Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-19
ECLI:NL:RBAMS:2026:1770
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,095 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1770 text/xml public 2026-03-24T10:13:37 2026-02-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-19 AMS 25/3118 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1770 text/html public 2026-03-16T15:22:09 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1770 Rechtbank Amsterdam , 19-02-2026 / AMS 25/3118 Geen recht op Anw-uitkering; niet aannemelijk dat overleden echtgenoot vrijwillig of verplicht verzekerd was voor de Anw, ook niet op grond van Marokkaanse wetgeving; beroep ongegrond. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/3118 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] (in Marokko), eiseres (gemachtigde: mr. R.G. Groen), en de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder (gemachtigde: mr. A. Marijnissen). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een Anw -uitkering. Eiseres is het daarmee niet eens en voert een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de Anw-uitkering aan de hand van deze beroepsgronden. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Verweerder heeft de Anw-uitkering terecht afgewezen omdat de echtgenote van eiseres niet verplicht of vrijwillig verzekerd was ten tijde van zijn overlijden, ook niet op grond van Marokkaanse wetgeving. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Anw-uitkering. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 12 november 2024 afgewezen. Bij besluit van 8 april 2025 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) heeft verweerder het besluit gehandhaafd. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Eiseres werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde en haar zoon, [persoon 1] . Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Daarnaast was S. Steindert als tolk in de Duitse taal aanwezig. Beoordeling door de rechtbank De feiten 3. Eiseres was getrouwd met [persoon 2] . Zij woonde met haar echtgenoot in Marokko en hij ontving een AOW-uitkering. Hij is daar op 10 september 2024 overleden. De besluitvorming 4. Na het overlijden heeft eiseres een Anw-uitkering aangevraagd. Met het besluit van 12 november 2024 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 4.1. Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder heeft zich hierin op het standpunt gesteld dat de echtgenoot van eiseres de Anw-verzekering na zijn vertrek uit Nederland niet heeft voortgezet. Op het moment van overlijden was hij daarom niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de Anw, ook niet op grond van Marokkaanse wetgeving. Dat betekent volgens verweerder dat eiseres geen aanspraak kan maken op een Anw-uitkering. Wettelijk kader 5. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Geen verplichte of vrijwillige verzekering voor de Anw 6. Eiseres heeft aangevoerd dat haar echtgenoot op de datum van overlijden verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de Anw. Haar echtgenoot heeft namelijk in Nederland gewerkt en was vrijwillig verzekerd op grond van de AWBZ. Dit volgt ook uit de jaaropgaven van het CAK, waarop zij als verzekerde is vermeld. Dit bewijst volgens haar dat zij recht heeft op een Anw-uitkering. 6.1. Voor het recht op een Anw-uitkering is vereist dat de echtgenoot van eiseres op het moment van overlijden verzekerd was voor de Anw. Iemand is verplicht verzekerd voor de Anw als hij ingezetene is van Nederland of in Nederland werkzaam is. Dit was bij overlijden van de echtgenoot niet het geval. Daarom was hij niet verplicht verzekerd voor de Anw. Het feit dat hij vroeger in Nederland heeft gewerkt, is hiervoor onvoldoende. 6.2. De Anw biedt onder voorwaarden ook de optie van een vrijwillige verzekering voor een periode van tien jaar na het einde van de verplichte verzekering. Het is echter niet gebleken dat de echtgenoot hiervan gebruik heeft gemaakt. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat iemand zich vrijwillig voor de Anw kan verzekeren door zich aan te melden bij verweerder en vervolgens premies te betalen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit is gebeurd. De jaaropgaven van het CAK laten alleen zien dat de echtgenoot een verdragsbijdrage betaalde voor een verzekering voor medische zorg, die ook gold voor zijn gezinsleden, waaronder eiseres. Deze zorgverzekering is echter niet gelijk aan een Anw-verzekering. Ook het betoog dat een vrijwillige AWBZ-verzekering automatisch Anw-dekking biedt, gaat niet op. De AWBZ-verzekering is per 1 januari 2015 afgeschaft en vervangen door – onder andere – de Wlz. Zelfs als de echtgenoot ooit voor de AWBZ verzekerd was, dan is die verzekering niet gekoppeld aan of gelijk te stellen met een (vrijwillige) Anw-verzekering. Het voorgaande betekent dat de echtgenoot op de overlijdensdatum niet vrijwillig verzekerd was voor de Anw. Geen verzekering op grond van Marokkaanse wetgeving 7. Eiseres heeft aangevoerd dat haar echtgenoot op het moment van het overlijden verzekerd was volgens Marokkaanse wetgeving. Dit zou onder meer blijken uit een Franstalig document van CNSS van 30 september 2022, waarin zij als “ bénéficiaire” wordt vermeld. Volgens haar leidt toepassing van het sociale zekerheidsverdrag met Marokko tot aanspraak op een Anw-uitkering. In een ingevuld aanvraagformulier voor een nabestaandenuitkering op grond van de Anw van CNSS van 25 oktober 2024 staan mogelijk fouten en is daarom niet van doorslaggevend belang. 7.1. Op grond van het sociale zekerheidsverdrag met Marokko kan een nabestaande aanspraak maken op een nabestaandenuitkering in Nederland als de echtgenoot bij overlijden voor dat risico was verzekerd in Marokko. De rechtbank concludeert dat hiervan geen sprake is. Uit het CNSS-aanvraagformulier van 25 oktober 2024 volgt namelijk dat de echtgenoot van eiseres niet verzekerd was op grond van de Marokkaanse wetgeving. In dit formulier heeft CNSS bevestigd dat de overledene niet verzekerd was door een vinkje te plaatsen bij de stelling hierover. Ook eiseres heeft daarop ingevuld dat zij geen recht heeft op een niet-Nederlandse nabestaandenuitkering. 7.2. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiseres mogelijk fouten heeft gemaakt bij het invullen van het aanvraagformulier door gebrek aan hulp, verandert dit de uitkomst niet. De rechtbank vindt de verklaring van CNSS op het formulier namelijk (wel) doorslaggevend. Verweerder heeft toegelicht dat CNSS de bevoegde instantie is en dat zij geen aanwijzingen had dat de echtgenoot verzekerd was. Eiseres heeft dit onvoldoende weersproken. Daarom ziet de rechtbank geen reden om aan de juistheid van de antwoorden van CNSS op het aanvraagformulier te twijfelen. 7.3. Het document van de CNSS van 30 september 2022, waarin eiseres als “ bénéficiaire ” is vermeld, maakt het voorgaande niet anders. De rechtbank begrijpt dat dit Franstalige document alleen bevestigt dat eiseres begunstigde is van een regeling voor terugbetaling van medische hulpmiddelen. Het zegt niets over de verzekeringsstatus van haar echtgenoot en verleent geen recht op een nabestaandenuitkering. Eiseres heeft geen andere stukken overgelegd waaruit blijkt dat haar echtgenoot wel verzekerd was onder de Marokkaanse wetgeving. 7.4. Het voorgaande maakt dat eiseres ook geen aanspraak kan maken op een Anw-uitkering op grond van het sociale zekerheidsverdrag met Marokko. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de aanvraag van een Anw-uitkering terecht is afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.L. Wiersinga, rechter, in aanwezigheid van mr.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1770 text/xml public 2026-03-24T10:13:37 2026-02-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-19 AMS 25/3118 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1770 text/html public 2026-03-16T15:22:09 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1770 Rechtbank Amsterdam , 19-02-2026 / AMS 25/3118 Geen recht op Anw-uitkering; niet aannemelijk dat overleden echtgenoot vrijwillig of verplicht verzekerd was voor de Anw, ook niet op grond van Marokkaanse wetgeving; beroep ongegrond. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/3118 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] (in Marokko), eiseres (gemachtigde: mr. R.G. Groen), en de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder (gemachtigde: mr. A. Marijnissen). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een Anw -uitkering. Eiseres is het daarmee niet eens en voert een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de Anw-uitkering aan de hand van deze beroepsgronden. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Verweerder heeft de Anw-uitkering terecht afgewezen omdat de echtgenote van eiseres niet verplicht of vrijwillig verzekerd was ten tijde van zijn overlijden, ook niet op grond van Marokkaanse wetgeving. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Anw-uitkering. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 12 november 2024 afgewezen. Bij besluit van 8 april 2025 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) heeft verweerder het besluit gehandhaafd. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Eiseres werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde en haar zoon, [persoon 1] . Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Daarnaast was S. Steindert als tolk in de Duitse taal aanwezig. Beoordeling door de rechtbank De feiten 3. Eiseres was getrouwd met [persoon 2] . Zij woonde met haar echtgenoot in Marokko en hij ontving een AOW-uitkering. Hij is daar op 10 september 2024 overleden. De besluitvorming 4. Na het overlijden heeft eiseres een Anw-uitkering aangevraagd. Met het besluit van 12 november 2024 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 4.1. Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder heeft zich hierin op het standpunt gesteld dat de echtgenoot van eiseres de Anw-verzekering na zijn vertrek uit Nederland niet heeft voortgezet. Op het moment van overlijden was hij daarom niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de Anw, ook niet op grond van Marokkaanse wetgeving. Dat betekent volgens verweerder dat eiseres geen aanspraak kan maken op een Anw-uitkering. Wettelijk kader 5. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Geen verplichte of vrijwillige verzekering voor de Anw 6. Eiseres heeft aangevoerd dat haar echtgenoot op de datum van overlijden verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de Anw. Haar echtgenoot heeft namelijk in Nederland gewerkt en was vrijwillig verzekerd op grond van de AWBZ. Dit volgt ook uit de jaaropgaven van het CAK, waarop zij als verzekerde is vermeld. Dit bewijst volgens haar dat zij recht heeft op een Anw-uitkering. 6.1. Voor het recht op een Anw-uitkering is vereist dat de echtgenoot van eiseres op het moment van overlijden verzekerd was voor de Anw. Iemand is verplicht verzekerd voor de Anw als hij ingezetene is van Nederland of in Nederland werkzaam is. Dit was bij overlijden van de echtgenoot niet het geval. Daarom was hij niet verplicht verzekerd voor de Anw. Het feit dat hij vroeger in Nederland heeft gewerkt, is hiervoor onvoldoende. 6.2. De Anw biedt onder voorwaarden ook de optie van een vrijwillige verzekering voor een periode van tien jaar na het einde van de verplichte verzekering. Het is echter niet gebleken dat de echtgenoot hiervan gebruik heeft gemaakt. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat iemand zich vrijwillig voor de Anw kan verzekeren door zich aan te melden bij verweerder en vervolgens premies te betalen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit is gebeurd. De jaaropgaven van het CAK laten alleen zien dat de echtgenoot een verdragsbijdrage betaalde voor een verzekering voor medische zorg, die ook gold voor zijn gezinsleden, waaronder eiseres. Deze zorgverzekering is echter niet gelijk aan een Anw-verzekering. Ook het betoog dat een vrijwillige AWBZ-verzekering automatisch Anw-dekking biedt, gaat niet op. De AWBZ-verzekering is per 1 januari 2015 afgeschaft en vervangen door – onder andere – de Wlz. Zelfs als de echtgenoot ooit voor de AWBZ verzekerd was, dan is die verzekering niet gekoppeld aan of gelijk te stellen met een (vrijwillige) Anw-verzekering. Het voorgaande betekent dat de echtgenoot op de overlijdensdatum niet vrijwillig verzekerd was voor de Anw. Geen verzekering op grond van Marokkaanse wetgeving 7. Eiseres heeft aangevoerd dat haar echtgenoot op het moment van het overlijden verzekerd was volgens Marokkaanse wetgeving. Dit zou onder meer blijken uit een Franstalig document van CNSS van 30 september 2022, waarin zij als “ bénéficiaire” wordt vermeld. Volgens haar leidt toepassing van het sociale zekerheidsverdrag met Marokko tot aanspraak op een Anw-uitkering. In een ingevuld aanvraagformulier voor een nabestaandenuitkering op grond van de Anw van CNSS van 25 oktober 2024 staan mogelijk fouten en is daarom niet van doorslaggevend belang. 7.1. Op grond van het sociale zekerheidsverdrag met Marokko kan een nabestaande aanspraak maken op een nabestaandenuitkering in Nederland als de echtgenoot bij overlijden voor dat risico was verzekerd in Marokko. De rechtbank concludeert dat hiervan geen sprake is. Uit het CNSS-aanvraagformulier van 25 oktober 2024 volgt namelijk dat de echtgenoot van eiseres niet verzekerd was op grond van de Marokkaanse wetgeving. In dit formulier heeft CNSS bevestigd dat de overledene niet verzekerd was door een vinkje te plaatsen bij de stelling hierover. Ook eiseres heeft daarop ingevuld dat zij geen recht heeft op een niet-Nederlandse nabestaandenuitkering. 7.2. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiseres mogelijk fouten heeft gemaakt bij het invullen van het aanvraagformulier door gebrek aan hulp, verandert dit de uitkomst niet. De rechtbank vindt de verklaring van CNSS op het formulier namelijk (wel) doorslaggevend. Verweerder heeft toegelicht dat CNSS de bevoegde instantie is en dat zij geen aanwijzingen had dat de echtgenoot verzekerd was. Eiseres heeft dit onvoldoende weersproken. Daarom ziet de rechtbank geen reden om aan de juistheid van de antwoorden van CNSS op het aanvraagformulier te twijfelen. 7.3. Het document van de CNSS van 30 september 2022, waarin eiseres als “ bénéficiaire ” is vermeld, maakt het voorgaande niet anders. De rechtbank begrijpt dat dit Franstalige document alleen bevestigt dat eiseres begunstigde is van een regeling voor terugbetaling van medische hulpmiddelen. Het zegt niets over de verzekeringsstatus van haar echtgenoot en verleent geen recht op een nabestaandenuitkering. Eiseres heeft geen andere stukken overgelegd waaruit blijkt dat haar echtgenoot wel verzekerd was onder de Marokkaanse wetgeving. 7.4. Het voorgaande maakt dat eiseres ook geen aanspraak kan maken op een Anw-uitkering op grond van het sociale zekerheidsverdrag met Marokko. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de aanvraag van een Anw-uitkering terecht is afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.L. Wiersinga, rechter, in aanwezigheid van mr.