Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-06
ECLI:NL:RBAMS:2026:2915
Civiel recht
Op tegenspraak
1,135 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:2915 text/xml public 2026-04-03T14:43:40 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-06 11478446 \ CV EXPL 25-222 Uitspraak Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2915 text/html public 2026-04-02T18:34:29 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2915 Rechtbank Amsterdam , 06-02-2026 / 11478446 \ CV EXPL 25-222 Afwijzing vrijwaringsverzoek. Er is onvoldoende gesteld om aan te nemen dat gedaagde de nadelige gevolgen van verlies in de hoofdzaak kan afwentelen op haar ex-echtgenoot. Dat de ex-echtgenoot het uitgekeerde verzekeringsgeld voor andere doeleinden heeft gebruikt, doet niet af aan de persoonlijke verplichting van gedaagde de factuur met betrekking tot de door haar ondergane medische behandeling te betalen. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11478446 \ CV EXPL 25-222 Vonnis van 6 februari 2026 in de zaak van INFOMEDICS B.V., te Almere, eisende partij, hierna te noemen: Infomedics, gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V., tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: C.M. Loonstein. VERLOOP VAN DE PROCEDURE De volgende processtukken zijn ingediend: - de dagvaarding van 11 december 2024, met bewijsstukken; - het tussenvonnis van 22 augustus 2025; - de akte van Infomedics van 10 oktober 2025, met bewijsstukken; -de aanvullende akte van Infomedics van 12 november 2025, met bewijsstukken; - de brief van 18 november 2025 waarbij [gedaagde] het jegens haar verleende verstek heeft gezuiverd; - de incidentele vordering van [gedaagde] tot oproeping in vrijwaring, met bewijsstukken; - de conclusie van antwoord in het incident van Infomedics. Vervolgens is vonnis bepaald in het incident. GRONDEN VAN DE BESLISSING In de hoofdzaak en het incident Feiten 1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat het volgende vast: 1.1. In de periode van 10 januari 2024 tot en met 21 februari 2024 heeft [gedaagde] bij [zorgverlener] (hierna: de zorgverlener) meerdere medische behandelingen ondergaan. 1.2. De zorgverlener heeft haar vordering tot betaling van de daaruit voortvloeiende kosten van totaal € 1.197,47 overgedragen aan Infomedics. 1.3. Infomedics heeft dit bedrag bij facturen van 13 maart 2024 (€ 560,56) en 29 maart 2024 (€ 636,91) bij [gedaagde] in rekening gebracht. De facturen moesten binnen 30 dagen worden voldaan. [gedaagde] heeft de facturen onbetaald gelaten. In het incident 2. Infomedics vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van het bedrag van € 1.197,47 met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. 3. Volgens [gedaagde] heeft zij er belang bij om haar ex-echtgenoot [naam] (verder: [naam] ) in vrijwaring op te roepen. [gedaagde] voert daartoe aan dat [naam] betalingen die door verzekeraars op de gemeenschappelijke rekening van [gedaagde] en [naam] zijn gedaan, door [naam] zijn aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor deze waren bedoeld. [gedaagde] wil [naam] in vrijwaring oproepen teneinde de gevorderde hoofdsom op hem te verhalen. 4. Door [gedaagde] is echter onvoldoende gesteld om aan te nemen dat zij de nadelige gevolgen van verlies in de hoofdzaak kan afwentelen op [naam] . Bij een veroordelend vonnis zal [gedaagde] gehouden worden haar betalingsverplichting jegens Infomedics na te komen. De betaling van een factuur met betrekking tot een door haar ondergane medische behandeling is een persoonlijke verplichting van [gedaagde] . Dat haar ex-echtgenoot aan haar toekomende verzekeringsgelden voor andere doeleinden heeft aangewend, doet aan haar eigen betalingsverplichting jegens Infomedics niet af. De vordering tot oproeping in vrijwaring zal daarom worden afgewezen. 5. Als in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] worden veroordeeld in de kosten van het incident. BESLISSING In het incident De kantonrechter: wijst het verzoek om vrijwaring af; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident, die aan de zijde van Infomedics tot op heden worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met een bedrag van € 21,50 aan nakosten, een en ander voor zover verschuldigd, inclusief BTW; In de hoofdzaak bepaalt dat de zaak weer zal dienen ter rolzitting van vrijdag 6 maart 2026 te 10:00 uur voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde] ; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026. 399