Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-01-30
ECLI:NL:RBAMS:2026:2210
RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11301251 \ CV EXPL 24-11615 Vonnis van 30 januari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DIRECTLEASE B.V. , gevestigd te Hengelo, eisende partij, gemachtigde: Flanderijn & Van Eck Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 24 september 2024, met producties, - het tegen gedaagde partij verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.1. Eisende partij stelt een vordering op gedaagde partij te hebben, bestaande uit € 4.100,64 aan hoofdsom, € 535,06 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 282,78 aan rente. Om haar moverende redenen beperkt eisende partij de vordering tot een bedrag van € 500,00 onder uitdrukkelijke reservering van het meerdere. 2.2. Naar vast beleid wordt de vordering wel volledig beoordeeld, ook bij een beperking van de vordering tot € 500,00. 2.3. De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). 2.4. Eisende partij stelt dat tussen partijen een leaseovereenkomst heeft bestaan met betrekking tot een auto. De leaseovereenkomst is op afstand gesloten in 2020. De overeengekomen looptijd is 36 maanden. Op de leaseovereenkomst zijn van toepassing verklaard algemene voorwaarden keurmerk private lease (hierna: AV Keurmerk), aanvullende voorwaarden en een innameprotocol. 2.5. Eisende partij stelt aan haar informatieplichten te hebben voldaan en verwijst onder meer naar schermafdrukken van het bestelproces op haar website. Online wordt eerst een aanvraag gedaan. Daarna heeft gedaagde partij twee e-mails ontvangen, een met een samenvatting van de aanvraag en een met een verzoek tot aanlevering van bepaalde gegevens. Vervolgens wordt een lease-check uitgevoerd en is telefonisch contact met gedaagde partij opgenomen om alles te bespreken. Gedaagde partij heeft daarna een e-mail ontvangen met de te ondertekenen overeenkomst en de algemene voorwaarden. Pas nadat eisende partij deze (digitaal) ondertekende overeenkomst retour heeft gekregen, is de overeenkomst tot stand gekomen. 2.6. Eisende partij stelt de overeenkomst te hebben beëindigd vanwege wanbetaling. Dat is gedaan bij e-mail van 21 juli 2023. Deze beëindiging is gegrond op artikel 50 en 22 van de algemene voorwaarden. 2.7. De vordering bestaat volgens eisende partij uit facturen met betrekking tot eigen risico in verband met geconstateerde schade aan de auto, kosten voor vervangend vervoer, onbetaald gelaten leasetermijnen, een kilometerafrekening, een doorbelaste parkeerboete, kosten voor een recherchebureau omdat gedaagde partij de auto niet vrijwillig inleverde en een beëindigingsvergoeding. 2.8. Eisende partij heeft voldoende gesteld over de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen en hoe is voldaan aan de informatieplichten. Sprake is van een overeenkomst op afstand, zodat de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing zijn. De meeste essentiële informatie als bedoeld in dat artikel is opgenomen in de overeenkomst, met uitzondering van informatie over het ontbindingsrecht. Weliswaar stelt eisende partij dat de auto op maat wordt gemaakt naar de keuze van gedaagde partij en daarom geen ontbindingsrecht bestaat, maar die uitzondering (als bedoeld in artikel 6:230p sub f, onder 1 BW) gaat in dit geval niet op. In de richtlijn is bepaald dat de betreffende uitzondering restrictief moet worden uitgelegd en niet geldt als de consument de keuze heeft tussen verschillende geprefabriceerde op Dit beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling, want daarin is bepaald dat een tekortkoming ontbinding ook moet rechtvaardigen. Daar zit een bepaalde redelijkheidstoets in, die het beding niet kent. Integendeel, op grond van het beding kan eisende partij bij het onbetaald laten van een leasetermijn of andere bedragen direct tot ontbinding overgaan en een ontbindingsvergoeding in rekening brengen, ook als zo’n ontbinding met haar gevolgen, gelet op de geringe aard van de tekortkoming, niet gerechtvaardigd zou zijn. Weliswaar staat in artikel 50 van de AV Keurmerk dat eisende partij gebruik kan maken van de wettelijke ontbindingsmogelijkheden, maar in het beding is niet opgenomen dat ook gebruik moet worden gemaakt van de wettelijke vereisten in het kader van ontbinding. Dat maakt het beding oneerlijk, zodat het buiten toepassing moet worden gelaten. 2.17. Gelet op de arresten genoemd in overweging 2.11, is voor ontbinding dan ook geen ruimte. Gevolg daarvan is dat eisende partij, door de auto binnen de overeengekomen minimale duur van de lease in te laten nemen, zich schuldig heeft gemaakt aan schuldeisersverzuim door het huurgenot niet langer te verstrekken. Geoordeeld wordt dat gedaagde partij daarom geen beëindigingsvergoeding verschuldigd is. Evenmin kan eisende partij de gemaakte kosten in verband met het terugnemen van de auto bij gedaagde partij in rekening brengen, nog daargelaten dat gedaagde partij blijkens de e-mail van 21 juli 2023, waarnaar eisende partij verwijst in het kader van de ontbinding, niet in de gelegenheid is gesteld om de auto zonder bijkomende kosten vrijwillig in te leveren. Evenmin zijn de gefactureerde kosten die daarmee verband houden aangezegd. 2.18. Het gevorderde bedrag aan eigen risico is gebaseerd op artikel 25 en 26 AV Keurmerk. Daarin is bepaald dat eisende partij per schadegeval maximaal het overeengekomen bedrag aan eigen risico bij gedaagde partij in rekening mag brengen, of zoveel minder als de schade lager is. Verder is van belang artikel 62 van de AV Keurmerk, waarin wordt verwezen naar het Innameprotocol. In het Innameprotocol staat aan de hand van voorbeelden en foto’s uitgebreid beschreven welke (typen) schades wel en niet acceptabel zijn. De bedingen zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. 2.19. De gestelde schade heeft eisende partij onderbouwd met een inspectierapport. Uit dit rapport volgt echter dat de aan gedaagde partij door te belasten herstelkosten € 160,00 bedragen. Eisende partij heeft echter € 300,00 bij gedaagde partij in rekening gebracht. Dat is in strijd met het bepaalde in artikel 25 en 26 AV Keurmerk (zie vorige overweging). Zonder nadere toelichting hierover, die ontbreekt, komt het meerdere boven € 160,00 ongegrond voor. 2.20. Onderdeel van de vordering is ook een doorbelaste parkeerboete. Dat kan op grond van artikel 44 AV Keurmerk. Dit artikel luidt: U bent aansprakelijk voor alle boetes, naheffingsaanslagen parkeerbelasting en de gevolgen van andere maatregelen in verband met het gebruik van het voertuig. Dat geldt ook als de boetes en dergelijke aan de leasemaatschappij worden opgelegd omdat het kenteken op haar naam staat. In de Aanvullende voorwaarden is vermeld hoe de boetes worden afgehandeld. De leasemaatschappij kan een bedrag aan administratiekosten in rekening brengen voor de behandeling van bekeuringen en dergelijke. Het bedrag daarvan wordt in de leaseovereenkomst vermeld. 2.21. Door de formulering van het beding moet de consument eisende partij altijd schadeloos stellen en de bijkomende kosten vergoeden, soms vermeerderd met administratiekosten, óók als zo’n schadeloosstelling of kosten normaliter niet voor de consument behoren te komen en ook als de boete onterecht blijkt te zijn. Daardoor wordt het evenwicht ten nadele van de consument aanzienlijk verstoord. Bovendien blijkt uit het beding niet dat de consument nog een mogelijkheid krijgt om bezwaar te maken. Dit geldt temeer nu veelal een moge