Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-19
ECLI:NL:RBAMS:2026:2202
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,698 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:2202 text/xml public 2026-03-30T11:46:32 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-19 11441822 CV EXPL 24-15685 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Schadevergoedingsuitspraak NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2202 text/html public 2026-03-30T11:44:59 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2202 Rechtbank Amsterdam , 19-02-2026 / 11441822 CV EXPL 24-15685 luchtvaart, Verordening 261/2004, vervoerder niet voldaan aan informatieplicht, meerkosten treinticket toewijsbaar. vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 11441822 CV EXPL 24-15685 vonnis van: 19 februari 2026 fno.: 569 vonnis van de kantonrechter I n z a k e 1. [eiser 1] 2. [eiser 2] 3. [eiser 3] 4. [eiser 4] 5. [eiser 5] 6. [eiser 6] 7. [eiser 7] allen woonplaats kiezende te [woonplaats] eisers nader te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R. Bos t e g e n de vennootschap naar buitenlands recht Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen gedaagde nader te noemen: de vervoerder gemachtigde: mrs. J. Nooij en N. van der Graaf. VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE Op 24 april 2025 is in deze zaak een tussenvonnis, tevens vonnis in het incident gewezen. Vervolgens zijn ingediend: - een conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis - een conclusie van dupliek Tot slot is vonnis bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast: 1.1. De passagiers hebben via de Budgetair een vliegreis geboekt van [vertrekplaats] (Servië en Montenegro) naar [bestemming] via [tussenstop] , uit te voeren door de vervoerder op [datum 1] 2023 met aankomst te [bestemming] om [aankomsttijd 3] uur. 1.2. De vlucht is de dag van vertrek geannuleerd. 1.3. De passagiers hebben zelf alternatief vervoer via trein geregeld en zijn op [datum 2] 2023 gearriveerd te [bestemming] . De totale kosten van het treinticket bedroegen € 1.256,45. 1.4. In het Passenger Name Record (PNR) is ter zake van de passagiers opgenomen: ‘AS [vluchtnummer 1] Y [datum 2] [vluchtroute 1] LK7 [vertrektijd 1] [aankomsttijd 1] AS [vluchtnummer 2] Y [datum 2] [vluchtroute 2] LK7 [vertrektijd 2] [aankomsttijd 2] XS [vluchtnummer 1] XS [vluchtnummer 2] ’ 1.5. De gemachtigde van de passagiers heeft de vervoerder op 29 december 2023 schriftelijk gesommeerd tot betaling van onder meer de kosten van het treinticket binnen 21 dagen, ingaande de dag na de sommatie, bij gebreke waarvan daarover wettelijke rent wordt gevorderd. Vordering en verweer 2. De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van: a. € 3.656,45 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de geannuleerde vlucht althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel dagvaarding tot de algehele voldoening; b. € 530,64 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente; c. de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis; 3. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De vervoerder dient de passagiers te compenseren conform artikel 7 van de Verordening gelet op de duur van de vertraging. 4. De passagiers stellen voorts dat de vervoerder vanwege het niet aanbieden van alternatief vervoer tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen die volgen uit artikel van de Verordening. De vervoerder heeft geen redelijke maatregelen getroffen ter beperking van de vertraging op de eindbestemming. De vervoerder heeft geen alternatief vervoer aangeboden. De passagiers hebben zelf een alternatief vervoer moeten boeken. De kosten daarvan komen voor rekening van de vervoerder. Daarvan kan worden afgetrokken € 750,00 ter zake van het niet genoten deel van de vliegreis, dat ook dient te worden gerestitueerd. 5. De vervoerder betwist de vordering en voert verweer. De vervoerder erkent dat de passagiers recht hebben op de forfaitair gevorderde compensatie. Aan één passagier, [eiser 3] , is dit bedrag reeds uitgekeerd. De vervoerder betwist dat de passagiers geen alternatief vervoer is aangeboden. De vervoerder heeft vluchten aangeboden die dezelfde dag om 22:10 zouden aankomen. Dit is opgenomen in het PNR. AS staat voor Added Segment, XS staat voor Removed Segment. Dat betekent dat de aangeboden vluchten niet zijn aanvaard. De passagiers zijn deugdelijk geïnformeerd. Een omboeking wordt automatisch verzonden naar het correspondentieadres (lees e-mailadres) waarmee de boeking is verricht. Het e-mail adres is door de passagiers zelf opgegeven. De vervoerder is bereid om de ticketkosten van het niet genoten deel van de reis te restitueren. Dit is een bedrag van € 650,00. 6. De overige stellingen en verweren komen voor zover van belang bij de beoordeling aan de orde. Beoordeling Redelijke maatregelen Forfaitaire compensatie 7. Niet in geschil is dat de vervoerder wegens de vertraging forfaitaire compensatie is verschuldigd. Deze bedraagt € 2.800,00. Daarvan is reeds € 400,00 betaald. Toewijsbaar is € 2.400,00. De gevorderde wettelijke rente daarover zal worden toegewezen als gevorderd. Het betreft immers een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, die gelet op artikel 6:83 sub b Burgerlijk Wetboek (BW) terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. En dat moment is de datum van de geannuleerde vlucht. Overige compensatie/meerprijs ticket Informatieplicht Hof van Justitie van de EU 8. De vervoerder heeft, los van een beroep op een buitengewone omstandigheid, altijd de plicht om de passagiers op hun rechten te wijzen op grond van de Verordening, zoals opgenomen in artikel 8 en 9, zodat zij hun rechten doeltreffend kunnen uitoefenen (zie in die zin arresten van 29 juli 2019, Rusu, C-354/18, EU:C:2019:637, punten 53 en 54, en 21 december 2021, Azurair e.a., C-146/20, C-188/20, C-196/20 en C-270/20, EU:C:2021:1038, punten 99 en 100). Dit recht van de passagiers om de noodzakelijke gegevens te verkrijgen om een juiste en weloverwogen keuze te kunnen maken, brengt voor hen geen enkele verplichting met zich om zelf actief de informatie in te winnen die deel zou moeten uitmaken van het voorstel van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren (arrest van 29 juli 2019, Rusu, C-354/18, EU:C:2019:637, punt 55). Tevens dient de luchtvaartmaatschappij de passagiers naar behoren te informeren wanneer een alternatief reisplan niet mogelijk is. 9. De vervoerder dient in beginsel de passagiers rechtstreeks te informeren indien er bij een tussenpersoon is geboekt. (Hvj EU, Airhelp vs Laudamotion, 21 december 2021 en AB vs Ryanair, 27 september 2022, ECLI:EU:C:2021:1039). 10. De passagiers kunnen op basis van hetgeen in de artikelen 8 en 9 van de Verordening is bepaald, aanspraak maken op compensatie wanneer de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren de krachtens deze artikelen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen (HvJ EU 13 oktober 2011, [naam] e.a., C-83/10, EU:C:2011:652). 11. Die compensatie is evenwel beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van elk geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren goed te maken (zie naar analogie HvJ EU, 22 april 2021, Austrian Airlines, C-826/19, EU:C:2021:318, punt 73 en HvJ EU, 08 juni 2023, nr. C-49/22). Richtsnoeren voor de interpretatie van Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad Onder punt 4.2.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:2202 text/xml public 2026-03-30T11:46:32 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-19 11441822 CV EXPL 24-15685 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Schadevergoedingsuitspraak NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:2202 text/html public 2026-03-30T11:44:59 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:2202 Rechtbank Amsterdam , 19-02-2026 / 11441822 CV EXPL 24-15685 luchtvaart, Verordening 261/2004, vervoerder niet voldaan aan informatieplicht, meerkosten treinticket toewijsbaar. vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 11441822 CV EXPL 24-15685 vonnis van: 19 februari 2026 fno.: 569 vonnis van de kantonrechter I n z a k e 1. [eiser 1] 2. [eiser 2] 3. [eiser 3] 4. [eiser 4] 5. [eiser 5] 6. [eiser 6] 7. [eiser 7] allen woonplaats kiezende te [woonplaats] eisers nader te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R. Bos t e g e n de vennootschap naar buitenlands recht Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft gevestigd te Keulen gedaagde nader te noemen: de vervoerder gemachtigde: mrs. J. Nooij en N. van der Graaf. VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE Op 24 april 2025 is in deze zaak een tussenvonnis, tevens vonnis in het incident gewezen. Vervolgens zijn ingediend: - een conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis - een conclusie van dupliek Tot slot is vonnis bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast: 1.1. De passagiers hebben via de Budgetair een vliegreis geboekt van [vertrekplaats] (Servië en Montenegro) naar [bestemming] via [tussenstop] , uit te voeren door de vervoerder op [datum 1] 2023 met aankomst te [bestemming] om [aankomsttijd 3] uur. 1.2. De vlucht is de dag van vertrek geannuleerd. 1.3. De passagiers hebben zelf alternatief vervoer via trein geregeld en zijn op [datum 2] 2023 gearriveerd te [bestemming] . De totale kosten van het treinticket bedroegen € 1.256,45. 1.4. In het Passenger Name Record (PNR) is ter zake van de passagiers opgenomen: ‘AS [vluchtnummer 1] Y [datum 2] [vluchtroute 1] LK7 [vertrektijd 1] [aankomsttijd 1] AS [vluchtnummer 2] Y [datum 2] [vluchtroute 2] LK7 [vertrektijd 2] [aankomsttijd 2] XS [vluchtnummer 1] XS [vluchtnummer 2] ’ 1.5. De gemachtigde van de passagiers heeft de vervoerder op 29 december 2023 schriftelijk gesommeerd tot betaling van onder meer de kosten van het treinticket binnen 21 dagen, ingaande de dag na de sommatie, bij gebreke waarvan daarover wettelijke rent wordt gevorderd. Vordering en verweer 2. De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van: a. € 3.656,45 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de geannuleerde vlucht althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel dagvaarding tot de algehele voldoening; b. € 530,64 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente; c. de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis; 3. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De vervoerder dient de passagiers te compenseren conform artikel 7 van de Verordening gelet op de duur van de vertraging. 4. De passagiers stellen voorts dat de vervoerder vanwege het niet aanbieden van alternatief vervoer tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen die volgen uit artikel van de Verordening. De vervoerder heeft geen redelijke maatregelen getroffen ter beperking van de vertraging op de eindbestemming. De vervoerder heeft geen alternatief vervoer aangeboden. De passagiers hebben zelf een alternatief vervoer moeten boeken. De kosten daarvan komen voor rekening van de vervoerder. Daarvan kan worden afgetrokken € 750,00 ter zake van het niet genoten deel van de vliegreis, dat ook dient te worden gerestitueerd. 5. De vervoerder betwist de vordering en voert verweer. De vervoerder erkent dat de passagiers recht hebben op de forfaitair gevorderde compensatie. Aan één passagier, [eiser 3] , is dit bedrag reeds uitgekeerd. De vervoerder betwist dat de passagiers geen alternatief vervoer is aangeboden. De vervoerder heeft vluchten aangeboden die dezelfde dag om 22:10 zouden aankomen. Dit is opgenomen in het PNR. AS staat voor Added Segment, XS staat voor Removed Segment. Dat betekent dat de aangeboden vluchten niet zijn aanvaard. De passagiers zijn deugdelijk geïnformeerd. Een omboeking wordt automatisch verzonden naar het correspondentieadres (lees e-mailadres) waarmee de boeking is verricht. Het e-mail adres is door de passagiers zelf opgegeven. De vervoerder is bereid om de ticketkosten van het niet genoten deel van de reis te restitueren. Dit is een bedrag van € 650,00. 6. De overige stellingen en verweren komen voor zover van belang bij de beoordeling aan de orde. Beoordeling Redelijke maatregelen Forfaitaire compensatie 7. Niet in geschil is dat de vervoerder wegens de vertraging forfaitaire compensatie is verschuldigd. Deze bedraagt € 2.800,00. Daarvan is reeds € 400,00 betaald. Toewijsbaar is € 2.400,00. De gevorderde wettelijke rente daarover zal worden toegewezen als gevorderd. Het betreft immers een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, die gelet op artikel 6:83 sub b Burgerlijk Wetboek (BW) terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. En dat moment is de datum van de geannuleerde vlucht. Overige compensatie/meerprijs ticket Informatieplicht Hof van Justitie van de EU 8. De vervoerder heeft, los van een beroep op een buitengewone omstandigheid, altijd de plicht om de passagiers op hun rechten te wijzen op grond van de Verordening, zoals opgenomen in artikel 8 en 9, zodat zij hun rechten doeltreffend kunnen uitoefenen (zie in die zin arresten van 29 juli 2019, Rusu, C-354/18, EU:C:2019:637, punten 53 en 54, en 21 december 2021, Azurair e.a., C-146/20, C-188/20, C-196/20 en C-270/20, EU:C:2021:1038, punten 99 en 100). Dit recht van de passagiers om de noodzakelijke gegevens te verkrijgen om een juiste en weloverwogen keuze te kunnen maken, brengt voor hen geen enkele verplichting met zich om zelf actief de informatie in te winnen die deel zou moeten uitmaken van het voorstel van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren (arrest van 29 juli 2019, Rusu, C-354/18, EU:C:2019:637, punt 55). Tevens dient de luchtvaartmaatschappij de passagiers naar behoren te informeren wanneer een alternatief reisplan niet mogelijk is. 9. De vervoerder dient in beginsel de passagiers rechtstreeks te informeren indien er bij een tussenpersoon is geboekt. (Hvj EU, Airhelp vs Laudamotion, 21 december 2021 en AB vs Ryanair, 27 september 2022, ECLI:EU:C:2021:1039). 10. De passagiers kunnen op basis van hetgeen in de artikelen 8 en 9 van de Verordening is bepaald, aanspraak maken op compensatie wanneer de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren de krachtens deze artikelen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen (HvJ EU 13 oktober 2011, [naam] e.a., C-83/10, EU:C:2011:652). 11. Die compensatie is evenwel beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van elk geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren goed te maken (zie naar analogie HvJ EU, 22 april 2021, Austrian Airlines, C-826/19, EU:C:2021:318, punt 73 en HvJ EU, 08 juni 2023, nr. C-49/22). Richtsnoeren voor de interpretatie van Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad Onder punt 4.2.
Volledig
Recht op terugbetaling, herroutering of herboeking bij instapweigering of annulering, is opgenomen 12. ‘ ‘De luchtvaartmaatschappij moet tegelijk de keuze tussen terugbetaling en een andere vlucht aanbieden. In het geval van aansluitende vluchten moet de luchtvaartmaatschappij tegelijk de keuze aanbieden tussen enerzijds terugbetaling en een terugvlucht naar de luchthaven van vertrek en anderzijds een andere vlucht. De luchtvaartmaatschappij moet de kosten dragen voor de andere vlucht of de terugvlucht en moet de door de passagier gemaakt kosten voor de vlucht terugbetalen als de luchtvaartmaatschappij haar verplichting om bij de eerste gelegenheid en onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden een andere vlucht of een terugvlucht aan te bieden, niet nakomt. Wanneer de luchtvaartmaatschappij de keuze tussen terugbetaling en een andere vlucht en, in het geval van aansluitende vluchten, enerzijds terugbetaling en een terugvlucht naar de luchthaven van vertrek en anderzijds een andere vlucht, niet aanbiedt, maar eenzijdig beslist de passagier terug te betalen, heeft deze laatste recht op een verdere terugbetaling van het prijsverschil met het nieuwe ticket onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden.’ Toepassing op het onderhavige geval 13. De vervoerder dient de passagiers rechtstreeks te informeren. De enkele stelling dat dit is gebeurd zoals de vervoerder heeft meegedeeld is daartoe onvoldoende gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de passagiers. De vervoerder heeft deze stelling niet onderbouwd en de opname in het PNR zegt niets over de informatieverstrekking jegens de passagiers. Daarbij is de boeking verricht via Budgetair zodat het ook nog mogelijk is dat de e-mails ter zake van de alternatieve vluchten aan Budgetair zijn gezonden. Tot slot is niet meegedeeld wanneer de passagiers zouden zijn geïnformeerd, hetgeen onder meer van belang is nu de vervangende vluchten, anders dan de vervoerder stelt, niet dezelfde dag als die van de geannuleerde vlucht maar de dag daarna zouden vertrekken. 13. De vervoerder heeft de passagiers de in artikel 8 lid 1 onder b van de Verordening bedoelde keuze derhalve niet op het moment van annuleren van de vlucht geboden. 13. Dat betekent dat de passagiers op goede gronden zelf vervangend vervoer hebben verzorgd. De meerkosten daarvan komen voor rekening van de vervoerder en die zijn, gelet op hetgeen in rekening is gebracht, noodzakelijk, passend en redelijk. 13. De passagier past een berekening toe waarbij een bedrag wordt afgetrokken van deze meerkosten dat dan in de vorm van restitutie van het niet genoten deel van de reis aan de passagiers dient te worden uitgekeerd. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Nu niet gebleken is dat er een restitutie heeft plaatsgevonden is op grond van het voorgaande toewijsbaar € 1.256,45. De vervoerder mag, indien hij reeds een deel van de kosten heeft gerestitueerd te zake van het niet genoten deel van de vliegreis, dat deel in mindering laten strekken op hetgeen wordt toegewezen. 13. De over de hoofdsom gevorderde rente is eveneens toewijsbaar. De vervoerder heeft niet voldaan aan de sommatie van 29 december 2023 en is in verzuim vanaf 20 januari 2024. De rente is toewijsbaar 20 januari 2024. Buitengerechtelijke kosten 18. De passagiers hebben niet aangetoond dat er meer dan een enkele standaardbrief aan de vervoerder is verzonden. Daarnaast hebben de passagiers naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd gesteld dat de gemaakte kosten betrekking hebben op andere werkzaamheden dan die ter instructie van de zaak of ter voorbereiding van de procedure. De passagiers hebben derhalve onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd dat er kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 BW. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. Proceskosten 19. Bij deze uitkomst wordt de vervoerder veroordeeld in de proceskosten als hierna te melden. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 3.656,45 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf [datum 1] 2023 tot aan de algehele voldoening en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.256,45 vanaf 20 januari 2024 tot aan de algehele voldoening; veroordeelt de vervoerder in de proceskosten, aan de zijde van de passagiers tot op heden begroot op: -griffierecht: € 248,00 -exploot: € 135,97 -salaris: € 506,00 -------------- totaal: € 889,97 inclusief eventueel verschuldigde btw en te vermeerderen met de wettelijke rente over de vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis tot de algehele voldoening; veroordeelt de vervoerder tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw; veroordeelt de vervoerder tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de vervoerder niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II, en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledig
Recht op terugbetaling, herroutering of herboeking bij instapweigering of annulering, is opgenomen 12. ‘ ‘De luchtvaartmaatschappij moet tegelijk de keuze tussen terugbetaling en een andere vlucht aanbieden. In het geval van aansluitende vluchten moet de luchtvaartmaatschappij tegelijk de keuze aanbieden tussen enerzijds terugbetaling en een terugvlucht naar de luchthaven van vertrek en anderzijds een andere vlucht. De luchtvaartmaatschappij moet de kosten dragen voor de andere vlucht of de terugvlucht en moet de door de passagier gemaakt kosten voor de vlucht terugbetalen als de luchtvaartmaatschappij haar verplichting om bij de eerste gelegenheid en onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden een andere vlucht of een terugvlucht aan te bieden, niet nakomt. Wanneer de luchtvaartmaatschappij de keuze tussen terugbetaling en een andere vlucht en, in het geval van aansluitende vluchten, enerzijds terugbetaling en een terugvlucht naar de luchthaven van vertrek en anderzijds een andere vlucht, niet aanbiedt, maar eenzijdig beslist de passagier terug te betalen, heeft deze laatste recht op een verdere terugbetaling van het prijsverschil met het nieuwe ticket onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden.’ Toepassing op het onderhavige geval 13. De vervoerder dient de passagiers rechtstreeks te informeren. De enkele stelling dat dit is gebeurd zoals de vervoerder heeft meegedeeld is daartoe onvoldoende gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de passagiers. De vervoerder heeft deze stelling niet onderbouwd en de opname in het PNR zegt niets over de informatieverstrekking jegens de passagiers. Daarbij is de boeking verricht via Budgetair zodat het ook nog mogelijk is dat de e-mails ter zake van de alternatieve vluchten aan Budgetair zijn gezonden. Tot slot is niet meegedeeld wanneer de passagiers zouden zijn geïnformeerd, hetgeen onder meer van belang is nu de vervangende vluchten, anders dan de vervoerder stelt, niet dezelfde dag als die van de geannuleerde vlucht maar de dag daarna zouden vertrekken. 13. De vervoerder heeft de passagiers de in artikel 8 lid 1 onder b van de Verordening bedoelde keuze derhalve niet op het moment van annuleren van de vlucht geboden. 13. Dat betekent dat de passagiers op goede gronden zelf vervangend vervoer hebben verzorgd. De meerkosten daarvan komen voor rekening van de vervoerder en die zijn, gelet op hetgeen in rekening is gebracht, noodzakelijk, passend en redelijk. 13. De passagier past een berekening toe waarbij een bedrag wordt afgetrokken van deze meerkosten dat dan in de vorm van restitutie van het niet genoten deel van de reis aan de passagiers dient te worden uitgekeerd. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Nu niet gebleken is dat er een restitutie heeft plaatsgevonden is op grond van het voorgaande toewijsbaar € 1.256,45. De vervoerder mag, indien hij reeds een deel van de kosten heeft gerestitueerd te zake van het niet genoten deel van de vliegreis, dat deel in mindering laten strekken op hetgeen wordt toegewezen. 13. De over de hoofdsom gevorderde rente is eveneens toewijsbaar. De vervoerder heeft niet voldaan aan de sommatie van 29 december 2023 en is in verzuim vanaf 20 januari 2024. De rente is toewijsbaar 20 januari 2024. Buitengerechtelijke kosten 18. De passagiers hebben niet aangetoond dat er meer dan een enkele standaardbrief aan de vervoerder is verzonden. Daarnaast hebben de passagiers naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd gesteld dat de gemaakte kosten betrekking hebben op andere werkzaamheden dan die ter instructie van de zaak of ter voorbereiding van de procedure. De passagiers hebben derhalve onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd dat er kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 BW. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. Proceskosten 19. Bij deze uitkomst wordt de vervoerder veroordeeld in de proceskosten als hierna te melden. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 3.656,45 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf [datum 1] 2023 tot aan de algehele voldoening en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.256,45 vanaf 20 januari 2024 tot aan de algehele voldoening; veroordeelt de vervoerder in de proceskosten, aan de zijde van de passagiers tot op heden begroot op: -griffierecht: € 248,00 -exploot: € 135,97 -salaris: € 506,00 -------------- totaal: € 889,97 inclusief eventueel verschuldigde btw en te vermeerderen met de wettelijke rente over de vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis tot de algehele voldoening; veroordeelt de vervoerder tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw; veroordeelt de vervoerder tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de vervoerder niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II, en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.