn advocaat of de Britse autoriteiten heeft gehouden over de procedure, nu de schorsing van de voorlopige hechtenis – waarbij dit als voorwaarde zou zijn opgenomen – volgens de opgeëiste persoon ziet op een andere strafzaak. Het oordeel van de rechtbank In de tussenuitspraak van 3 februari 2026 heeft de rechtbank aanleiding gezien om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering op grond van artikel 601, eerste lid, aanhef en onder i), HSO te weigeren. Daarmee heeft de rechtbank al beslist op deze weigeringsgrond. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de enkele niet onderbouwde stelling van de opgeëiste persoon niet voldoende is om nu tot een ander oordeel te komen. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw.