Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-24
ECLI:NL:RBAMS:2026:3160
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3160 text/xml public 2026-03-31T09:52:49 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-24 13/019476-21 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Beschikking NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3160 text/html public 2026-03-31T07:36:24 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3160 Rechtbank Amsterdam , 24-02-2026 / 13/019476-21 PIJ-maatregel. De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk toe en verlengt de termijn van de maatregel met zes maanden. Voor het overige wijst de rechtbank de vordering tot verlenging af. beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Team Familie & Jeugd Parketnummer: 13/019476-21 Datum uitspraak: 24 februari 2026 Beslissing op de vordering tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) [minderjarige veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , op dit moment gedetineerd te [detentieadres] , hierna te noemen [minderjarige veroordeelde] of de veroordeelde. De procedure Het gerechtshof Amsterdam heeft op 21 april 2022 aan [minderjarige veroordeelde] een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel) opgelegd. De PIJ-maatregel is laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank d.d. 19 juni 2025 voor de tijd van 9 maanden verlengd. De officier van justitie heeft aanvankelijk op 10 december 2025 een vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met zes maanden. De officier van justitie heeft de vordering ter zitting mondeling gewijzigd en strekt tot een verlenging van de termijn met negen maanden. De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder: het op 4 december 2025 uitgebrachte verlengingsadvies van de pedagogisch directeur en een gedragsdeskundige van [detentieadres] ; een bericht van 7 januari 2026 van de gedragsdeskundige van [detentieadres] betreffende een wijziging van het advies uitgebrachte aanpassing van het verlengingsadvies; het twaalfde perspectiefplan van 22 oktober 2025; het op 15 oktober 2025 uitgebrachte voortgangsverslag STP van Reclassering Nederland; het op 20 februari 2026 uitgebrachte voortgangsverslag/eindverslag van Reclassering Nederland. De rechtbank heeft de vordering op de zitting van 24 februari 2026 in het openbaar behandeld. Verschenen en gehoord zijn: de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. D.C.E. Timmermans; de moeder van veroordeelde; de gedragsdeskundige, mevrouw [naam 1] verbonden aan [detentieadres] ; mevrouw [naam 2] , toezichthouder van Reclassering Nederland. De adviezen De gedragsdeskundige adviseert de PIJ-maatregel met negen maanden te verlengen. Dat is een termijn die zeker nodig is; een verlenging van twaalf maanden is niet mogelijk in verband met het ontbreken van een dubbelpersoonlijkheidsonderzoek (dubbel-PO) bij overschrijding van de 4,5 jaar termijn. Het STP van veroordeelde is niet positief verlopen, waardoor het eerdere advies van de JJI, waarin tot verlenging van drie maanden werd geconcludeerd, komt te vervallen. Tijdens het STP zijn er nieuwe risicofactoren en zorgen naar voren gekomen die eerder niet duidelijk waren. Daarom is het STP voortijdig beëindigd per 9december 2025 en wordt opnieuw behandeling vanuit de JJI ingezet. De gedragsdeskundige acht het noodzakelijk om een nieuw dubbelpersoonlijkheidsonderzoek (dubbel-PO) te laten uitvoeren om de behandeling af te stemmen op de nieuwe risicofactoren en te onderzoeken of het behandelplafond is bereikt. Daarnaast wordt er op dit moment een veiligheidsonderzoek door de politie uitgevoerd. De gedragsdeskundige benadrukt het belangrijk te vinden eerst het PO en het veiligheidsonderzoek af te wachten voordat opnieuw een STP wordt gestart, zodat behandeling gericht kan worden ingezet op de gesignaleerde risico’s en het beperken van het recidiverisico. De deskundige van de reclassering heeft toegelicht dat er twee kanten van [minderjarige veroordeelde] in het contact worden gezien. Enerzijds ziet de reclassering een kwetsbare jongen die het contact zoekt en openstaat voor gesprekken. Anderzijds wordt een jongen gezien die dwingend en zelfbepalend is. Gezien werd dat [minderjarige veroordeelde] tijdens het STP veel spanningen ervoer door de grote overgang van binnen naar buiten. Er kwam veel op hem af en na verloop van tijd ging het contact en het nakomen van afspraken minder goed. De reclassering had beperkt zicht op zijn sociale netwerk en merkte dat hij bepaalde zaken afschermde. Zijn middelengebruik vormde hierbij ook een probleem. Tijdens de tweede time-out was er intensief contact met moeder en zus, die zorgen uitten over de veiligheid. Op advies van de politie is zus elders ondergebracht vanwege veiligheidsredenen. De reclassering kan de veiligheid van [minderjarige veroordeelde] zelf op dit moment niet inschatten, maar deelt de zorgen van de politie over de contacten met een motorclub en de daarmee verbonden personen. De reclassering heeft de begeleiding momenteel gestopt en zij zullen pas weer actief worden als de JJI daartoe opdracht geeft. De standpunten [minderjarige veroordeelde] en zijn raadsman hebben verzocht de vordering af te wijzen. Een verlenging van de PIJ-maatregel heeft geen meerwaarde en is niet in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [minderjarige veroordeelde] . Hoewel [minderjarige veroordeelde] in het verleden gemotiveerd was en positieve ontwikkelingen liet zien, is zijn motivatie nu afgenomen en komt hij stil te staan. Sinds hij weer in de JJI verblijft, zit hij al geruime tijd zonder zinvolle dagbesteding, wat zijn ontwikkeling niet bevordert. Het behandelplafond is bereikt. Een nieuw PO afwachten, terwijl alles on hold wordt gezet is niet in het belang van [minderjarige veroordeelde] . De raadsman meent dat een nieuw PO de risicofactoren niet zal veranderen, omdat de risicofactoren die aan de maatregel ten grondslag liggen al langere tijd bekend zijn en voortkomen uit zijn verleden. De vordering tot verlenging dient volgens de raadsman ook te worden afgewezen, omdat de veiligheid van personen en goederen niet meer in gevaar is. Hij benadrukt dat het recidiverisico als matig wordt beoordeeld en dat er geen recente geweldsincidenten zijn geweest. Eerdere problematiek zoals impulsiviteit en gebrekkige emotieregulatie is inmiddels afgenomen dankzij afgeronde behandelingen. De raadsman is van mening dat [minderjarige veroordeelde] nu de kans moet krijgen om zich in het kader van een voorwaardelijk beëindiging buiten de JJI te bewijzen en te ontwikkelen. De officier van justitie heeft de termijn van de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel gewijzigd naar een duur van negen maanden. Aanvankelijk was een verlenging van drie maanden geadviseerd in verband met de zorgen die in het STP naar voren kwamen en omdat [minderjarige veroordeelde] toekomstperspectief nodig had, maar helaas is [minderjarige veroordeelde] in aanraking gekomen met een antisociaal netwerk, wat de overgang naar meer vrijheden heeft bemoeilijkt. Zo zijn er onder andere bedreigingen geweest richting zijn zus en moeder. Daarom is nu een PO noodzakelijk om de actuele risico’s goed in kaart te brengen. Voor een verlenging van twaalf maanden is een dubbel-PO vereist. Daarom is de vordering verkort naar negen maanden. De beoordeling Verlenging Gelet op het hiervoor genoemde advies en dat wat op de zitting is besproken, oordeelt de rechtbank dat de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [minderjarige veroordeelde] eisen dat de PIJ-maatregel met zes maanden wordt verlengd. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen. De rechtbank constateert dat het verloop van de maatregel deels positief is geweest, maar dat [minderjarige veroordeelde] ook zelfbepalend en risicovol gedrag heeft laten zien, waardoor er nog steeds een reëel gevaar voor personen of goederen bestaat.