Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-13
ECLI:NL:RBAMS:2026:3152
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,043 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:3152 text/xml public 2026-04-09T13:10:19 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-13 11934586 \ CV EXPL 25-14657 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3152 text/html public 2026-04-09T13:09:51 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3152 Rechtbank Amsterdam , 13-02-2026 / 11934586 \ CV EXPL 25-14657 Stilzwijgende verlenging duurovereenkomst, niet tijdig opgezegd, toewijzing vordering tot nakoming en betaling wettelijke rente RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11934586 \ CV EXPL 25-14657 Vonnis van 13 februari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROCARBO BENELUX B.V. , gevestigd in Sittard, eiseres, hierna te noemen: Eurocarbo, gemachtigde: mr. M.F. Vaarten (LikiFin), tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FRAMA EXPLOITATIE B.V. , gevestigd in Amsterdam, gedaagde, hierna te noemen: Frama Exploitatie, procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 6 oktober 2025 met producties; - het proces-verbaal van het mondelinge antwoord op de rolzitting van 28 oktober 2025; - het tussenvonnis van 11 november 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald; en - de mondelinge behandeling van 13 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd. 1.2. Namens Frama Exploitatie, hoewel daartoe per brief van 28 november 2025 behoorlijk opgeroepen, is op de mondelinge behandeling van 13 januari 2026 niemand verschenen. 2 De feiten 2.1. Eurocarbo levert CO2 en CO2-opslagsystemen aan klanten. 2.2. Frama Exploitatie exploiteert een horecabedrijf in Amsterdam (waarin in ieder geval de [horecabedrijf] wordt geëxploiteerd). 2.3. Eurocarbo en Frama Exploitatie hebben op 17 januari 2011 een overeenkomst gesloten op grond waarvan Eurocarbo CO2 en een CO2-opslagsysteem aan een café van Frama Exploitatie ging leveren c.q. beschikbaar zou stellen (de Overeenkomst). 2.4. Artikel 9 van de Overeenkomst luidt als volgt: “1. Deze overeenkomst treedt in werking vanaf het moment van ondertekening en eindigt 5 jaar na de eerste levering, onverminderd de bepalingen in volgende paragraaf. 2. De huidige overeenkomst zal stilzwijgend hernieuwd worden met opeenvolgende periodes van 5 jaar, tenzij één der partijen met een aangetekend schrijven haar opzeg doet, met in acht name van een opzegtermijn van 6 maanden vóór de vervaldatum van de lopende periode.” 2.5. De eerste levering CO2 heeft op 14 februari 2011 plaatsgevonden. 2.6. Frama Exploitatie heeft op een gegeven moment, vermoedelijk in september 2021, besloten om geen gebruik meer te maken van de producten/diensten van Eurocarbo. Frama Exploitatie heeft de facturen van Eurocarbo vanaf 31 mei 2021 niet meer voldaan. 3 Het geschil 3.1. Eurocarbo vordert veroordeling van Frama Exploitatie tot betaling van € 25.000,00, te vermeerderen met de contractuele vertragingsrente van 1% per maand over € 21.043,11, vanaf de roldatum waartegen is gedagvaard (28 oktober 2025) tot aan de dag van algehele voldoening, en de proceskosten. 3.2. Eurocarbo legt hieraan ten grondslag dat de Overeenkomst per 14 februari 2021 stilzwijgend is verlengd tot 14 februari 2026, omdat Frama Exploitatie de Overeenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd. Eurocarbo heeft daarom recht op betaling van de facturen die zij in deze periode aan Frama Exploitatie heeft verstuurd. Het gaat om een openstaand factuurbedrag van opgeteld € 21.043,11. Eurocarbo heeft ook recht op betaling van € 5.397,57 aan contractuele vertragingsrente, steeds vanaf de dag van het intreden van het verzuim met betrekking tot de factuur, tot aan 5 september 2025 (de datum van het opstellen van de dagvaarding). Verder heeft Eurocarbo recht op vergoeding van een bedrag van € 985,43 aan buitengerechtelijke incassokosten. Eurocarbo heeft haar vordering van opgeteld € 27.426,71 beperkt tot € 25.000,00. 3.3. Op de rolzitting van 28 oktober 2025 heeft [naam] ( [naam] ) namens Frama Exploitatie mondeling – samengevat – het volgende verweer gevoerd. Zijn horecazaak heeft in het verleden gebruikgemaakt van de diensten/producten van Eurocarbo, maar is daarmee op een gegeven moment gestopt. [naam] heeft de Overeenkomst daarna opgezegd, waarop Eurocarbo heeft gereageerd dat hij daarmee drie dagen te laat was en daarom vijf jaar moest doorbetalen. Hij was het daar niet mee eens. Eurocarbo heeft vervolgens niks meer geleverd en slechts voorschotten bij Frama Exploitatie in rekening gebracht. [naam] vindt dat hij de facturen van Eurocarbo daarom niet hoeft te betalen, met uitzondering van de drie facturen van 31 mei, 18 augustus en 22 oktober 2021. Frama Exploitatie heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. De vorderingen van Eurocarbo zullen worden toegewezen. Dit wordt als volgt toegelicht. 4.2. Eurocarbo heeft recht op betaling van het openstaande factuurbedrag van € 21.043,11, omdat Frama Exploitatie de Overeenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd. Uit artikel 9 volgt duidelijk dat de Overeenkomst stilzwijgend wordt verlengd met vijf jaar, tenzij deze per brief en met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden vóór het einde van de lopende vijfjaarsperiode wordt opgezegd. De periode waarover tussen partijen discussie bestaat, zou op 13 februari 2021 eindigen, waardoor Frama Exploitatie de Overeenkomst uiterlijk op 13 augustus 2020 per brief rechtsgeldig had kunnen opzeggen. Dat is niet gebeurd. Eurocarbo heeft dan ook recht op betaling van het openstaande factuurbedrag van € 21.043,11. 4.3. Eurocarbo heeft eveneens recht op betaling van € 5.397,57 aan contractuele rente. Artikel 11.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden bepaalt dat als een afnemer een factuur niet tijdig voldoet, de leverancier gerechtigd is om de afnemer een vertragingsrente van 1% per maand in rekening te brengen over het openstaande bedrag gerekend vanaf de vervaldatum van die factuur tot de dag van betaling. Eurocarbo heeft gesteld dat toepassing van deze bepaling op de openstaande facturen meebrengt dat Frama Exploitatie het hiervoor genoemde bedrag aan Eurocarbo is verschuldigd en Frama Exploitatie heeft dit niet betwist. 4.4. Aangezien het openstaande factuurbedrag van € 21.043,11 tezamen met de contractuele rente van € 5.397,57 de gevorderde hoofdsom van € 25.000,00 reeds te boven gaat, zal dit bedrag worden toegewezen en hoeft niet meer te worden geoordeeld over de vraag of Frama Exploitatie ook nog buitengerechtelijke incassokosten aan Eurocarbo verschuldigd is. 4.5. De gevorderde contractuele rente over de periode vanaf 28 oktober 2025 zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4.6. Frama Exploitatie is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eurocarbo Benelux worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 1.461,00 - salaris gemachtigde € 1.154,00 (2 punten × € 577,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.869,40 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt Frama Exploitatie om aan Eurocarbo Benelux te betalen een bedrag van € 25.000,00, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand over € 21.043,11 vanaf 28 oktober 2025 tot aan de dag van algehele voldoening, 5.2. veroordeelt Frama Exploitatie in de proceskosten van € 2.869,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Frama Exploitatie niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, kantonrechter, bijgestaan door mr. W.B. Fonville, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.