Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-03-23
ECLI:NL:RBAMS:2026:2683
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,028 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2026:2683 text/xml public 2026-04-07T11:11:51 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-03-23 11970139 \ EA VERZ 25-1343 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Verstek Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2683 text/html public 2026-04-07T11:10:45 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2683 Rechtbank Amsterdam , 23-03-2026 / 11970139 \ EA VERZ 25-1343 Arbeidszaak; verstek; gedetineerde medewerker die ondanks verzoeken geen contact opneemt met werkgever; verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst toegewezen omdat van werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst laat voortduren (h-grond); de ontbindingsdatum wordt bepaald met inachtneming van artikel 7:671b lid 9 onderdeel b BW; werknemer heeft geen recht op transitievergoeding wegens ernstige verwijtbaarheid. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer / rekestnummer: 11970139 \ EA VERZ 25-1343 Beschikking van 23 maart 2026 verstek in de zaak van VANDERLANDE INDUSTRIES B.V. , te Veghel, verzoekende partij, hierna te noemen: Vanderlande, gemachtigde: mr. M.O. de Bont, tegen [verweerder] , te [woonplaats] , verwerende partij, hierna te noemen: [verweerder] , niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Op 14 november 2025 is ingekomen een verzoekschrift met producties. 1.2. De eerste mondelinge behandeling was bepaald op 9 februari 2026. In overleg met de kantonrechter heeft de gerechtsdeurwaarder op verzoek van Vanderlande bij exploten van 3 februari 2026 respectievelijk 6 februari 2026 het verzoekschrift aan [verweerder] betekend op zijn woonadres respectievelijk zijn detentieadres en hem opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 2 maart 2026 om 14.00 uur. Op de mondelinge behandeling van 9 februari 2026 is niemand verschenen. 1.3. De mondelinge behandeling is op 2 maart 2026 voortgezet. Voor Vanderlande zijn verschenen [naam 1] , teamleider Schiphol Airport en Brussel Airport, [naam 2] , HR-adviseur, vergezeld door de gemachtigde. Vanderlande heeft de betekende exploten overgelegd. [verweerder] is ondanks deze oproeping wederom niet verschenen. De namens Vanderlande aanwezige personen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. 1.4. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [verweerder] , geboren [geboortedatum] 1984, is sinds 1 september 2013 in dienst bij Vanderlande Industries B.V. De functie van [verweerder] is Maintenance Technician met een loon van € 3.924,87 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Hij was per 1 maart 2024 werkzaam op de luchthaven van Brussel. 2.2. Op 6 februari 2025 is [verweerder] in België gearresteerd. Sindsdien heeft hij geen werkzaamheden meer verricht voor Vanderlande. 2.3. Met ingang van 29 mei 2025 heeft Vanderlande de salarisbetaling van [verweerder] stopgezet. 2.4. De Schipholpas van [verweerder] is geblokkeerd. Voor de luchthaven Brussel is een negatieve veiligheidsverificatie afgegeven. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. Vanderlande verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair vanwege andere omstandigheden die zodanig zijn dat van Vanderlande redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst laat voortduren (h-grond), subsidiair vanwege ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] (e-grond) en meer subsidiair op grond van een combinatie van omstandigheden uit voornoemde gronden (i-grond), met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten. 3.2. Vanderlande heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [verweerder] , ondanks meerdere verzoeken daartoe, na zijn aanhouding geen contact met haar heeft opgenomen. Er is onduidelijkheid over de reden en de duur van de detentie. [verweerder] kan door de detentie, de blokkade van de Schipholpas en de afgegeven negatieve veiligheidsverificatie voor de luchthaven Brussel de overeengekomen arbeid niet verrichten. Bovendien is het onzeker of [verweerder] nog een Verklaring Van Geen Bezwaar (VGB) krijgt. Er is geen opzegverbod en herplaatsing is niet mogelijk, aldus Vanderlande. Verzocht wordt om de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden en te bepalen dat [verweerder] geen recht heeft op een transitievergoeding. 3.3. [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend en is niet op de mondelinge behandeling verschenen. 4 De beoordeling verstekverlening 4.1. De kantonrechter stelt vast dat [verweerder] bij (gewone) brief van 10 december 2025 door de griffier is opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 9 februari 2026, waarin tevens is vermeld dat hij tot tien kalenderdagen vóór de mondelinge behandeling een verweerschrift kan indienen. 4.2. Omdat [verweerder] niet is verschenen is het verzoekschrift vervolgens op verzoek van Vanderlande op 3 februari 2026 door de gerechtsdeurwaarder in Brussel (België) (niet in persoon) aan [verweerder] betekend aan het adres van de gevangenis van [plaats] (België). Daarbij is [verweerder] opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 2 maart 2026 om 14.00 uur. De deurwaarder heeft echter nadien bericht ontvangen dat [verweerder] in september 2025 de gevangenis in België heeft verlaten. 4.3. Tevens is het verzoekschrift bij deurwaardersexploot van 6 februari 2026 (niet in persoon) aan [verweerder] betekend op het woonadres aan de [adres] . Daarbij is [verweerder] opgeroepen voor de mondelinge behandeling van 2 maart 2026 om 14.00 uur. Blijkens de brief van 11 februari 2026 van de gerechtsdeurwaarder is dit het adres waar [verweerder] volgens de Basisregistratie Personen (BRP) is ingeschreven. 4.4. Vanderlande heeft de twee exploten van betekening en oproeping overgelegd. Bij het uitbrengen van deze exploten zijn alle wettelijke termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [verweerder] verstek wordt verleend. ontbinding arbeidsovereenkomst 4.5. Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. 4.6. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is op grond van artikel 7:669 lid 1 BW voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. 4.7. Naar het oordeel van de kantonrechter is er sprake van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Daartoe wordt het volgende overwogen. 4.8. De zogeheten h-grond geldt als een ‘vangnetbepaling’ voor omstandigheden die niet vallen onder de andere ontslaggronden, maar die wel van dien aard zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In de parlementaire geschiedenis wordt onder meer detentie als voorbeeld genoemd ( Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 46). 4.9. Als onweersproken staat vast dat [verweerder] op 6 februari 2025 door de Belgische politie is aangehouden. Daarbij zijn een werktelefoon, laptop en een testkoffer in beslag genomen. [verweerder] heeft niet gereageerd op verzoeken van Vanderlande om contact met haar op te nemen. Uit informatie die Vanderlande heeft bereikt houdt de aanhouding mogelijk verband met gedragingen die zich op of rond de werkvloer hebben voorgedaan. [verweerder] heeft van 6 februari 2025 tot september 2025 in België in detentie verbleven. Ook nadat hij de gevangenis heeft verlaten heeft [verweerder] geen contact met Vanderlande opgenomen. De Schipholpas van [verweerder] is geblokkeerd en er is een negatieve veiligheidsverificatie voor de luchthaven Brussel afgegeven. Daardoor heeft [verweerder] geen toegang meer tot beveiligde en gevoelige gebieden van Schiphol en Brussel Airport en is hij niet langer in staat de overeengekomen werkzaamheden te verrichten.. 4.10. [verweerder] heeft de gestelde feiten en omstandigheden, die volgens Vanderlande moeten leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, onweersproken gelaten.