Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-25
ECLI:NL:RBAMS:2026:2428
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,044 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:2428 text/xml public 2026-04-01T14:19:02 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-25 C/13/774157 / HA ZA 25-1391, C/13/779165 / HA ZA 25-1737, C/13/781703 / HA ZA 26-38 en C/13/782048 HA ZA 26-61 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Tussenuitspraak NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2428 text/html public 2026-03-27T11:36:54 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2428 Rechtbank Amsterdam , 25-02-2026 / C/13/774157 / HA ZA 25-1391, C/13/779165 / HA ZA 25-1737, C/13/781703 / HA ZA 26-38 en C/13/782048 HA ZA 26-61 Ethyleenkartel. Rolbeschikking in vier op de rol gevoegde zaken met (regie)beslissingen over i) confidentiality rings ii) het opwerpen van mogelijke incidenten en iii) de verdere procesvoering. RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummers: C/13/774157 / HA ZA 25-1391, C/13/779165 / HA ZA 25-1737, C/13/781703 / HA ZA 26-38 en C/13/782048 HA ZA 26-61 Rolbeschikking in op de rol gevoegde zaken van 25 februari 2026 in de zaak met zaaknummer C/13/774157 / HA ZA 25-1391 (hierna: zaak 1) van de rechtspersonen naar buitenlands recht 1. TOTALENERGIES PETROCHEMICALS FRANCE , gevestigd te Courbevoie (Frankrijk), 2. TOTALENERGIES PETROCHEMICALS & REFINING SA , gevestigd te Brussel (België), eiseressen, advocaat: mr. S. Beeston, in de zaak met zaaknummer C/13/779165 / HA ZA 25-1737 (hierna: zaak 2) van de rechtspersonen naar buitenlands recht 1. OMV AKTIENGESELLSCHAFT , gevestigd te Wenen (Oostenrijk), 2. OMV DOWNSTREAM GMBH , gevestigd te Wenen (Oostenrijk), 3. OMV DEUTSCHLAND GMBH , gevestigd te Burghausen (Duitsland), 4. OMV DEUTSCHLAND MARKETING & TRADING GMBH & CO. KG , gevestigd te Burghausen (Duitsland), 5. OMV DEUTSCHLAND OPERATIONS GMBH & CO. KG , gevestigd te Burghausen (Duitsland), eiseressen, advocaat: mr. M.H.J. van Maanen, in de zaak met zaaknummer C/13/781703 / HA ZA 26-38 (hierna: zaak 3) van de naamloze vennootschap 1. LYONDELLBASELL INDUSTRIES N.V. , gevestigd te Rotterdam, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 2. LYONDELLBASELL INDUSTRIES HOLDINGS B.V. , gevestigd te Rotterdam, de rechtspersonen naar buitenlands recht 3. BASELL POLYOLEFINE GMBH , gevestigd te Wesseling (Duitsland), 4. BASELL POLYOLEFINES FRANCE SAS , gevestigd te Berre-L'Etang (Frankrijk), de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 5. BASELL SALES & MARKETING COMPANY B.V. , gevestigd te Rotterdam, de rechtspersonen nar buitenlands recht 6. BASELL POLYOLEFINS UK LIMITED , gevestigd te Urmston (Verenigd Koninkrijk), 7. BASELL POLIOLEFINAS IBÉRICA SL , gevestigd te Barcelona (Spanje), 8. BASELL POLIOLEFINE ITALIA S.R.L. , gevestigd te Milaan (Italië), de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid 9. LYONDELL CHEMIE NEDERLAND B.V. , gevestigd te Rotterdam, 10. BASELL BENELUX B.V. , gevestigd te Rotterdam, eiseressen, advocaat: mr. E.J. Zippro, en in de zaak met zaaknummer C/13/782048 HA ZA 26-61 (hierna: zaak 4) van: de vennootschap naar buitenlands recht BOREALIS GMBH, gevestigd te Wenen, Oostenrijk, eiseres, advocaat: mr. M.H.J. van Maanen allen tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid 1. CELANESE EUROPE B.V. , gevestigd te Amsterdam, gedaagde 1, advocaat: mr. J.K. de Pree te Amsterdam, de vennootschappen naar buitenlands recht 2. CELANESE CORPORATION , gevestigd te Irving (Verenigde Staten van Amerika), 3. CELANESE SERVICES GERMANY GMBH , gevestigd te Sulzbach (Duitsland), gedaagden 2 en 3, advocaat: mr. M.G. Bredenoord-Spoek te Amsterdam, de vennootschappen naar buitenlands recht 4. CLARIANT AG , gevestigd te Muttenz (Zwitserland), 5. CLARIANT INTERNATIONAL AG , gevestigd te Muttenz (Zwitserland), gedaagden 4 en 5, advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté te Amsterdam, de vennootschappen naar buitenlands recht 6. ORBIA ADVANCE CORPORATION, S.A.B. DE C.V. , gevestigd te Mexico-Stad (Mexico), 7. VESTOLIT GMBH , gevestigd te Marl (Duitsland), gedaagden 6 en 7, advocaat: mr. H.M. Cornelissen te Amsterdam, de vennootschappen naar buitenlands recht 8. WESTLAKE CORPORATION , gevestigd te Houston (Verenigde Staten van Amerika), 9. WESTLAKE GERMANY GMBH & CO. KG , gevestigd te Ismaning (Duitsland), 10. WESTLAKE VINNOLIT GMBH & CO. KG , gevestigd te Ismaning (Duitsland), 11. WESTLAKE VINNOLIT HOLDINGS GMBH , gevestigd te Ismaning (Duitsland), gedaagden 8 tot en met 11, advocaat: mr. W. Heemskerk te Den Haag, Eiseressen worden hierna (gezamenlijk) TotalEnergies (zaak 1), OMV (zaak 2), LyondellBasell (zaak 3) en Borealis (zaak 4) genoemd. Gedaagden 1 tot en met 3 worden hierna gezamenlijk Celanese genoemd. Gedaagden 4 en 5 in de hoofdzaak worden hierna gezamenlijk Clariant genoemd. Gedaagden 6 en 7 worden hierna gezamenlijk Vestolit genoemd. Gedaagden 8 tot en met 11 worden hierna gezamenlijk Westlake genoemd. 1 De zaken en de procesvoering tot nu toe in het kort 1.1. In zaken 1 en 3 vorderen TotalEnergies en LyondellBasell dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen van respectievelijk (ruim) € 624 miljoen en € 1,634 miljard. In zaken 2 en 4 vorderen OMV en Borealis op dit moment verklaringen voor recht en veroordelingen van gedaagden tot betaling van schadevergoedingen. Eiseressen hebben vorderingen ingesteld in vervolg op een beschikking van de Europese Commissie van 14 juli 2020 waarbij geldboetes zijn opgelegd aan Celanese, Clariant en Vestolit wegens verboden kartelvorming. Aan Westlake is volledige immuniteit ten aanzien van dat kartel verleend. 1.2. TotalEnergies heeft in haar dagvaarding voorgesteld om in zaak 1 een confidentiality ring in te stellen. OMV, LyondellBasell en Borealis hebben in hun dagvaardingen incidentele vorderingen ingesteld met het doel om in zaken 2, 3 en 4 confidentiality rings in te stellen. 1.3. Op 26 januari 2026 heeft in alle zaken een regiezitting plaatsgevonden. Tijdens die regiezitting zijn onder meer de volgende drie onderwerpen aan de orde gekomen: 1) het vormen van confidentiality rings , 2) het opwerpen van mogelijke incidenten en 3) de verdere procesvoering. In deze rolbeschikking zal de rechtbank beslissingen nemen omtrent deze drie onderwerpen. 2 De procedures in zaak 1 2.1. Het verloop van de procedure tot nu toe blijkt uit: - de dagvaardingen van 12 februari 2025, - de akte overlegging producties van TotalEnergies, met producties 1 tot en met 10, - de brief van 19 augustus 2025 van Westlake namens alle gedaagden houdende een verzoek tot het bepalen van een regiezitting, - de brief van 27 augustus 2025 van TotalEnergies, - de rolbeslissing van 10 september 2025 waarbij het verzoek van gedaagden tot het houden van een regiezitting is toegewezen, - de brief van 10 september 2025 van TotalEnergies met ontbrekende betekeningsstukken, - de brief van 17 september 2025 van TotalEnergies met ontbrekende betekeningsstukken, - de uitlatingen van alle gedaagden op de rol van 24 september 2025, - de uitlating van TotalEnergies op de rol van 1 oktober 2025, - de uitlating van Westlake namens alle partijen op de rol van 15 oktober 2025. in zaak 2 2.2. Het verloop van de procedure tot nu toe blijkt uit: - de dagvaardingen van 19 mei 2025, - de akte overlegging producties van OMV, met producties 1 en 2. in zaak 3 2.3. Het verloop van de procedure tot nu toe blijkt uit: - de dagvaardingen van 11 juli 2025, - de akte overlegging producties een wijziging van eis van LyondellBasell, met producties 1 tot en met 12. in zaak 4 2.4. Het verloop van de procedure tot nu toe blijkt uit: - de dagvaardingen van 11 juli 2025, - de akte overlegging producties van OMV, met producties 1 tot en met 3. in alle zaken 2.5. Bij rolbeslissing van 8 oktober 2025 is in alle zaken een regiezitting bepaald. Daartoe zijn de zaken op de rol informeel gevoegd. Voornoemde regiezitting heeft op 26 januari 2026 plaatsgevonden. Alle partijen zijn vrijwillig op die zitting verschenen. 2.6. Van de regiezitting van 26 januari 2026 is een proces-verbaal opgemaakt.
Volledig
Aan dat proces-verbaal is op verzoek van partijen een door een professionele en onafhankelijke notulist opgesteld woordelijk verslag van de regiezitting gehecht. De in het proces-verbaal genoemde stukken behoren tot de dossiers. 2.7. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de regiezitting van 26 januari 2026 die zich in de dossiers bevinden. 2.8. Daarna is bepaald dat vandaag een rolbeschikking wordt uitgesproken. 3 De beoordeling in alle zaken Confidentiality rings 3.1. TotalEnergies heeft in haar dagvaarding voorgesteld in zaak 1 een confidentiality ring in te stellen op dezelfde voet als in een parallelle procedure tussen SCE en gedaagden (zaaknummer C/13/739736 / HA ZA 23-859). OMV, LyondellBasell en Borealis hebben in hun dagvaardingen (voorwaardelijke) incidentele vorderingen ingesteld ter instelling van confidentiality rings in respectievelijk zaken 2, 3 en 4. Ter onderbouwing van hun incidentele vorderingen hebben OMV, LyondellBasell en Borealis ook gewezen op de confidentiality ring zoals die is ingesteld in voornoemde parallelle procedure. 3.2. TotalEnergies, OMV, LyondellBasell en Borealis hebben toegelicht dat de achtergrond van hun voorstel althans incidenten is dat aan hun (eventuele) schadevergoedingsvorderingen gegevens ten grondslag liggen die (mogelijk) bedrijfsvertrouwelijke informatie bevatten en dat die in deze procedures aan een vertrouwelijkheidsregime moeten worden onderworpen, ook tegenover elkaar. 3.3. Gedaagden hebben zich tijdens de regiezitting uitgelaten over het voorstel van TotalEnergies en de incidenten van OMV, LyondellBasell en Borealis. 3.4. Tijdens de regiezitting zijn partijen overeengekomen dat per zaak een afzonderlijke confidentiality ring wordt ingesteld en dat in dat verband door eiseressen in iedere zaak een afzonderlijke dataroom wordt ingericht en vervolgens opengesteld aan gedaagden. Tot die datarooms zullen alleen de tot de confidentiality rings behorende personen – naar het voorbeeld van de zaak toegang krijgen. 3.5. Verder hebben partijen tijdens de regiezitting verklaard dat zij er vertrouwen in hebben dat zij in onderling overleg – naar het voorbeeld van de confidentiality ring die in een parallelle procedure tussen SCE en gedaagden is ingesteld – tot overeenstemming kunnen komen over de tot de confidentiality rings toe te laten personen, de daarin op te nemen stukken, alsook over de overige voorwaarden voor de confidentiality rings . 3.6. Indien partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen de (voorwaarden voor de) door hen te vormen confidentiality rings, kunnen zij zich in het kader van de door eiseressen daartoe gedane voorstellen althans opgeworpen incidenten tot de rechtbank wenden. 3.7. De rechtbank heeft tijdens de regiezitting reeds beslist dat de hiervoor in 3.4 bedoelde datarooms op 15 april 2026 moeten zijn opengesteld aan gedaagden. Gedaagden zullen op diezelfde datum een akte nemen waarin zij meedelen i) dat de datarooms aan de namens gedaagden voorgestelde personen zijn opengesteld, met opsomming van die personen en ii) welke documenten zich daarin bevinden. Het bepalen van de vertrouwelijkheidsvoorwaarden wordt vooralsnog aan partijen overgelaten. 3.8. De rechtbank acht het vooralsnog niet nodig om inzage te krijgen in de door eiseressen in te richten en open te stellen datarooms of in dat verband – zoals in de parallelle procedure tussen SCE en gedaagden is gebeurd – een digitale descente te gelasten. De rechtbank zal eventueel op een later moment in overleg met partijen een moment kiezen om inzage in voornoemde datarooms te krijgen. Incidenten 3.9. Tijdens de regiezitting heeft de rechtbank aan gedaagden gevraagd of zij voornemens zijn incidenten op te werpen. 3.10. Alle gedaagden hebben vrijwaringsincidenten en incidenten op grond van artikel 195 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: 195-incidenten) aangekondigd. 3.11. Celanese en Clariant hebben in hun spreekaantekeningen mogelijke tussenkomstincidenten aangekondigd. 3.12. Westlake heeft verklaard dat zij zich op dit moment beraadt over de vraag of zij een bevoegdheidsincident zal opwerpen. Celanese, Clariant en Vestolit hebben geen bevoegdheidsincidenten aangekondigd. 3.13. TotalEnergies heeft tijdens de regiezitting medegedeeld dat zij voornemens is haar eis in de hoofdzaak (zaak 1) te vermeerderen, nadat zij een expertiserapport heeft ontvangen over polyethyleenproducten (hierna: het polyethyleenrapport) van professor M.P. Schinkel (verbonden aan de Universiteit van Amsterdam). TotalEnergies heeft toegezegd dat zij het polyethyleenrapport uiterlijk twee maanden voor een in de incidenten te plannen mondelinge behandeling zal overleggen. TotalEnergies heeft verder verklaard dat gedaagden – indien zij die behoefte hebben naar aanleiding van het polyethyleenrapport – wat haar betreft de gelegenheid kunnen krijgen om in dat verband afzonderlijke 195-incidenten op te werpen. De rechtbank neemt dat over. 3.14. Eiseressen hebben tijdens de regiezitting nog gesteld dat wat hen betreft kan worden voort-geprocedeerd in de hoofdzaken, terwijl de incidenten worden behandeld. 3.15. De rechtbank volgt eiseressen daarin niet. Gedaagden hebben namelijk voldoende toegelicht dat het formuleren van hun conclusies van antwoord in de hoofdzaken afhankelijk kan zijn van de uitkomsten in de – door hen op te werpen – 195-incidenten. 3.16. De rechtbank overweegt verder als volgt. 3.17. Gedaagden worden in de gelegenheid gesteld om op de rol van 10 juni 2026 al hun incidenten bij incidentele conclusies in te dienen. Hiervan zijn uitgezonderd de hierna in 3.19 te noemen 195-incidenten in zaak 1. 3.18. Eiseressen worden vervolgens in de gelegenheid gesteld om op de rol van 5 augustus 2026 hun conclusies van antwoord in de incidenten in te dienen. 3.19. Indien die behoefte bestaat, zullen gedaagden de gelegenheid krijgen om in zaak 1 – naar aanleiding van het door TotalEnergies nog over te leggen polyethyleenrapport – afzonderlijke 195-incidenten op te werpen. De rechtbank bepaalt dat in geval dit rapport steunt op andere gegevens dan die al in de dataroom zijn opgenomen, TotalEnergies deze stukken per omgaande in haar dataroom dient op te nemen. De roldata voor het indienen van incidentele conclusies en de conclusie van antwoord in incident in dat verband, kunnen op dit moment nog niet worden bepaald, omdat onbekend is wanneer TotalEnergies het polyethyleenrapport zal overleggen. TotalEnergies heeft tijdens de regiezitting toegezegd dat zij het polyethyleenrapport zal overleggen uiterlijk twee maanden voorafgaand aan de in de incidenten te plannen mondelinge behandeling (zie hierna 3.23). Gelet daarop stelt de rechtbank in het vooruitzicht dat gedaagden – indien gewenst – de gelegenheid zullen krijgen om vier weken na de overlegging van het polyethyleenrapport door TotalEnergies een aanvullend verzoek tot inzage (aanvullend 195-incident) in te dienen, waarna TotalEnergies de gelegenheid krijgt om daarop binnen twee weken bij conclusie van antwoord in incident te reageren. Als dat incident wordt opgebracht, wordt het gelijktijdig met de andere 195-incidenten behandeld. 3.20. Gedaagden zullen in de eventueel door hen op te werpen incidenten zoveel mogelijk gemeenschappelijke standpunten formuleren. De in te dienen incidentele conclusies zullen maximaal 25 pagina’s mogen beslaan. In de incidentele conclusies zullen gedaagden aangeven tot waar de gemeenschappelijke standpunten zijn opgenomen en vanaf waar het partij-specifieke standpunten betreft. 3.21. De in te dienen conclusies van antwoord in de incidenten zullen ook maximaal 25 pagina’s mogen beslaan. Indien eiseressen in hun conclusies van antwoord in de incidenten ook gemeenschappelijke standpunten innemen, zullen zij daarin ook aangeven tot waar die gemeenschappelijke standpunten zijn opgenomen en vanaf waar het partij-specifieke standpunten betreft. 3.22. Partijen mogen in hun incidentele conclusies en conclusies van antwoord in incident de voor de incidenten relevante (Europese en nationale) jurisprudentie als bij de rechtbank bekend veronderstellen, zodat die jurisprudentie niet uitvoerig hoeft te worden uitgelegd.