Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-01-29
ECLI:NL:RBAMS:2026:1907
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,044 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1907 text/xml public 2026-03-06T19:39:52 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-29 C/13/781500 / FA RK 26/135 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1907 text/html public 2026-03-04T15:49:59 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1907 Rechtbank Amsterdam , 29-01-2026 / C/13/781500 / FA RK 26/135 Verzocht om afwijzing vanwege disproportionaliteit, ZM toegewezen als verzocht. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/781500 / FA RK 26/135 kenmerk: ZM/IND/187830 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 29 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] (Eritrea), wonende te [woonplaats 1] , [adres] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. L.M.F. Aarts te Amsterdam, zorgaanbieder: GGZ inGeest. 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 januari 2026. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 januari 2026 in het gebouw van de rechtbank. Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door een telefonische tolk in de taal Tigrinja; - de raadsvrouw; - mw. [persoon 1] , psychiater; - dhr. [persoon 2] , GGZ-agoog. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis, waarschijnlijk in het kader van schizofrenie. 2.2. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 2.3. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 2.4. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid ( telkens voor maximaal acht weken ); insluiten ( telkens voor maximaal één week ); uitoefenen van toezicht op betrokkene ( telkens voor maximaal één week ); onderzoek aan kleding of lichaam ( telkens voor maximaal acht weken ); onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen ( telkens voor maximaal acht weken ); controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen ( telkens voor maximaal acht weken ); aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie ( telkens voor maximaal acht weken ). 2.5. De raadsvrouw heeft namens betrokkene primair verzocht het verzoek af te wijzen omdat niet voldaan is aan de wettelijke criteria. Er is onvoldoende aandacht besteed aan de actuele situatie van betrokkene. Het gaat nu goed met betrokkene en er zijn geen incidenten meer geweest. De maatregel gaat te ver en de grondslag voor deze ingrijpende vormen van verplichte zorg ontbreekt. Ondanks dat betrokkene de medicatie niet wil, betekent het niet dat andere vrijwillige zorg is uitgesloten. Het verzoek is ook buiten proportioneel omdat het volledige dwangspectrum is aangevraagd, zonder dat is onderbouwd voor welke zorgvorm actuele noodzaak bestaat. Het voorstel namens betrokkene is om bij de verplichte zorg van medicatie op te nemen dat dit pas wordt ingezet zodra er sprake is van beginnende psychotische klachten. Daarnaast is ook de duur van twaalf maanden disproportioneel en staat niet in verhouding tot de zorg die geboden moet worden. Het subsidiaire verzoek is ook om de machtiging aanzienlijk in duur te beperken tot drie of zes maanden. De psychiater heeft aangegeven dat het beter met betrokkene gaat maar dat het komt sinds hij medicatie gebruikt. Hij is vriendelijk en komt zijn afspraken na. De agressie die betrokkene vertoonde kwam voort uit een psychose, behandeling daarvan is belangrijk. Ook al is de psychose nu weg, dan kan het terugkomen als het niet behandeld zou worden. Betrokkene is gevoelig voor een psychose, zeker nu hij dakloos is en in een opvang slaapt. Het is lastig te zeggen hoe lang het nodig is. Het is verstandig om medicatie voor een langere tijd te blijven gebruiken, zeker zolang betrokkene nog dakloos is en geen werk heeft. Hoe langer betrokkene stabiel is, hoe meer veranderd kan worden. Een kortere duur van de machtiging is niet wenselijk gelet op de huisvesting in [woonplaats 2] . Het zoeken naar een plek duurt heel lang. Er is nu geen zicht op een woning en met een kortere duur moet over 4 maanden weer bekeken worden of er wel of niet een zorgmachtiging nodig is, dat geeft weer stress. De GGZ-agoog heeft aangegeven dat, voordat zij betrokken raakte, zij de meldingen van de GGD hebben gehoord. Er is vanuit zijn psychose een ernstig geweldsincident geweest met buren. Hij is daardoor zijn huis kwijt geraakt. Hij had een eigen woning, maar die is opgezegd en de rechter heeft die opzegging goedgekeurd. Samen met de GGD zijn we bezig met nieuwe woonplek. Gelet op de voorgeschiedenis, helpt het als betrokkene goed in behandeling is zodat hij ook daadwerkelijk kans heeft op een nieuwe woning. De rechtbank overweegt als volgt: uit de overlegde stukken en wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat de behandeling met medicatie in verhouding staat tot het doel waarvoor deze wordt ingezet, namelijk de stabilisatie en het behoud van een stabiel toestandsbeeld en voorkomen van psychoses en het daarmee afwenden van ernstig nadeel. Gelet op het belang om medicatie inname bij betrokkene en de mogelijke hulp rondom de huisvesting van betrokkene is de rechtbank van oordeel dat op goede gronden medicatie en ook de verplichte zorg wordt verleend en dat wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben, betrokkene wil niet vrijwillig in behandeling; hij ziet het nut van de medicatie niet in. De duur van de machtiging is noodzakelijk gelet op de door de arts ter zitting aangedragen redenen. Er is geen aanleiding om de verplichte medicatie te beperken tot de situatie waarin betrokkene psychotisch zou worden. Het doel van de medicatie is juist om pschoses, en daaruit voortvloeiend ernstig nadeel, te voorkomen. 2.7.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1907 text/xml public 2026-03-06T19:39:52 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-29 C/13/781500 / FA RK 26/135 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1907 text/html public 2026-03-04T15:49:59 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1907 Rechtbank Amsterdam , 29-01-2026 / C/13/781500 / FA RK 26/135 Verzocht om afwijzing vanwege disproportionaliteit, ZM toegewezen als verzocht. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/781500 / FA RK 26/135 kenmerk: ZM/IND/187830 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 29 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] (Eritrea), wonende te [woonplaats 1] , [adres] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. L.M.F. Aarts te Amsterdam, zorgaanbieder: GGZ inGeest. 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 januari 2026. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 januari 2026 in het gebouw van de rechtbank. Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door een telefonische tolk in de taal Tigrinja; - de raadsvrouw; - mw. [persoon 1] , psychiater; - dhr. [persoon 2] , GGZ-agoog. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis, waarschijnlijk in het kader van schizofrenie. 2.2. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 2.3. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 2.4. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid ( telkens voor maximaal acht weken ); insluiten ( telkens voor maximaal één week ); uitoefenen van toezicht op betrokkene ( telkens voor maximaal één week ); onderzoek aan kleding of lichaam ( telkens voor maximaal acht weken ); onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen ( telkens voor maximaal acht weken ); controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen ( telkens voor maximaal acht weken ); aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie ( telkens voor maximaal acht weken ). 2.5. De raadsvrouw heeft namens betrokkene primair verzocht het verzoek af te wijzen omdat niet voldaan is aan de wettelijke criteria. Er is onvoldoende aandacht besteed aan de actuele situatie van betrokkene. Het gaat nu goed met betrokkene en er zijn geen incidenten meer geweest. De maatregel gaat te ver en de grondslag voor deze ingrijpende vormen van verplichte zorg ontbreekt. Ondanks dat betrokkene de medicatie niet wil, betekent het niet dat andere vrijwillige zorg is uitgesloten. Het verzoek is ook buiten proportioneel omdat het volledige dwangspectrum is aangevraagd, zonder dat is onderbouwd voor welke zorgvorm actuele noodzaak bestaat. Het voorstel namens betrokkene is om bij de verplichte zorg van medicatie op te nemen dat dit pas wordt ingezet zodra er sprake is van beginnende psychotische klachten. Daarnaast is ook de duur van twaalf maanden disproportioneel en staat niet in verhouding tot de zorg die geboden moet worden. Het subsidiaire verzoek is ook om de machtiging aanzienlijk in duur te beperken tot drie of zes maanden. De psychiater heeft aangegeven dat het beter met betrokkene gaat maar dat het komt sinds hij medicatie gebruikt. Hij is vriendelijk en komt zijn afspraken na. De agressie die betrokkene vertoonde kwam voort uit een psychose, behandeling daarvan is belangrijk. Ook al is de psychose nu weg, dan kan het terugkomen als het niet behandeld zou worden. Betrokkene is gevoelig voor een psychose, zeker nu hij dakloos is en in een opvang slaapt. Het is lastig te zeggen hoe lang het nodig is. Het is verstandig om medicatie voor een langere tijd te blijven gebruiken, zeker zolang betrokkene nog dakloos is en geen werk heeft. Hoe langer betrokkene stabiel is, hoe meer veranderd kan worden. Een kortere duur van de machtiging is niet wenselijk gelet op de huisvesting in [woonplaats 2] . Het zoeken naar een plek duurt heel lang. Er is nu geen zicht op een woning en met een kortere duur moet over 4 maanden weer bekeken worden of er wel of niet een zorgmachtiging nodig is, dat geeft weer stress. De GGZ-agoog heeft aangegeven dat, voordat zij betrokken raakte, zij de meldingen van de GGD hebben gehoord. Er is vanuit zijn psychose een ernstig geweldsincident geweest met buren. Hij is daardoor zijn huis kwijt geraakt. Hij had een eigen woning, maar die is opgezegd en de rechter heeft die opzegging goedgekeurd. Samen met de GGD zijn we bezig met nieuwe woonplek. Gelet op de voorgeschiedenis, helpt het als betrokkene goed in behandeling is zodat hij ook daadwerkelijk kans heeft op een nieuwe woning. De rechtbank overweegt als volgt: uit de overlegde stukken en wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat de behandeling met medicatie in verhouding staat tot het doel waarvoor deze wordt ingezet, namelijk de stabilisatie en het behoud van een stabiel toestandsbeeld en voorkomen van psychoses en het daarmee afwenden van ernstig nadeel. Gelet op het belang om medicatie inname bij betrokkene en de mogelijke hulp rondom de huisvesting van betrokkene is de rechtbank van oordeel dat op goede gronden medicatie en ook de verplichte zorg wordt verleend en dat wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben, betrokkene wil niet vrijwillig in behandeling; hij ziet het nut van de medicatie niet in. De duur van de machtiging is noodzakelijk gelet op de door de arts ter zitting aangedragen redenen. Er is geen aanleiding om de verplichte medicatie te beperken tot de situatie waarin betrokkene psychotisch zou worden. Het doel van de medicatie is juist om pschoses, en daaruit voortvloeiend ernstig nadeel, te voorkomen. 2.7.