Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-19
ECLI:NL:RBAMS:2026:2965
Civiel recht; Europees civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,036 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:2965 text/xml public 2026-04-07T16:11:17 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-19 11873934 CV EXPL 25-12403 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proceskostenveroordeling NL Amsterdam Civiel recht; Europees civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2965 text/html public 2026-04-07T16:10:24 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2965 Rechtbank Amsterdam , 19-03-2026 / 11873934 CV EXPL 25-12403 Waternet heeft geen verklaring kunnen geven waarom de hoogte van twee facturen afwijken van de bedragen die gevorderd worden. Ten aanzien van deze facturen roept dat vragen op over de juistheid van de vordering. Dat de gevorderde bedragen lager zijn dan de factuur maakt dat, bij gebreke van een toelichting van Waternet over bijvoorbeeld ontvangen betalingen, niet anders. Betaling van deze facturen wordt daarom afgewezen. vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 11873934 CV EXPL 25-12403 vonnis van: 19 maart 2026 fno.: 480 vonnis van de kantonrechter I n z a k e Stichting Waternet gevestigd te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: Waternet, gemachtigde: H.J. Jansen (gerechtsdeurwaarder), t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 Verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 25 augustus 2025, met producties; het schriftelijke antwoord, met bijlages; het tussenvonnis van 10 oktober 2025 waarin is bepaald dat er een mondelinge behandeling zal worden gepland, waarna daarvoor een dag is bepaald. 1.2. Op 12 februari 2026 heeft Waternet nog een akte uitlating, tevens houdende een vermindering van eis, met producties ingediend ter voorbereiding op de mondelinge behandeling van 17 februari 2026. 1.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Voor Waternet is verschenen mevrouw [naam] namens de gemachtigde. [gedaagde] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Waternet heeft haar standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt die in het procesdossier zijn gevoegd. 1.4. Daarna is de datum van vonnis bepaald. 2 Gronden van de beslissing Vordering en verweer 2.1. Waternet vordert bij dagvaarding dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van € 842,97 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 25 augustus 2025 tot de algehele voldoening, kosten rechtens. 2.2. Waternet stelt - kort weergegeven - dat zij krachtens de Drinkwaterwet exclusief belast is met het leveren van drinkwater door de leidingen in de gemeente Amsterdam en in een deel van de provincies Utrecht en Noord-Holland. [gedaagde] is consument. Waternet stelt dat [gedaagde] zich heeft aangemeld bij Waternet voor de levering van drinkwater ten behoeve van het adres [adres] . Waternet heeft deze aanmelding bevestigd en periodiek voorschotbedragen in rekening gebracht voor het verbruik van water en jaarlijks afrekeningen verstuurd. Zij is niet in staat in dit specifieke geval de overeenkomst te overleggen, maar stelt dat er wel al betalingen door gedaagde partij zijn verricht met betrekking tot het huidige woonadres. Waternet legt als bewijs hiervan onder meer een overzicht van betalingen uit haar administratie over, waarop de naam van gedaagde partij te zien is. Waternet vordert betaling van diverse (voorschot)facturen in de periode mei 2021 tot en met oktober 2024. [gedaagde] staat sinds 8 september 2020 bij de basisadministratie ingeschreven op voornoemd adres. 2.3. [gedaagde] heeft bij het antwoord aangevoerd dat er al jaren is afgerekend aan de hand van te hoog geschatte meterstanden. Dat heeft zij ook meerdere keren gemeld. Pas recent is erkend dat de werkelijke meterstanden lager uitvielen. Er is verder niet correct geïncasseerd. Zij heeft nooit een juiste aanmaning ontvangen. Telkens als [gedaagde] reageerde, werd door Waternet gezegd dat de te hoge schattingen later werden verrekend. Verder is zij gedupeerde van de toeslagenaffaire. De belastingdienst heeft een pauze(knop) ingelast, zodat de belastingen niet direct werden geïnd. Zij wilde gewoon doorbetalen, maar dat kon niet. Nu is de pauze ineens afgelopen en moet zij alle belastingen gaan betalen, zonder dat een betalingsregeling mogelijk is. Ten slotte heeft zij een foto van de watermeter bijgevoegd waaruit de juiste meterstand blijkt. Er is ten onrechte een deurwaarder ingeschakeld. De kosten hiervan wil [gedaagde] niet betalen. 2.4. Bij akte heeft Waternet aangegeven dat zij niet bekend is met het feit dat [gedaagde] , eerder dan in deze procedure, contact met haar heeft opgenomen over te hoog geschatte meterstanden. Er is pas voor het eerst in september 2025 een meterstand doorgegeven. Het is de verantwoordelijkheid van [gedaagde] zelf om de meterstanden door te geven, anders wordt het waterverbruik inderdaad geschat. Zodra de meterstanden worden doorgegeven wordt een eventueel te hoog ingeschat verbruik verrekend met het daadwerkelijke verbruik. Met de op 17 september 2025 doorgegeven meterstanden is het daadwerkelijke verbruik berekend. Hierdoor is een creditfactuur van € 706,91 ontstaan. Een bedrag van € 624,45 is verrekend met de onderhavige vordering (de te hoog ingeschatte jaarrekeningen). Het overige deel van de creditfactuur is verrekend met openstaande facturen die niet bij de gemachtigde Jansen in behandeling waren, te weten twee facturen van € 37,00 en een factuur van € 8,46. In de akte wordt ook vermeld welke facturen op dit moment nog openstaan, te weten facturen voor een totaalbedrag van € 210,06. Waternet vermindert haar vordering tot dit bedrag. Beoordeling 2.5. Op grond van artikel 7:7 lid 2 BW ontstaat er voor consumenten geen betalingsverplichting voor het leveren van (in dit geval) drinkwater, indien deze niet om levering heeft gevraagd. De Hoge Raad heeft in haar uitspraak van 17 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1889) onder meer geoordeeld dat dit artikel bij de levering van drinkwater niet zo uitgelegd kan worden dat een consument zonder overeenkomst altijd van zijn betalingsverplichting is bevrijd. Onder bepaalde voorwaarden bestaat de betalingsverplichting wel degelijk ook al is er geen overeenkomst gesloten. 2.6. Waternet stelt dat [gedaagde] conform het BRP sinds 8 september 2020 staat ingeschreven op het huidige woonadres. Voorts heeft Waternet een overzicht van betalingen uit haar administratie overgelegd waarop de naam van [gedaagde] te zien is. De kantonrechter acht dat, mede gelet op het feit dat [gedaagde] dit ook niet heeft betwist, voldoende om aan te nemen dat [gedaagde] betalingen heeft verricht aan Waternet. Op basis hiervan, in samenhang bezien, wordt afgeleid dat [gedaagde] de levering van drinkwater op het leveradres, wat ook het huidige woonadres is van [gedaagde] , heeft aanvaard, waardoor er stilzwijgend een overeenkomst is ontstaan en [gedaagde] in de periode waarop de onderhavige vordering betrekking heeft, verplicht is voor het geleverde water te betalen. 2.7. Waternet heeft bij akte en ter zitting gemotiveerd uitgelegd dat [gedaagde] zelf verantwoordelijk is voor het doorgeven van haar meterstanden en dat zij dit voor het eerst op 17 september 2025 heeft gedaan, dus pas nadat de dagvaarding was uitgebracht. [gedaagde] is niet ter zitting verschenen, zodat zij dit niet heeft betwist. De vordering is verminderd met een deel van de creditfactuur. Hierdoor is het te hoog geschatte en in rekening gebrachte verbruik verrekend met het daadwerkelijke verbruik. [gedaagde] heeft deze verrekening, zoals in de akte uitgelegd, ook niet meer betwist, zodat de hoogte van de verminderde hoofdsom in beginsel als uitgangspunt wordt genomen. 2.8. Ter zitting heeft de kantonrechter met Waternet besproken dat twee facturen die aan de vordering ten grondslag liggen niet overeenkomen met de bedragen zoals die zijn gevorderd. Daarbij gaat het om de facturen van 11 juni 2021 en 12 oktober 2021.