Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-13
ECLI:NL:RBAMS:2026:2913
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Mondelinge uitspraak
2,024 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:2913 text/xml public 2026-04-03T14:42:09 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-13 11845572 / CV EXPL 25-11342 Uitspraak Mondelinge uitspraak Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2913 text/html public 2026-04-02T18:23:29 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2913 Rechtbank Amsterdam , 13-03-2026 / 11845572 / CV EXPL 25-11342 De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van een schadevergoeding af omdat geen sprake is van onrechtmatige daden. De zorgaanbieder mocht aan de bewoner en andere woning aanbieden en vervolgens is de bewoner zelf vertrokken. Verder heeft de zorgaanbieder de zorgovereenkomst rechtsgeldig opgezegd, omdat de bewoner geen medewerking meer verleende aan de zorg en de zorgaanbieder heeft voldaan aan de zorgvuldigheidvereisten. Ook mocht de zorgaanbieder overgaan tot het weggooien van de spullen van de bewoner, omdat deze een jaar in een opslag zijn bewaard, maar niet zijn opgehaald. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11845572 \ CV EXPL 25-11342 Vonnis van 13 maart 2026 (bij vervroeging) in de zaak van [eiser] , wonende te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. A.J. Engelsma, tegen de stichting STICHTING LIEVEGOED , gevestigd te Bilthoven, gedaagde partij, hierna te noemen: Lievegoed, gemachtigde: mr. E.L. Pasma. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 15 augustus 2025 met producties, - de conclusie van antwoord met producties, - het tussenvonnis van 7 november 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - de akte overlegging nadere productie van Lievegoed met aanvullende productie. - de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden, 2 De feiten 2.1. Lievegoed is een zorginstelling die zorg aanbiedt op meerdere locaties in Nederland. Een van deze locaties is [locatie 1] . Op deze locatie wonen personen met niet-aangeboren hersenletsel samen in een gemeenschap (hierna: de woonvorm). In de buurt van de woonvorm kunnen hulpbehoevende personen ook via Lievegoed een woning huren om zelfstandig te wonen met 24-uurs hulp en begeleiding van Lievegoed. In een dergelijke woning verbleef [eiser] (hierna: de woning). In dat kader is tussen partijen in mei 2016 een overeenkomst van zorg- en dienstverlening (hierna: de zorgovereenkomst) tot stand gekomen. 2.2. In de interne notities van de begeleiding van [eiser] bij Lievegoed staat – samengevat – onder meer het volgende: Op 18 april 2018 zag een begeleider dat er in de keuken van [eiser] veel rook was omdat er pannen op een ingeschakelde kookplaat stonden. [eiser] was zelf niet thuis. Op 28 mei 2019 ging bij [eiser] het brandalarm af. [eiser] gaf aan dat zij een pan op het vuur was vergeten. Op 14 augustus 2019 kwam een brandmelding binnen over de woning. [eiser] gaf aan dat ze vlees is de oven was vergeten. Op 21 augustus 2019 is met [eiser] afgesproken dat zij niet meer mag koken in de woning en elke dag eten kan ophalen op de woonvorm. Op 13 december 2019 kwam een brandmelding binnen over de woning. Bij aankomst kwam er een brandlucht uit de woning en zagen de begeleiders dat een pan met pasta op het vuur stond en dat [eiser] is slaap was gevallen. Het fornuis van [eiser] is later ontkoppeld. Op 12 februari 2020 zag de begeleiding dat [eiser] een door haar zelf gekochte kookplaat in de woning heeft. Op 15 september 2021 zag de begeleiding dat [eiser] een door haar zelf gekochte frituurpan in de woning heeft. 2.3. Op 24 september 2021 heeft Lievegoed tegen [eiser] gezegd dat zij niet meer in de woning mag verblijven vanwege brandgevaar. Haar is een plek op de woonvorm aangeboden per 5 oktober 2021. 2.4. Op 13 oktober 2021 zijn de sloten van de woning veranderd. Op 23 december 2021 is de zorgovereenkomst met [eiser] per 1 december 2021 beëindigd. De spullen die nog in de woning stonden zijn vervolgens één jaar in een opslag bewaard. [eiser] heeft de spullen niet opgehaald. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat Lievegoed wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van in totaal € 10.810,-. Volgens [eiser] heeft Lievegoed onrechtmatige daden gepleegd. Allereerst door haar uit de woning te zetten en de zorgovereenkomst met haar eenzijdig te beëindigen. Dit terwijl [eiser] niet-aangeboren hersenletsel heeft en Lievegoed dus een verhoogde zorgplicht heeft. [eiser] vordert in dit kader € 7.500,- aan immateriële schadevergoeding. Daarnaast heeft Lievegoed spullen uit de woning weggehaald en vernietigd zonder dat [eiser] een redelijke kans kreeg deze op te halen. [eiser] vordert daarom € 3.310,- aan materiële schadevergoeding. 3.2. Lievegoed is het niet met de vordering eens en voert aan dat die moet worden afgewezen. Volgens Lievegoed is [eiser] zelf uit de woning vertrokken nadat haar een plek op de woonvorm is aangeboden. Deze plek moest Lievegoed [eiser] bovendien aanbieden omdat zij de veiligheid niet meer kon waarborgen als zij in de woning bleef wonen. Lievegoed heeft verder heel vaak geprobeerd met [eiser] contact te krijgen en haar alsnog op de woonvorm te krijgen. [eiser] heeft alleen steeds gezegd dit niet te willen. Daarom heeft Lievegoed uiteindelijk de zorgovereenkomst opgezegd. Lievegoed heeft hierbij voldaan aan de zorgvuldigheidvereisten. Verder heeft Lievegoed de spullen van [eiser] een jaar bewaard, maar is zij deze zelf niet komen ophalen. 4 De beoordeling Immateriële schadevergoeding 4.1. De kantonrechter zal de vordering van € 7.500,- aan immateriële schadevergoeding van [eiser] afwijzen omdat geen sprake is van onrechtmatige daden. Zij geeft hiervoor de volgende onderbouwing. 4.2. Allereerst mocht Lievegoed [eiser] een andere woning aanbieden en is [eiser] vervolgens zelf uit de woning vertrokken. Uit de interne notities van de begeleiding van [eiser] bij Lievegoed volgt namelijk dat er in de woning in 2018 en 2019 meerdere brandgevaarlijke incidenten waren. [eiser] heeft ter zitting gezegd dat dit niet klopt en dat sprake was van slechts één incident, maar de kantonrechter gaat uit van de juistheid van de notities. Deze zijn namelijk opgesteld door meerdere begeleiders van Lievegoed en geven gedetailleerd weer wat er door de jaren heen door hen is geconstateerd. Verder komt uit de notities naar voren dat met [eiser] was afgesproken dat zij niet meer zou koken in de woning, maar dat zij zich hier niet aan hield. Omdat Lievegoed hierdoor de veiligheid in de woning niet meer kon waarborgen, is [eiser] per 5 oktober 2021 een plek op de woonvorm aangeboden. Uit de interne notities blijkt dat [eiser] daarop aangaf niet naar de woonvorm te willen verhuizen en dat ze een andere plek heeft gevonden en aan het inpakken is. Tussen 5 oktober 2021 en 13 oktober 2021 hebben begeleiders vervolgens geprobeerd contact te maken met [eiser] via whatsapp en telefoon om te proberen haar nog naar de woonvorm te krijgen. Dit is niet gelukt. Op 9 oktober 2021 is op de voicemail van [eiser] ingesproken dat de sloten van de woning worden veranderd als zij niet naar de woonvorm komt. Als begeleiders op 11 en 13 oktober 2021 naar de woning van [eiser] gaan, is zij niet thuis. Hierna zijn de sloten pas veranderd 4.3. Verder heeft Lievegoed de zorgovereenkomst met [eiser] rechtsgeldig opgezegd. Een hulpverlener zoals Lievegoed kan een zorgovereenkomst niet opzeggen, tenzij hiervoor gewichtige redenen zijn. De KNMG-richtlijn Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst (hierna: de richtlijn) werkt uit wanneer sprake is van zulke gewichtige redenen. Dit is onder meer wanneer een patiënt niet wil meewerken aan de behandeling. Van een zorginstelling mag worden verwacht dat zij probeert om medewerking van de patiënt te krijgen, maar niet dat zij dit keer op keer blijft proberen. [eiser] heeft Lievegoed meermalen verteld dat zij niet op de woonvorm wilde verblijven en dat zij ergens anders ging verblijven.