ECLI:NL:RBAMS:2026:2994
RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer / rekestnummer: 12102147 \ EA VERZ 26-194 Beschikking van 20 maart 2026 op het verzoekschrift ontvangen ter griffie op 12 februari 2026, [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: verzoekster, procederend in persoon, met als belanghebbenden, 1. [de zoon] , hierna te noemen: de zoon en,2. [belanghebbende] , hierna te noemen: de belanghebbende, beide wonende te [woonplaats] , 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 12 februari 2026 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen; - de email van belanghebbende van 15 maart 2026, waarin hij zijn standpunt toelicht. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Op 4 februari 2026 is [erflaatster] (hierna genoemd: erflaatster), geboren te [geboortedatum] 1975 en laatstelijk wonende te [woonplaats] , te [woonplaats] overleden. 2.2. Erflaatster heeft bij testament van 15 juli 2020 over haar nalatenschap beschikt. Zij heeft de zoon tot haar enig erfgenaam benoemd. Zij heeft haar vader, de heer [de vader] (hierna: de vader), benoemd tot executeur en tot testamentair bewindvoerder over al hetgeen de zoon krijgt uit de nalatenschap tot aan de dag dat de zoon de leeftijd van 21 heeft bereikt. Erflaatster heeft ten slotte verzoekster benoemd tot voogd over de zoon. 2.3. De zoon verblijft sinds het overlijden van erflaatster fulltime bij de belanghebbende. Sinds het overlijden van erflaatster is de belanghebbende de enige wettelijke vertegenwoordiger van de zoon (en uit dien hoofde als belanghebbende in de nalatenschap van erflaatster betrokken). 3 Het verzoek en het verweer 3.1. Verzoekster verzoekt de kantonrechter om haar te benoemen als: vervangend executeur in de nalatenschap van erflaatster; en als testamentair bewindvoerder, om het erfdeel van de zoon te beheren tot de in het testament genoemde leeftijd van 21 jaar. 3.2. Aan het verzoek heeft verzoekster ten grondslag gelegd dat de vader die in het testament van erflaatster als executeur en testamentair bewindvoerder is benoemd op [overlijdensdatum] 2021 is overleden. In het testament is geen vervangend executeur noch vervangend testamentair bewindvoerder opgenomen. Wel voorziet het testament in de mogelijkheid dat de kantonrechter op verzoek van een belanghebbende een vervangend executeur dan wel testamentair bewindvoerder kan benoemen. 3.3. Belanghebbende heeft ingestemd met het eerste verzoek van verzoekster, strekkende tot haar benoeming als vervangend executeur. Ten aanzien van het verzoek om verzoekster te benoemen tot testamentair bewindvoerder voert belanghebbende verweer. Belanghebbende stelt dat het, gelet op zijn positie als vader van de zoon, voor wie hij dagelijks de zorg draagt, voor de hand ligt dat hij het beheer over het vermogen van zijn zoon voert, met inachtneming van de bepalingen uit het testament, waaronder de uitsluiting van het ouderlijk vruchtgenot. 4 De beoordeling Vervangend executeur 4.1. Artikel 4:142 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de kantonrechter bevoegd is om, bij het ontbreken van een benoemd executeur, op verzoek van een belanghebbende een vervangend executeur te benoemen. Deze bevoegdheid geldt alleen wanneer een erflater deze bevoegdheid in de uiterste wil heeft opgenomen. 4.2. Op grond van het testament van erflaatster kan de kantonrechter een vervanger van de executeur benoemen. De belanghebbende heeft bij mail d.d. 15 maart 2026 ingestemd met de benoeming van verzoekster als vervangend executeur. De kantonrechter zal dan ook tot benoeming conform het verzoek overgaan. Vervangend testamentair bewindvoerder 4.3. Artikel 4:157 lid 1 BW bepaalt dat, indien de uiterste wil niet voorziet in de regeling van de benoeming van een bewindvoerder, de kantonrechter een of meer bewindvoerders kan aanwijzen op verzoek van de rechthebbende, een erfgenaam, legataris of andere belanghebbende of van de executeur. 4.4. Nu verzoekster in punt 4.2 is benoemd als executeur, behoort zij tot de kring van personen zoals bedoeld in artikel 4:157 lid 1 BW die een benoemingsverzoek kunnen doen. 4.5. Erflaatster heeft in haar testament haar vader benoemd tot testamentair bewindvoerder. De vader is echter op [overlijdensdatum] 2021 overleden en heeft zijn benoeming niet kunnen aanvaarden. De kantonrechter zal daarom gebruik maken van de in artikel 4:157 BW aan haar gegeven bevoegdheid en zelf een bewindvoerder benoemen. Mondelinge behandeling 4.6. Nu de belanghebbende verweer voert, zal de kantonrechter ten aanzien van het verzoek om benoeming van verzoekster als vervangend testamentair bewindvoerder een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op dit punt met elkaar eens kunnen worden. 4.7. De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten. 4.8. Indien een partij wenst dat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil rekening houdt met bijvoorbeeld brieven of andere schriftelijke stukken, dient zij deze uiterlijk tien dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en haar wederpartij toe te zenden. 4.9. Op de mondelinge behandeling wordt aan de (eventuele) gemachtigden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zijn niet toegestaan. 4.10. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de kantonrechter tijdens of na de mondelinge behandeling direct mondeling uitspraak kan doen. 4.11. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. benoemt verzoekster tot vervangend executeur van de nalatenschap van erflaatster, 5.2. verklaart punt 5.1 van deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, 5.3. beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun gemachtigden, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door mr. M. Wiltjer, in het gerechtsgebouw te Amsterdam, Parnassusweg 280, op een door de kantonrechter vast te stellen datum en tijd, 5.4. bepaalt dat als een andere kantonrechter de zaak op zitting zal behandelen partijen uiterlijk twee werkdagen voor de zitting daarvan bericht krijgen, 5.5. bepaalt dat de partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn, 5.6. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van vrijdag 3 april 2026 voor een schriftelijke opgave van de verhinderdagen van de partijen en hun (eventuele) gemachtigden in de maanden mei tot en met september , waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald, 5.7. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de kantonrechter het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen, 5.8. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd, 5.9. wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling 30 minuten zal worden uitgetrokken, 5.10. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Wiltjer, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026, in aanwezigheid van de griffier mr. S.H.I. Hoestra. 61289