Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-02-11
ECLI:NL:RBAMS:2026:1564
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/758739 / HA ZA 24-1190 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid 1. [eiseres 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,2. [eiseres 2] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,3. [eiseres 3] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,4. [eiseres 4] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,5. [eiseres 5] , gevestigd te [vestigingsplaats] ,6. [eiseres 6] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat: mr. M. Goorts, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BERYLLIUM B.V. , gevestigd te Amsterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat: mr. Y. Borrius. Eiseressen in conventie en verweersters in reconventie worden hierna afzonderlijk [eiseres 1] (1) [eiseres 2] (2) [eiseres 3] (3) [eiseres 4] (4) [eiseres 5] (5) en [eiseres 6] (6) en samen Verkopers genoemd. Gedaagde in conventie en eiseres in reconventie wordt hierna Beryllium genoemd. 1 De zaak en de beslissingen van de rechtbank in het kort 1.1. Verkopers waren aandeelhouders van Star Apple Holding B.V. (SAH). SAH en haar dochtervennootschappen exploiteren ondernemingen die zich bezighouden met zakelijke bemiddeling in de IT-sector. Beryllium maakt onderdeel uit van de HeadFirst Groep, een internationale HR-dienstverlener. 1.2. Verkopers hebben eind 2022 hun aandelen in SAH verkocht aan Beryllium op basis van een zogenoemde Share Purchase Agreement (SPA). De koopprijs van de aandelen bestond uit een vast onderdeel van ruim € 12,6 miljoen en een variabel onderdeel, de zogenoemde Earn Out. Partijen hebben afgesproken dat Beryllium die Earn Out pas aan Verkopers verschuldigd is als SAH in 2022 en 2023 bepaalde doelstellingen zou behalen. 1.3. Het vaste onderdeel van de koopprijs bestond mede uit zogenoemde Promissory Notes, op basis waarvan Verkopers ook certificaten van aandelen zouden verkrijgen in Beryllium (‘Doorrol I’). Na het sluiten van de SPA hebben partijen eerst gesproken over de mogelijkheid dat Verkopers in plaats daarvan certificaten van aandelen zouden verkrijgen in de nieuwe aandeelhouder van Beryllium, te weten HFG B.V. (‘Doorrol II’) en daarna over de mogelijkheid dat Verkopers certificaten van aandelen zouden verkrijgen in de nieuwe aandeelhouder van HFG B.V., te weten HFG PLC (‘Doorrol III’). 1.4. Partijen hebben in verband met Doorrol II en Doorrol III ook gesproken over de mogelijkheid dat Verkopers zouden meedelen in de earn out die Beryllium – althans haar indirecte aandeelhouders – zou(den) verkrijgen van IceLake Capital, een investeerder die in december 2022 een meerderheidsbelang heeft verkregen in de HeadFirst Groep (de IceLake Earn Out). 1.5. De resultaten van SAH over 2023 vielen tegen. Beryllium heeft de Earn Out over het jaar 2023 niet aan Verkopers betaald. Daarnaast is geen van de Doorrollen geëffectueerd. Ook heeft Beryllium geen betaling aan Verkopers gedaan in verband met de IceLake Earn Out. 1.6. Verkopers vorderen in deze procedure kort gezegd i) betaling van de Earn Out over het jaar 2023, ii) een verwijzing naar de schadestaatprocedure en een voorschot op een schadevergoeding in verband met de niet-geëffectueerde Doorrollen en iii) een verklaring voor recht dat Beryllium de IceLake Earn Out aan hen moet betalen en inzage in stukken met betrekking tot de IceLake Earn Out. 1.7. Beryllium is het daar niet mee eens en heeft ook tegenvorderingen ingesteld. Zij vordert onder meer (gedeeltelijke) vernietiging van de SPA en betaling van € 11 miljoen. Beryllium voert daartoe aan dat Verkopers haar hebben bedrogen althans in dwaling hebben geleid. Als dat standpunt niet wordt gevolgd, vindt Beryllium dat Verkopers op hen rustende zorgvuldigheidsverplichtingen hebben geschonden. Zij vordert in dat verband een verklaring voor recht en een verwijzing naar de schadestaatprocedure. 1.8. De vordering van Verkopers tot betaling van de Earn Out over het jaar 2023 wordt toegewezen. De red Direct 100% eigenaar worden van Starapple 2. Commitment van key-spelers binnen de organisatie middels substantiele doorrol naar Head-first holding 3. Minimaliseren van risico op te hoge waardering door middel van earn-out milestones met bonus/malus constructie. Wij hebben daarom het volgende voorstel (uiteengezet in bijgevoegd excel model) : Waardering van € 20m verdeeld over 3 traches: o € 12m direct o € 4m over 2022 gebaseerd op earn-out milestone: EBITDA target van € 2m o € 4m over 2023 gebaseerd op earn-out milestone: EBITDA target van € 4m Bonus/malus constructie op de milestones. Elk % over- of underperformance resulteert in hetzelfde % bonus of malus. Waarbij we een boven- en ondergrens aanhouden ter hoogte van het earn-out bedrag op zowel de bonus als de malus. Ter verduidelijking: in 2022 kan het uiteindelijke earn-out bedrag dus maximaal € 8m (2 x € 4m en niet lager dan €0 worden. Elke zittende aandeelhouder heeft in het excel model aangegeven hoeveel ze in elke tranche door wensen te rollen naar Head-first holding, waarmee we de initiële cash-out voor jullie onder de € 7m hebben weten te houden. Voor [naam 6] [ [naam 6] , toevoeging rechtbank] hebben wij bepaald dat hij in de eerste tranche alleen het bedrag casht wat zo goed als gelijk staat aan zijn lening aan Starapple Holding. Wij hebben hem een lening verschaft voor de aankoop van zijn STAK certificaten twv € 200k” 3.9. Op 3 maart 2022 heeft [naam 3] een overzicht van de financiële resultaten van de Star Apple Groep van 2021 en 2022 met een toelichting aan Beryllium gemaild. Daarbij heeft hij onder meer geschreven:’ “De business van onze Star Apple Interim tak groeit spectaculair en is verdrievoudigd ten opzichte van een jaar terug.(…)Wij menen dat deze cijfers ons eerder gestuurde voorstel qua waardering en deal constructie meer dan onderschrijven.” 3.10. Op 16 maart 2022 heeft opnieuw een bespreking tussen partijen plaatsgevonden. In vervolg daarop heeft [naam 3] aanvullende financiële cijfers aan Beryllium gemaild. 3.11. In een e-mail van 7 april 2022 heeft Beryllium onder meer hogere EBITDA-targets voor SAH voor de jaren 2022 en 2023 aan Verkopers voorgesteld van respectievelijk € 2,2 miljoen en € 4,4 miljoen. In een e-mail van 13 april 2022 zijn Verkopers met dit voorstel van Beryllium akkoord gegaan. 3.12. Medio juni 2022 hebben partijen hun onderhandelingen over de voorgenomen (ver)koop van de door Verkopers in SAH gehouden aandelen uit handen gegeven aan hun advocaten. De advocaten van partijen hebben in dit verband vervolgens onderhandeld over een zogenoemd Non Binding Offer. 3.13. Vervolgens heeft Beryllium op 12 juli 2022 een Non Binding Offer ondertekend. Het aanbod is gebaseerd op een ondernemingswaarde van de Star Apple Groep per 31 maart 2022 van 9 x de EBITDA van de groep over de laatste 12 maanden. De SPA 3.14. Na verdere onderhandelingen tussen de advocaten van partijen over de transactiedocumentatie hebben partijen op 9 november 2022 een zogenoemde Share Purchase Agreement (hierna: de SPA) gesloten. Op basis daarvan hebben Verkopers hun aandelen in SAH verkocht en overgedragen aan Beryllium. In de SPA zijn Verkopers aangeduid als “Sellers” en is Beryllium aangeduid als “the Purchaser”. De totale koopprijs bestaat volgens de SPA uit: i. een vast bedrag (“the Initial Purchase Price” van € 12.606.000), dat is onderverdeeld in: a. een bedrag in cash dat aan ieder van de Verkopers wordt betaald naar rato van hun aandelenbelang, en b. een deel dat Beryllium aan Verkopers verschuldigd blijft op grond van promesses aan order (“Promissory Notes”), door Verkopers in te wisselen bij het verkrijgen van (certificaten van) aandelen in Beryllium (hierna: Doorrol I); een Earn Out over 2022 (hierna: de Earn Out 2022) en een Earn Out over 2023 (hierna: de Earn Out 2023). 3.15. De SPA bepaalt verder, voor zover relevant, het volgende: “ 3. CONSIDERATION (…) 3.2. Payment of the Initial Purchase Price (…) 3.2.2. It is agreed by the Purchaser and the Selle During the Earn Out Period, for as long as a Seller is involved in the daily operations of the Group Companies through its Manager in a position of statutory director or member of higher management, such Seller and its Manager shall not, and shall ensure that any Group Company shall refrain, unless with the prior written consent of the Purchaser, from directing, permitting, authorizing or encouraging any employee or director of any Group Company to: (A) take any action or allow anything to be done which is likely (or which is effected primarily) to artificially inflate the EBITDA in order to increase the relevant Earn Out Amount; and (B) adding or seeking to add any extraordinary items, shifting any revenues or costs of any Group Company from any point of time where they would normally arise in the ordinary course of business. (…) 5 PROCEDURE TO DETERMINE THE 2022 / 2023 EARN OUT AMOUNT 5.1. Subject to paragraph 3 of this Schedule 3.4 (Earn Out Arrangement): (i) within 20 Business Days after the 2022 Financial Statements have been audited by the auditor, the Purchaser shall deliver a written statement to the Sellers setting forth the 2022 Earn Out Amount; and (ii) within 20 Business Days after the 2023 Financial Statements have been audited by the auditor, the Purchaser shall deliver a written statement setting forth the 2023 Earn Out Amount, including the calculation by which the Purchaser has arrived at such amount (each an Earn Out Statement ). (…) 5.3. The Sellers shall review the Earn Out Statement and shall no later than twenty (20) Business Days after receipt thereof give written notice to the Purchaser if they disagree with the Earn Out Statement. The notice of disagreement shall list the grounds and points of disagreement and any proposed modifications to the Earn Out Statement (the Sellers’ Notice of Disagreement ). (…) 5.5. The Purchaser shall within twenty (20) Business Days after receipt of the Sellers’ Notice of Disagreement give written notice to the Sellers if it disagrees with the Sellers’ Notice of Disagreement listing the grounds and points of disagreement and any proposed modifications (the Purchaser’s Notice of Disagreement ). 5.6. If the Purchaser does not within twenty (20) Business Days after receipt of the Sellers’ Notice of Disagreement give the Purchasers Notice of Disagreement, the Earn Out Statement shall be adjusted in accordance with the Sellers’ Notice of Disagreement and the Earn Out Statement so adjusted shall be final and binding on the Sellers and the Purchaser for the purposes of this Agreement. 5.7. If the Purchaser sends a Purchaser’s Notice of Disagreement, the Purchaser and the Sellers shall in good faith try to reach agreement on the Earn Out Statement within twenty (20) Business Days after receipt thereof. 5.8. If the Purchaser and the Sellers are unable to reach agreement on the Earn Out Statement within twenty (20) Business Days after receipt of the Purchasers Notice of Disagreement, either the Purchaser or the Sellers may require that the Earn Out Statement (in whole or in part) be referred to a qualified independent auditor for final and binding determination (the Independent Auditor ). 5.9. 1 f the Purchaser and the Sellers fail to reach agreement on the appointment of the Independent Auditor within twenty (20) Business Days of the Purchasers Notice of Disagreement, the Independent Auditor shall be appointed by the President of the Netherlands Institute of Chartered Accountants ( Nederlandse Beroepsorganisatie voor Accountants ). 5.10. The Independent Auditor shall act as an expert (bindend adviseur), and not as an arbitrator, and his determination shall be final and binding on the Sellers and the Purchaser for the purposes of this Agreement, except in the event of a manifest error when the matter shall be remitted to the Independent Auditor for correction.(…)” 3.17. Achter de SPA is ook een zogenoemd “Definitions Schedule” gevoegd, waarin onder meer het volgende staat: “ Bad Lea Verder staat onder meer het volgende in deze Sellers’ Notice of Disagreement: “ 21. NEXT STEPS 21.1 In accordance with paragraph 5.5 of Schedule 3.3 of the SPA, the Purchaser has the opportunity to submit the Purchaser’s Notice of Disagreement with twenty (20) Business Days from the date of the Seller’s Notice of Disagreement. 21.2 If the Purchaser submits the Purchaser’s Notice of Disagreement, the Sellers will be readily available to apply good faith in trying to reach agreement as referred to in paragraph 5.5 of Schedule 3.3 of the SPA. 21.3 The Sellers aim for constructive and responsive discussions in respect of the 2023 Earn Out amount in order to reach agreement on the 2023 Earn Out Amount, or alternatively to engage the Independent Auditor, as soon as possible.” 3.29. In een brief van 5 september 2024 hebben Verkopers Beryllium gesommeerd tot betaling van de Earn Out 2023 voor een totaalbedrag van € 4.173.548. 3.30. In reactie daarop heeft Beryllium in een brief van 6 september 2024 aan Verkopers laten weten dat zij voornoemd bedrag niet zal betalen. Kort gezegd heeft Beryllium daarbij gemeld de discussie over de Earn Out 2023 in feite irrelevant te achten; veel belangrijker vindt zij dat zij bij het aangaan van de transactie is bedrogen, dan wel heeft gedwaald. 3.31. Vervolgens hebben Verkopers Beryllium in een brief van 13 september 2024 nogmaals gesommeerd tot betaling van € 4.173.548. Verder staat in deze brief onder meer het volgende: “Daarnaast wordt uw cliënte hierbij een laatste – uiterlijke – termijn gesteld waarbinnen de doorrol en implementatie van earn out rechten geëffectueerd moeten zijn. Indien zulks niet uiterlijk op 1 oktober 2024 geëffectueerd is, achten cliënten zich vrij om in dit verband rechtsmaatregelen jegens uw cliënte te treffen.” 3.32. In reactie daarop heeft Beryllium op 25 september 2024 aan Verkopers laten weten dat zij niet tot betaling van voornoemd bedrag overgaat en ook niet tot effectuering van een Doorrol. Het beslag van Verkopers ten laste van Beryllium 3.33. Na daartoe verleend verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank hebben Verkopers op 4 oktober 2024 ten laste van Beryllium beslag laten leggen onder ING Bank N.V, HFG B.V. en HFBG. Het vertrek van de managers bij SAH 3.34. Op 31 oktober 2023 hebben SAH enerzijds en [naam 3] anderzijds een vaststellingsovereenkomst gesloten. Op basis van die vaststellingsovereenkomst is de arbeidsovereenkomst tussen SAH en [naam 3] per 30 november 2023 geëindigd. 3.35. Op 29 april 2024 hebben SAH enerzijds en [naam 5] anderzijds een vaststellingsovereenkomst gesloten. Op basis van die vaststellingsovereenkomst is de arbeidsovereenkomst tussen SAH en [naam 5] per 1 mei 2024 geëindigd. 3.36. In de periode tussen september en december 2024 heeft SAH ook vaststellingsovereenkomsten gesloten met [naam 2] , [naam 1] en [naam 6] en zijn op grond daarvan de met hen gesloten arbeidsovereenkomsten geëindigd. 3.37. Volgens alle hiervoor genoemde vaststellingsovereenkomsten is de arbeidsovereenkomst geëindigd ‘op initiatief van de werkgever’ en geldt dat: “aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW ten grondslag ligt en dat Werknemer ook anderszins van de ontstane situatie geen verwijt kan worden gemaakt;” 4 Het geschil in conventie 4.1. Verkopers vorderen – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. ten aanzien van de 2023 Earn Out Amount i) Beryllium veroordeelt tot betaling van: - € 1.180.697 aan [eiseres 1] , - € 916.093,80 aan [eiseres 2] , - € 881.036 aan [eiseres 3] , - € 546.317,40 aan [eiseres 4] , - € 363.098,70 aan [eiseres 5] , - € 286.305,40 aan [eiseres 6] , telkens te vermeerderen met de contractuele rente vanaf 21 september 2024, II. ten aanzien van de Doorrol i) Beryllium veroordeelt tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de contractuele rente, althans de wettelijke rente, vanaf 18 oktober 20 Aanprijzingen in algemene bewoordingen, ook al zijn ze onwaar, leveren op zichzelf geen bedrog op (artikel 3:44 lid 3 BW). 5.5. Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar indien de dwaling (a) te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, (b) de wederpartij in verband met hetgeen hij omtrent de dwaling wist, de dwalende had behoren in te lichten, ofwel (c) indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste voorstelling van zaken als de dwalende is uitgegaan (artikel 6:228 lid 1 BW). Beryllium doet een beroep op artikel 6:228 lid 1 onder a en b BW. 5.6. Beryllium baseert haar stellingen dat sprake is van bedrog althans dwaling hoofdzakelijk op uitlatingen die [naam 2] (volgens haar) tijdens de bespreking van 10 juli 2024 (zie 3.27) heeft gedaan. Volgens Beryllium heeft [naam 2] tijdens die bespreking onder meer tegen haar gezegd dat hij ten tijde van de verkoop van SAH niet begreep waarom de EBITDA-prognose voor het jaar 2023 op € 4,4 miljoen was gesteld en dat hijzelf als ceo uitging van een substantieel lagere EBITDA-prognose voor het jaar 2023. Verder heeft [naam 2] volgens Beryllium tijdens die bespreking tegen haar gezegd dat hij zich door de andere Verkopers heeft laten meeslepen om die hogere EBITDA aan Beryllium te verkopen en dat hij zich gedurende 2023 een “imposter” had gevoeld. Beryllium voert aan dat uit deze uitlatingen van [naam 2] tijdens de bespreking van 10 juli 2024 blijkt dat Verkopers voorafgaand aan de verkoop van de aandelen in SAH ernstige twijfels hadden bij het groeipotentieel van de Star Apple Groep en de in de SPA vastgelegde EBITDA-prognose van € 4,4 miljoen voor het jaar 2023, maar die twijfels (opzettelijk) hebben verzwegen. 5.7. Dit betoog faalt. Voor zover al zou moeten worden aangenomen dat [naam 2] tijdens de bespreking van 10 juli 2024 de door Beryllium gestelde uitlatingen heeft gedaan – wat Verkopers betwisten, althans waaraan zij een andere nuancering geven – is dat op zichzelf onvoldoende om bedrog of dwaling aan te nemen. Anders dan Beryllium doet voorkomen, kan uit die uitlatingen nog niet worden afgeleid dat Verkopers voorafgaand aan de verkoop van de aandelen in SAH ernstige twijfels hadden over het groeipotentieel van de Star Apple Groep en de EBITDA-target van € 4,4 miljoen voor het jaar 2023, maar die twijfels (opzettelijk) hebben verzwegen. De gestelde opmerkingen van [naam 2] zijn goed te verklaren vanuit het inzicht van Verkopers op dat moment dat de omzetprognoses die zij in 2022 hadden gegeven te hoog gegrepen waren en dat – achteraf beschouwd – 2022 een uitzonderlijk goed jaar was. Ook de opmerking die [naam 1] volgens Beryllium tijdens die bespreking heeft gemaakt wijst in die richting. Hij zou onder meer hebben gezegd dat achteraf gezien is gebleken dat 2022 gewoon absoluut een uitzonderlijk jaar was qua performance en zeker geen indicatie voor toekomstig succes. Verder heeft Beryllium onvoldoende gesteld dat Verkopers mededelingen hebben gedaan die haar op het verkeerde been hebben gezet en ook niet duidelijk gemaakt welke feiten Verkopers hebben verzwegen waarvan zij verplicht waren die aan haar mede te delen. De verwijzing naar de e-mail van [naam 3] van 3 maart 2022 (zie 3.9) is in dit verband onvoldoende: op dat moment vertoonde SAH een opmerkelijke groei en niet is gebleken dat Verkopers zich toen al hadden moeten realiseren dat die groei niet bestendig zou zijn. 5.8. Daarbij komt dat niet ter discussie staat dat de historische cijfers van SAH die zij in het (ver)kooptraject met Beryllium hebben gedeeld, juist waren en dat partijen voor het overige alleen streefcijfers (‘targets’) hebben afgesproken. Bij het behalen van die streefcijfers hadden zij ook een gemeenschappelijk belang. 5.9. De conclusie is dat Beryllium – tegenover de gemotiveerde betwistingen van Verkopers – onvoldoende heeft gesteld om bedrog of dwaling aan te nem Op basis daarvan moesten Beryllium zich inspannen om de continuïteit van de Star Apple Groep te waarborgen en duurzame groei te realiseren. Verkopers hebben die zorgvuldigheidsverplichtingen geschonden, omdat kort gezegd: binnen de Star Apple Groep sprake was van inadequaat recruitmentbeleid, onvoldoende werd geïnvesteerd in Learning & Development en borging van medewerkers, het management zich onvoldoende heeft ingespannen. Voornoemde handelwijze van Verkopers is op zijn minst medebepalend geweest voor het zeer snel teruglopende resultaat van de Star Apple Groep, aldus steeds Beryllium. 5.19. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van de drie door Beryllium gestelde schendingen van zorgvuldigheidsverplichtingen. De rechtbank licht dat hierna toe. i) Inadequaat recruitmentbeleid? 5.20. Beryllium voert ten eerste aan dat Verkopers de op hen rustende zorgvuldigheidsverplichtingen hebben geschonden, omdat sprake was van een inadequaat recruitmentbeleid binnen de Star Apple Groep. Beryllium heeft in dit verband het volgende naar voren gebracht: In de jaren 2023 en 2024 was sprake van een zeer wisselend recruitmentbeleid, waarbij vaak onduidelijkheid bestond binnen de organisatie van SAH over de koers en met name het beleid omtrent groei. De corporate recruiters wisten niet waar zij aan toe waren en of zij mensen konden aannemen of niet. In bepaalde periodes gold een vacaturestop en mochten de corporate recruiters dus geen mensen aannemen. Na een vacaturestop moesten de corporate recruiters – vaak ineens – juist onder hoge druk binnen korte tijd zeer veel mensen aannemen. De corporate recruiters zijn tijdelijk ingezet voor andere labels binnen de HeadFirst Groep, omdat zij geen werkzaamheden voor de Star Apple Groep konden verrichten vanwege de vacaturestops. Toen zij vervolgens weer werden verzocht vacatures voor de Star Apple Groep te vervullen, hebben zij dit geweigerd, omdat de druk vanuit de Star Apple Groep dusdanig hoog werd opgevoerd dat zij hieraan niet meer wilden meewerken. De recruiters die wel zijn aangenomen functioneerden in veel gevallen niet en kwamen soms al na twee dagen niet meer opdagen. Dit duidt op slecht management en een slechte selectie en daarbij in het bijzonder op onvoldoende aandacht voor kwaliteit. Hierdoor was het verloop zeer hoog. In de periode van maart tot midden september 2023 was geen corporate recruiter actief voor de Star Apple Groep. Verkopers hebben onvoldoende actie ondernomen om dit gat sneller te vullen. 5.21. Daartegenover hebben Verkopers het volgende aangevoerd: Verkopers hebben altijd ingezet op de lange termijn groei van de Star Apple Groep en hebben daarvoor zo veel als mogelijk geschikte werknemers geworven. Dit is altijd de ambitie geweest en dat was voor de recruiters volstrekt duidelijk. Verkopers hebben eenmalig de vacatures stopgezet, maar enkel na uitdrukkelijk verzoek daartoe van hogerhand. Dat corporate recruiters tijdelijk zijn ingezet voor andere labels binnen de HeadFirst Groep, is niet te wijten aan Verkopers. Toen HeadFirst de budgetten van de Star Apple Groep beoordeelde, besloot zij eenzijdig dat de Star Apple Groep minder werknemers mocht aannemen dan Verkopers hadden beoogd. HeadFirst heeft toen besloten dat de corporate recruiters daarom (grotendeels) voor HeadFirst zouden worden ingezet. Van een vacaturestop was geen sprake en het was HeadFirst die besloot dat corporate recruiters voor andere labels binnen de groep werden ingezet. Verkopers betwisten dat de betreffende recruiters hebben geweigerd vacatures te vervullen omdat de druk vanuit de Star Apple Groep dusdanig hoog werd opgevoerd dat zij hieraan niet meer wilden meewerken. Verkopers betwisten dat wel aangenomen recruiters niet functioneerden althans binnen enkele dagen niet meer kwamen opdagen. Zelfs in het geval dat die recruiters niet functioneerden of na enkele dagen niet meer kwamen opdagen, is daar mee niet automatisch sprake van slecht management of onvoldoende aandacht voor kwaliteit bi jullie operationele verantwoordelijkheden waaronder: aanwezigheid op kantoor t.b.v. sturing en motivatie van operatie, opzetten van de forecast 6+6 en strategie uitwerking h2 2024. Jullie hebben hieraan geen tot zeer kleine bijdrage geleverd en ook geen moeite genomen om aan het proces deel te nemen.” De enkele verwijzing van Beryllium naar deze e-mail van [naam 9] is onvoldoende. Verkopers hebben namelijk op hun beurt gewezen op de reacties van [naam 2] , [naam 1] en [naam 6] daarop van diezelfde dag, waarin zij de door [naam 9] in haar e-mail 29 juli 2024 geschetste gang van zaken weerspreken (productie 75 van Verkopers). Daarbij komt dat [naam 9] in eerdere mails van 4 september 2023 en 17 januari 2024 – toen het conflict tussen partijen nog niet was opgelaaid – met cc aan [naam 7] en [naam 8] juist heeft uitgesproken dat ‘over inzet geen twijfel bestaat’ en dat ze niet ‘willen voorbijgaan aan het feit dat jullie als driemanschap enorm hebben gewerkt om het maximale eruit te halen.’ Bij deze stand van zaken kan de e-mail van 29 juli 2024 van [naam 9] dan ook niet dienen ter nadere onderbouwing van de stellingen van Beryllium. 5.26. Al het voorgaande brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat het management zich onvoldoende heeft ingespannen. Schendingen zorgvuldigheidsverplichtingen: slotsom 5.27. De slotsom is dat de door Beryllium gestelde schendingen van Verkopers van op hen rustende zorgvuldigheidsverplichtingen niet zijn komen vast te staan. 5.28. Beryllium heeft in dit verband nog getuigenbewijs aangeboden. Die getuigen zouden volgens haar kunnen verklaren over – onder meer – ‘het gevoerde (recruitment- en Learning & Development)-beleid’, ‘de gebrekkige aansturing’ ‘kostenbesparingen en vacaturestops in de periode 2023 en 2024’, ‘de met Verkopers gevoerde gesprekken over verbeteringen van de resultaten’ en ‘eerdere gesprekken over vacaturestops’. Daarmee heeft Beryllium onvoldoende concreet gemaakt welke feiten zij zou willen bewijzen die tot beslissing van de zaak kunnen leiden. Dit bewijsaanbod van Beryllium wordt daarom gepasseerd. 5.29. Al het voorgaande brengt mee dat de subsidiair door Beryllium gevorderde verklaring voor recht – zie 4.4 onder iii – moet worden afgewezen. Dit betekent dat ook de daarmee samenhangende subsidiaire vordering van Beryllium tot verwijzing naar de schadestaatprocedure – zie 4.4 onder iv – moet worden afgewezen. Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid? 5.30. Verder geldt het volgende. Verkopers en Beryllium zijn aan te merken als professionele partijen en zijn voorafgaand aan en tijdens het sluiten van de SPA bijgestaan door advocaten. Zij hebben – naar moet worden aangenomen – welbewust gekozen voor een Earn-Out regeling waarin wat betreft de betwisting van de Sellers’ Notice of Disagreement een duidelijke, korte vervaltermijn van twintig werkdagen is bepaald (artikel 5.5 van de Earn Out-regeling). Verder hebben Verkopers onweersproken toegelicht dat de in artikel 5 van de Earn Out-regeling opgenomen vervaltermijnen hard zijn en beogen rechtszekerheid te bieden. Het is onder deze omstandigheden niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Verkopers vasthouden aan de gemaakte afspraken. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat Verkopers Beryllium in hun Sellers’ Notice of Disagreement – in paragraaf 21.1 (“Next Steps”) – nog uitdrukkelijk hebben gewezen op haar mogelijkheid om binnen twintig werkdagen een Purchaser’s Notice of Disagreement uit te brengen (zie 3.28). 5.31. De verwijzing van Beryllium naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2013, leidt niet tot een ander oordeel. Dat arrest ziet namelijk op een andere situatie dan hier aan de orde. In dat arrest ging – anders dan hier – juist de koper de overgenomen onderneming drijven en heeft die koper zelf de Earn Out gefrustreerd door niet te voldoen aan de op hem rustende (inspannings)verplichtingen, wat hier niet aan de orde is. Zonder verdere toelichti Met betrekking tot zowel [naam 3] als [naam 5] hebben Verkopers namelijk onbetwist toegelicht dat zij beiden op initiatief van werkgever SAH uit dienst zijn getreden, zodat zij niet kunnen worden aangemerkt als Bad Leavers in de zin van het bepaalde onder (vi) van de definitie van Bad Leaver. Dit volgt ook uit de door hen gesloten vaststellingsovereenkomsten (zie 3.37). 5.38. Voor zover Beryllium een beroep heeft willen doen op het bepaalde onder (v) van de definitie van Bad Leaver, gaat dat niet op. Uit die bepaling blijkt namelijk dat [naam 3] en [naam 5] pas als Bad Leavers kunnen worden aangemerkt indien zij – kort gezegd – zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van hun arbeidsovereenkomsten, onder de voorwaarde dat zij – voor zover nakoming niet blijvend onmogelijk is – in gebreke zijn gesteld en niet binnen een redelijke termijn daarna alsnog hun verplichtingen zijn nagekomen. Dat [naam 3] en [naam 5] in gebreke zijn gesteld in de hiervoor bedoelde zin, heeft Beryllium niet gesteld en is ook niet gebleken. Bij dit alles komt dat volgens de vaststellingsovereenkomsten die met [naam 3] en [naam 5] zijn gesloten aan hen geen verwijt kan worden gemaakt van de ontstane situatie. 5.39. Beryllium heeft in dit verband nog naar voren gebracht dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat zowel het salaris van [naam 3] voor berekening van de Earn Out 2023 wordt genormaliseerd (wat een bepalende rol heeft gespeeld bij het halen van de drempel voor de Earn Out 2023) als dat hij daarop aanspraak maakt. Dit standpunt volgt de rechtbank niet. Zoals hiervoor is overwogen is het aan Beryllium zelf te wijten dat zij de overeengekomen weg voor het vaststellen van de Earn Out 2023 niet is gevolgd. Daarmee kan zij haar bezwaren tegen de toegepaste normalisaties hier niet meer aan de orde stellen. Zonder verdere toelichting, die ontbreekt, is dit standpunt van Beryllium ook overigens niet te volgen. De rechtbank gaat daar dan ook aan voorbij. 5.40. De conclusie is dat [naam 3] en [naam 5] niet kunnen worden aangemerkt als Bad Leavers. Dat zij op die grond geen aanspraak kunnen maken op de Earn Out 2023 kan dus niet worden aangenomen. Earn Out 2023: slotsom 5.41. Al het voorgaande brengt mee dat de door Verkopers gevorderde bedragen – zie 4.1 onder i – worden toegewezen. 5.42. Verkopers hebben over voornoemde bedragen steeds contractuele rente in de zin van artikel 14.13 SPA gevorderd. De door Verkopers gevorderde contractuele rente wordt als onbestreden toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld. Doorrol 5.43. Verkopers vorderen verder veroordeling van Beryllium tot betaling van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Daarnaast vorderen Verkopers veroordeling van Beryllium tot betaling van in totaal € 8.127.421,42 als voorschot op die schadevergoeding (zie hiervoor 4.1 onder II). 5.44. Verkopers leggen – samengevat – het volgende aan deze vorderingen ten grondslag. Partijen hebben in de SPA vastgelegd dat Verkopers na de verkoop van hun aandelen in SAH certificaten van aandelen in Beryllium zouden verkrijgen (‘Doorrol I’). Ten tijde van het sluiten van de SPA was Beryllium ook in onderhandeling met IceLake over een verkoop van de aandelen in Beryllium. Daarna hebben partijen afgesproken dat Verkopers certificaten van aandelen zouden verkrijgen in HFG B.V., de nieuwe aandeelhouder van Beryllium (‘Doorrol II’). Vervolgens hebben partijen afgesproken dat Verkopers certificaten van aandelen zouden verkrijgen in HFG PLC, de nieuwe aandeelhouder van HFG B.V. (‘Doorrol III’). Geen van voornoemde afspraken is nadien geëffectueerd. Beryllium is dan ook tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen tegenover Verkopers en zij verkeert in verzuim, aldus steeds Verkopers. 5.45. Verkopers hebben tijdens de zitting toegelicht dat hun vorderingen in dit verband primair zien op de Doorrol III, subsidiair op Doorrol II en meer subsidiai Beryllium heeft namelijk toegelicht dat voor zowel Doorrol III als Doorrol II nog veel punten openstonden, waaronder i) een discrepantie tussen enerzijds de verhouding tussen het aantal preferente en gewone aandelen die Verkopers zouden verkrijgen en anderzijds de verhouding tussen het aantal preferente en gewone aandelen dat door Beryllium werd gehouden, ii) de structurering en omvang van een mogelijke aanspraak van Verkopers op een door IceLake aan Beryllium te betalen Earn Out en iii) het ontbreken van de onderliggende stukken om Doorrol III en Doorrol II te kunnen effectueren, zoals administratievoorwaarden en de statuten van de STAK. Deels moest bovendien ook nog met derde partijen overeenstemming worden bereikt, aldus Beryllium. Verkopers hebben dat onvoldoende weersproken. Naar het oordeel van de rechtbank mochten Verkopers er bij deze stand van zaken, ondanks de vergaande toezeggingen van Beryllium op dit punt, niet op vertrouwen dat partijen overeenstemming hadden bereikt over Doorrol III of Doorrol II. 5.54. De conclusie is dat partijen wat betreft Doorrol III en Doorrol II geen afdwingbare afspraken hebben gemaakt. Dit brengt mee dat de vorderingen van Verkopers voor zover die zien op Doorrol III en Doorrol II moeten worden afgewezen. Doorrol I 5.55. Ook voor zover deze vorderingen van Verkopers zien op Doorrol I, moeten die worden afgewezen. 5.56. Voorop staat dat de afspraken met betrekking tot Doorrol I zijn vastgelegd in onder meer de artikelen 3.2.2, 3.2.3, 7.1.1. en 7.2.1 SPA. Voornoemde bepalingen roepen verplichtingen in het leven voor Beryllium met betrekking tot uitgifte van certificaten van aandelen in haar kapitaal aan Verkopers. Verkopers hebben evenwel niet duidelijk gemaakt dat Beryllium in dit verband in verzuim is geraakt. Partijen zijn het er namelijk over eens dat 9 mei 2023 de uiterste datum was waarop voornoemde uitgifte had moeten plaatsvinden, maar dat zij die datum – in verband met de gesprekken over Doorrol II en Doorrol III – in onderling overleg hebben losgelaten. Verkopers hebben nog gewezen op een e-mail van 26 juli 2024 (productie 29 van Verkopers) en de brief van 13 september 2024 van Verkopers (zie 3.31) waarin weliswaar wordt aangedrongen op effectuering van ‘de doorrol’, maar daaruit wordt niet duidelijk welke specifieke Doorrol zij daarin op het oog hebben; in elk geval wordt niet duidelijk dat het in deze berichten om Doorrol I gaat. Verkopers hebben verder nog gewezen op een e-mail van 19 juli 2024, een brief van 6 september 2024 en een brief van 25 september 2024 van Beryllium (producties 29, 32 en 34 van Verkopers), maar hebben niet verduidelijkt uit welke specifieke daarin door Beryllium gedane mededelingen, zij mochten afleiden dat Beryllium in de nakoming van haar verplichtingen met betrekking tot Doorrol I zou tekortschieten (artikel 6:83 aanhef en onder c BW). Verder blijkt uit niets dat Verkopers Beryllium opnieuw hebben aangesproken tot effectuering van Doorrol I. Tot slot wordt opgemerkt dat Beryllium zich bereid heeft verklaard om binnen een redelijke termijn Doorrol I te faciliteren. Het staat partijen vrij om het gesprek daarover te hervatten. 5.57. Bij deze stand van zaken kan dan ook niet worden vastgesteld dat Beryllium met betrekking tot Doorrol I in verzuim is. Daarmee is niet voldaan aan de vereisten voor toewijzing van een vervangende schadevergoeding (artikel 6:87 BW). Dit brengt mee dat de vorderingen van Verkopers ook voor zover die zien op Doorrol I moeten worden afgewezen. Doorrol: slotsom 5.58. De slotsom is dat de vorderingen van Verkopers – zie 4.1 onder II – worden afgewezen. De IceLake Earn Out 5.59. Verkopers vorderen verder een verklaring voor recht dat zij aanspraak kunnen maken op de IceLake Earn Out en dat Beryllium gehouden is tot betaling aan hen op basis van die IceLake Earn Out. 5.60. Partijen zijn het erover eens dat zij in verband met en als onderdeel van Doorrol II en Doorrol III hebben gesproken over de mogelijkheid dat Verkopers zouden