Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-02-11
ECLI:NL:RBAMS:2026:1483
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,058 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1483 text/xml public 2026-03-19T13:20:02 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-11 25/1938 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1483 text/html public 2026-03-16T08:58:35 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1483 Rechtbank Amsterdam , 11-02-2026 / 25/1938 WIA. Ongegrond. Verzekeringsartsen mogen een verschil in inzicht hebben. In onderhavige zaak heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep goed gemotiveerd waarom eiseres bepaalde handelingen wel of niet kan uitvoeren. Hij heeft dit onderbouwd met recentere medische informatie dan is meegewogen door de verzekeringsarts in de Ziektewetbeoordeling. Ook de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft goed onderbouwd waarom bepaalde functies toch haalbaar zijn voor eiseres. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/1938 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. B. Sakarya), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , verweerder ( [gemachtigde verweerder] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de WIA -uitkering van eiseres. Per 25 december 2023 wordt eiseres 24,75% arbeidsongeschikt geacht. Eiseres is het daar niet mee eens en voert aan dat haar fysieke en functionele beperkingen structureel van aard zijn en haar zodanig beperken dat zij geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft voor passende arbeid. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder eiseres op juiste gronden 24,75% arbeidsongeschikt heeft geacht. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres was laatstelijk werkzaam als schoonmaakster bij SAMSAM Amsterdam B.V. voor gemiddeld 15,86 uur per week. Zij heeft zich op 27 december 2021 ziekgemeld vanuit de WW wegens nek, schouder- en rugklachten en carpaal tunnel syndroom in beide handen. Na de eerstejaars Ziektewetbeoordeling was eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt. 2.1. Met het primaire besluit van 7 mei 2024 heeft verweerder eiseres voor 3,30% arbeidsongeschikt geacht. Eiseres is hiertegen in bezwaar gegaan. Vervolgens heeft verweerder eiseres met het bestreden besluit van 12 februari 2025 24,75% arbeidsongeschikt geacht. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 7 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiseres samen met haar gemachtigde deelgenomen. Het UWV heeft zich telefonisch laten vertegenwoordigen door bovengenoemde gemachtigde. 3. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Op de zitting is gesproken over het aanvullende stuk met bijlage wat door de gemachtigde van eiseres op 3 oktober 2025 aan de rechtbank en verweerder is toegezonden. Dit betreft een beslissing op bezwaar van verweerder met de datum 8 juli 2025 in een Ziektewet-beoordeling. Eiseres wordt in deze beoordeling per 18 december 2024 wel arbeidsongeschikt geacht volgens de Ziektewet en niet geschikt geacht voor twee van de drie functies die zijn geduid bij de WIA-beoordeling. Verweerder heeft op de zitting aangegeven dat zij deze beslissing niet goed kon lezen en daarnaast door de late indiening niet heeft kunnen voorleggen aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegezegd binnen vier weken na deze zitting de reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan de rechtbank toe te sturen. Daarin zal de vraag worden beantwoord of de beoordeling van de medische situatie die ten grondslag ligt aan de beslissing van 8 juli 2025 gevolgen heeft voor de medische beoordeling in deze procedure en zo ja, welke gevolgen. Zij zal ook aan de arbeidsdeskundige de vraag stellen of deze een nadere toelichting kan geven met betrekking tot het benodigde Engels niveau voor de functie medewerker industrie, nu eiseres geen Engels spreekt. 4. Op 4 november 2025 heeft verweerder vervolgens een aanvullend verweerschrift met een reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep toegestuurd. Eiseres heeft hier op haar beurt op 14 november 2025 op gereageerd. 5. De rechtbank heeft partijen vervolgens laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een nadere zitting. Beoordeling door de rechtbank 6. De rechtbank beoordeelt of verweerder de WIA-uitkering van eiseres terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 7. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 8. Verweerder mag zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapportages. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. Is het medisch onderzoek zorgvuldig geweest? 9. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft medisch onderzoek verricht en zijn bevindingen neergelegd in een rapport van 17 januari 2025. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zijn bevindingen gebaseerd op de aanwezige stukken: de dossiergegevens en het hoorzittingsverslag. 9.1. Eiseres heeft in beroep stukken overgelegd van een Ziektewetbeoordeling met een datum in geding van 18 december 2024. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep [verzekeringsarts] van 30 juni 2025 in die procedure volgt dat hij eiseres wel arbeidsongeschikt acht voor de Ziektewet. De rechtbank heeft kennisgenomen van deze stukken en verweerder heeft deze stukken voorgelegd aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep in onderhavige procedure ( [deskundige] ). [deskundige] heeft in zijn aanvullende reactie van 20 oktober 2025 nogmaals naar de zaak gekeken. [deskundige] acht de radiologische onderzoeksbevindingen en diagnostiek uit 2025 ook van toepassing op de datum in geding van 25 december 2023 en heeft deze medische informatie besproken en bij zijn beoordeling betrokken. Hij heeft hierin ook aanleiding gezien om meer beperkingen voor eiseres aan te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek zorgvuldig geweest. Zij heeft geen tegenstrijdigheden aangetroffen in het rapport van verzekeringsarts [deskundige] . Is er reden om te twijfelen aan de medische beoordeling? 10. Eiseres heeft aangevoerd dat haar klachten en beperkingen erger zijn dan is aangenomen in onderhavige procedure. Zij heeft last van een slijmbeursontsteking in beide schouders, een peesontsteking in de rechterduim, nek- en rugklachten met uitstraling, verminderde knijp- en grijpkracht, tintelingen en een doof gevoel in de handen. Zij verwijst ter onderbouwing van de ernst van de klachten met name naar het rapport van verzekeringsarts [verzekeringsarts] . 11. Vaststaat dat verzekeringsarts [deskundige] anders kijkt naar de overbelasting van de schouder dan verzekeringsarts [verzekeringsarts] . [deskundige] erkent dit in zijn reactie/beschouwing in het stuk van 20 oktober 2025 ook. Echter heeft [deskundige] naar het oordeel van de rechtbank goed gemotiveerd waarom eiseres bepaalde handelingen wel of niet kan uitvoeren. Hij heeft daarbij ook een nog recentere MRI meegenomen dan ten tijde van het onderzoek van verzekeringsarts [verzekeringsarts] beschikbaar was.
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1483 text/xml public 2026-03-19T13:20:02 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-02-11 25/1938 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Amsterdam Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1483 text/html public 2026-03-16T08:58:35 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1483 Rechtbank Amsterdam , 11-02-2026 / 25/1938 WIA. Ongegrond. Verzekeringsartsen mogen een verschil in inzicht hebben. In onderhavige zaak heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep goed gemotiveerd waarom eiseres bepaalde handelingen wel of niet kan uitvoeren. Hij heeft dit onderbouwd met recentere medische informatie dan is meegewogen door de verzekeringsarts in de Ziektewetbeoordeling. Ook de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft goed onderbouwd waarom bepaalde functies toch haalbaar zijn voor eiseres. RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/1938 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. B. Sakarya), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , verweerder ( [gemachtigde verweerder] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de WIA -uitkering van eiseres. Per 25 december 2023 wordt eiseres 24,75% arbeidsongeschikt geacht. Eiseres is het daar niet mee eens en voert aan dat haar fysieke en functionele beperkingen structureel van aard zijn en haar zodanig beperken dat zij geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft voor passende arbeid. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder eiseres op juiste gronden 24,75% arbeidsongeschikt heeft geacht. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres was laatstelijk werkzaam als schoonmaakster bij SAMSAM Amsterdam B.V. voor gemiddeld 15,86 uur per week. Zij heeft zich op 27 december 2021 ziekgemeld vanuit de WW wegens nek, schouder- en rugklachten en carpaal tunnel syndroom in beide handen. Na de eerstejaars Ziektewetbeoordeling was eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt. 2.1. Met het primaire besluit van 7 mei 2024 heeft verweerder eiseres voor 3,30% arbeidsongeschikt geacht. Eiseres is hiertegen in bezwaar gegaan. Vervolgens heeft verweerder eiseres met het bestreden besluit van 12 februari 2025 24,75% arbeidsongeschikt geacht. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 7 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiseres samen met haar gemachtigde deelgenomen. Het UWV heeft zich telefonisch laten vertegenwoordigen door bovengenoemde gemachtigde. 3. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Op de zitting is gesproken over het aanvullende stuk met bijlage wat door de gemachtigde van eiseres op 3 oktober 2025 aan de rechtbank en verweerder is toegezonden. Dit betreft een beslissing op bezwaar van verweerder met de datum 8 juli 2025 in een Ziektewet-beoordeling. Eiseres wordt in deze beoordeling per 18 december 2024 wel arbeidsongeschikt geacht volgens de Ziektewet en niet geschikt geacht voor twee van de drie functies die zijn geduid bij de WIA-beoordeling. Verweerder heeft op de zitting aangegeven dat zij deze beslissing niet goed kon lezen en daarnaast door de late indiening niet heeft kunnen voorleggen aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegezegd binnen vier weken na deze zitting de reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan de rechtbank toe te sturen. Daarin zal de vraag worden beantwoord of de beoordeling van de medische situatie die ten grondslag ligt aan de beslissing van 8 juli 2025 gevolgen heeft voor de medische beoordeling in deze procedure en zo ja, welke gevolgen. Zij zal ook aan de arbeidsdeskundige de vraag stellen of deze een nadere toelichting kan geven met betrekking tot het benodigde Engels niveau voor de functie medewerker industrie, nu eiseres geen Engels spreekt. 4. Op 4 november 2025 heeft verweerder vervolgens een aanvullend verweerschrift met een reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep toegestuurd. Eiseres heeft hier op haar beurt op 14 november 2025 op gereageerd. 5. De rechtbank heeft partijen vervolgens laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een nadere zitting. Beoordeling door de rechtbank 6. De rechtbank beoordeelt of verweerder de WIA-uitkering van eiseres terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 7. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 8. Verweerder mag zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapportages. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. Is het medisch onderzoek zorgvuldig geweest? 9. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft medisch onderzoek verricht en zijn bevindingen neergelegd in een rapport van 17 januari 2025. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zijn bevindingen gebaseerd op de aanwezige stukken: de dossiergegevens en het hoorzittingsverslag. 9.1. Eiseres heeft in beroep stukken overgelegd van een Ziektewetbeoordeling met een datum in geding van 18 december 2024. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep [verzekeringsarts] van 30 juni 2025 in die procedure volgt dat hij eiseres wel arbeidsongeschikt acht voor de Ziektewet. De rechtbank heeft kennisgenomen van deze stukken en verweerder heeft deze stukken voorgelegd aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep in onderhavige procedure ( [deskundige] ). [deskundige] heeft in zijn aanvullende reactie van 20 oktober 2025 nogmaals naar de zaak gekeken. [deskundige] acht de radiologische onderzoeksbevindingen en diagnostiek uit 2025 ook van toepassing op de datum in geding van 25 december 2023 en heeft deze medische informatie besproken en bij zijn beoordeling betrokken. Hij heeft hierin ook aanleiding gezien om meer beperkingen voor eiseres aan te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek zorgvuldig geweest. Zij heeft geen tegenstrijdigheden aangetroffen in het rapport van verzekeringsarts [deskundige] . Is er reden om te twijfelen aan de medische beoordeling? 10. Eiseres heeft aangevoerd dat haar klachten en beperkingen erger zijn dan is aangenomen in onderhavige procedure. Zij heeft last van een slijmbeursontsteking in beide schouders, een peesontsteking in de rechterduim, nek- en rugklachten met uitstraling, verminderde knijp- en grijpkracht, tintelingen en een doof gevoel in de handen. Zij verwijst ter onderbouwing van de ernst van de klachten met name naar het rapport van verzekeringsarts [verzekeringsarts] . 11. Vaststaat dat verzekeringsarts [deskundige] anders kijkt naar de overbelasting van de schouder dan verzekeringsarts [verzekeringsarts] . [deskundige] erkent dit in zijn reactie/beschouwing in het stuk van 20 oktober 2025 ook. Echter heeft [deskundige] naar het oordeel van de rechtbank goed gemotiveerd waarom eiseres bepaalde handelingen wel of niet kan uitvoeren. Hij heeft daarbij ook een nog recentere MRI meegenomen dan ten tijde van het onderzoek van verzekeringsarts [verzekeringsarts] beschikbaar was.