Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-01-30
ECLI:NL:RBAMS:2026:1569
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/764376 / HA ZA 25-370 Proces-verbaal van de mondelinge behandeling en mondelinge uitspraak van 30 januari 2026 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, advocaat: mr. A.M. Thomas, tegen VERENIGING VAN EIGENAARS [naam VvE] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde, advocaat: mr. J.G.M. Scholte. Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘de VvE’ genoemd. De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam. De zaak wordt behandeld door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier. Aanwezig zijn: - [eiseres] , - mr. Thomas, - dhr. [naam] , bestuursvoorzitter van de VvE, - mr. Scholte. De volgende stukken zijn op de zitting aan het procesdossier toegevoegd: - het bericht van [eiseres] van 16 januari 2026 met aanvullende producties, - de spreekaantekeningen van [eiseres] . Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. [eiseres] heeft haar eis gewijzigd, waarbij zij haar eerste primaire vordering handhaaft en de tweede en derde intrekt. Mocht de primaire vordering worden afgewezen, dan handhaaft zij haar subsidiaire vordering. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechtbank op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. 1 De beoordeling 1.1. [eiseres] is lid van de VvE. De VvE bestaat uit 32 appartementen, waarvan er 24 zich op verdieping één tot en met zes bevinden. Het appartement van [eiseres] bevindt zich op een van de daarboven gelegen verdiepingen. De appartementen op die verdiepingen hebben elk een eigen berging/parkeerruimte. De appartementen op de verdiepingen één tot en met zes hebben geen berging/parkeerruimte. 1.2. Artikel 17 van het Huishoudelijk Reglement (HHR) geeft het bestuur de bevoegdheid om 24 parkeerplaatsen toe te delen (en te nummeren) aan de 24 appartementen op verdieping één tot en met zes. 1.3. Het bestuur heeft een voorgenomen besluit voorgelegd aan de vergadering van eigenaars, om uitvoering te geven aan artikel 17 HHR. [eiseres] heeft zich daartegen verzet en heeft meermaals gevraagd om juridisch advies omdat artikel 17 volgens haar nietig is. 1.4. Het bestuur heeft geen juridisch advies gedeeld met de leden en binnen de VvE bestaat onduidelijkheid over de rechtsgeldigheid van artikel 17 HHR. Om aan die onzekerheid een einde te maken, vordert [eiseres] in deze procedure een verklaring voor recht dat artikel 17 HHR nietig is, voor zover dat artikel ziet op de nummering van de parkeerplaatsen en het exclusief gebruik ervan door de bewoners van verdieping één tot en met zes. Daarnaast vordert zij veroordeling van de VvE in de kosten van de procedure en de buitengerechtelijke incassokosten, waarbij [eiseres] als lid van de VvE daar niet aan hoeft bij te dragen. 1.5. De rechtbank overweegt het volgende; zoals de VvE in haar conclusie van antwoord heeft erkend, is artikel 17 HHR in strijd met de splitsingsakte. In die akte is immers bepaald dat de VvE eigenaar is van de parkeerplaatsen en dat de VvE die in stand moet houden. Het parkeerterrein is dus gemeenschappelijk en omdat artikel 17 HHR in dit opzicht afwijkt van de splitsingsakte, is artikel 17 HHR nietig, zoals ook volgt uit de splitsingsakte en het toepasselijke modelreglement. 1.6. Dit betekent dat het primair gevorderde onder I zal worden toegewezen en dat de rechtbank niet meer toekomt aan hetgeen subsidiair is gevorderd. 1.7. De VvE zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eiseres] worden veroordeeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om [eiseres] niet bij de omslag in de vergoeding van de proceskosten te laten bijdragen. Een lid moet nu eenmaal bijdragen in de algemene kosten van een vereniging, ook als hij het niet eens is met het besluit dat tot kosten leidt en/of hij door een dergelijk besluit wordt benadeeld. De proceskosten van [eiseres] worden vastgesteld op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 331,00 - salaris gemachtigde € 1.228,0