Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-01-29
ECLI:NL:RBAMS:2026:1904
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,791 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1904 text/xml public 2026-03-05T20:04:21 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-29 C/13/781572 / FA RK 26/183 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1904 text/html public 2026-03-04T15:30:32 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1904 Rechtbank Amsterdam , 29-01-2026 / C/13/781572 / FA RK 26/183 ZM toegewezen, verzoek om 2nd opinion afgewezen. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/781572 / FA RK 26/183 kenmerk: ZM/IND/187831 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 29 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. N.D. 't Zand te Amsterdam, zorgaanbieder: GGZ inGeest. 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 9 januari 2026. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 januari 2026 in het gebouw van de rechtbank. Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - de raadsvrouw; - dhr. [persoon 1] , psychiater; - mw. [persoon 2] , casemanager. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. Door en namens betrokkene wordt afwijzing van het verzoek verzocht danwel het verzoek aan te houden om een onafhankelijke psychiater een second opinion te laten verrichten en onderzoek te doen naar de diagnose bij betrokkene. Betrokkene betwist de vastgestelde diagnose en het door de onafhankelijke psychiater vastgestelde ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel dateert van langere tijd geleden en is niet meer actueel. Van katatonie was sprake in 2020 en de incidenten op het strafblad van betrokkene zijn geen agressie incidenten en zijn van voor de periode dat betrokkene psychotisch was. 2.2. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de zin van de Wvggz, in de vorm van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Betrokkene betwist deze stoornis. De rechtbank heeft geen reden om aan de diagnose te twijfelen. De rechtbank neemt in aanmerking dat die diagnose is onderbouwd in de medische verklaring van een onafhankelijke psychiater en door de behandelend psychiater. Het verzoek van de advocaat om een second opinion te laten verrichten, wijst de rechtbank af, gelet op het ontbreken van voldoende motivering waarom de diagnose onjuist zou zijn. 2.3. Uit de medische verklaring volgt dat betrokkene de behandeling weigert als hij psychotisch wordt en dat kan gezien de katatonie levensbedreigend worden. De casemanager heeft aangegeven dat het beter met betrokkene gaat en betrokkene sinds ontslag uit de kliniek in 2024 redelijk stabiel is mede door het depot. De inname van medicatie zorgt ervoor dat psychoses uitblijven. De samenwerking blijft lastig omdat betrokkene weinig ziekte inzicht- en besef heeft. Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de medische verklaring en de toelichting van de casemanager ter zitting, nog steeds sprake is van een aanzienlijk risico op ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige financiële schade en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. 2.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 2.5. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid ( telkens voor maximaal drie maanden ); insluiten ( telkens voor maximaal zeven dagen ); uitoefenen van toezicht op betrokkene ( telkens voor maximaal drie weken ); onderzoek aan kleding of lichaam ( telkens voor maximaal drie maanden ); onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen ( telkens voor maximaal drie maanden ); controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen ( telkens voor maximaal drie maanden ); aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie ( telkens voor maximaal drie maanden ). 2.5. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.6. Betrokkene heeft aangevoerd graag de medicatie te willen afbouwen. Het is belangrijk om daarover in gesprek te blijven gaan en de rechtbank geeft de behandelaren mee duidelijk aan te geven of en wat nodig is voor betrokkene om de medicatie af te bouwen nu hier kennelijk bij hem onduidelijkheid over bestaat. Op die manier weet betrokkene beter wat hij kan verwachten. De rechtbank begrijpt tegelijk dat het lastig is om samen te werken gelet op het gebrek aan ziekte inzicht- en besef bij betrokkene. 2.7. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. 3 Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 29 januari 2027. Deze beschikking is op 29 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A. van Luijck, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 5 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. De griffier is buiten staat om te tekenen. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1904 text/xml public 2026-03-05T20:04:21 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-29 C/13/781572 / FA RK 26/183 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1904 text/html public 2026-03-04T15:30:32 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1904 Rechtbank Amsterdam , 29-01-2026 / C/13/781572 / FA RK 26/183 ZM toegewezen, verzoek om 2nd opinion afgewezen. beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/781572 / FA RK 26/183 kenmerk: ZM/IND/187831 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 29 januari 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. N.D. 't Zand te Amsterdam, zorgaanbieder: GGZ inGeest. 1 Procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 9 januari 2026. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 januari 2026 in het gebouw van de rechtbank. Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - de raadsvrouw; - dhr. [persoon 1] , psychiater; - mw. [persoon 2] , casemanager. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2 Beoordeling 2.1. Door en namens betrokkene wordt afwijzing van het verzoek verzocht danwel het verzoek aan te houden om een onafhankelijke psychiater een second opinion te laten verrichten en onderzoek te doen naar de diagnose bij betrokkene. Betrokkene betwist de vastgestelde diagnose en het door de onafhankelijke psychiater vastgestelde ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel dateert van langere tijd geleden en is niet meer actueel. Van katatonie was sprake in 2020 en de incidenten op het strafblad van betrokkene zijn geen agressie incidenten en zijn van voor de periode dat betrokkene psychotisch was. 2.2. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de zin van de Wvggz, in de vorm van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Betrokkene betwist deze stoornis. De rechtbank heeft geen reden om aan de diagnose te twijfelen. De rechtbank neemt in aanmerking dat die diagnose is onderbouwd in de medische verklaring van een onafhankelijke psychiater en door de behandelend psychiater. Het verzoek van de advocaat om een second opinion te laten verrichten, wijst de rechtbank af, gelet op het ontbreken van voldoende motivering waarom de diagnose onjuist zou zijn. 2.3. Uit de medische verklaring volgt dat betrokkene de behandeling weigert als hij psychotisch wordt en dat kan gezien de katatonie levensbedreigend worden. De casemanager heeft aangegeven dat het beter met betrokkene gaat en betrokkene sinds ontslag uit de kliniek in 2024 redelijk stabiel is mede door het depot. De inname van medicatie zorgt ervoor dat psychoses uitblijven. De samenwerking blijft lastig omdat betrokkene weinig ziekte inzicht- en besef heeft. Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de medische verklaring en de toelichting van de casemanager ter zitting, nog steeds sprake is van een aanzienlijk risico op ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige financiële schade en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. 2.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 2.5. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden: toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; beperken van de bewegingsvrijheid ( telkens voor maximaal drie maanden ); insluiten ( telkens voor maximaal zeven dagen ); uitoefenen van toezicht op betrokkene ( telkens voor maximaal drie weken ); onderzoek aan kleding of lichaam ( telkens voor maximaal drie maanden ); onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen ( telkens voor maximaal drie maanden ); controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen ( telkens voor maximaal drie maanden ); aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam; opnemen in een accommodatie ( telkens voor maximaal drie maanden ). 2.5. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.6. Betrokkene heeft aangevoerd graag de medicatie te willen afbouwen. Het is belangrijk om daarover in gesprek te blijven gaan en de rechtbank geeft de behandelaren mee duidelijk aan te geven of en wat nodig is voor betrokkene om de medicatie af te bouwen nu hier kennelijk bij hem onduidelijkheid over bestaat. Op die manier weet betrokkene beter wat hij kan verwachten. De rechtbank begrijpt tegelijk dat het lastig is om samen te werken gelet op het gebrek aan ziekte inzicht- en besef bij betrokkene. 2.7. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. 3 Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 29 januari 2027. Deze beschikking is op 29 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A. van Luijck, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 5 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. De griffier is buiten staat om te tekenen. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.