Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-01-22
ECLI:NL:RBAMS:2026:1380
Civiel recht; Europees civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,158 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1380 text/xml public 2026-03-12T16:19:34 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-22 11596238 \ CV EXPL 25-4396 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Verstek Verwijzing na Hoge Raad NL Amsterdam Civiel recht; Europees civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1380 text/html public 2026-03-11T13:41:55 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1380 Rechtbank Amsterdam , 22-01-2026 / 11596238 \ CV EXPL 25-4396 Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Verzoek aanhouding tot de Hoge Raad uitsluitsel heeft gegeven over gevolgen van oneerlijk proceskostenbeding. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11596238 \ CV EXPL 25-4396 Vonnis van 22 januari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE NEDERLANDSE KLUIS B.V. , gevestigd te Rotterdam, eisende partij, gemachtigde: Agin Timmermans, tegen [gedaagde] , zonder bekende woon- of verblijfplaats, gedaagde partij, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 13 november 2025, - de akte van eisende partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter tot ambtshalve vernietiging van bedingen in de algemene voorwaarden van eisende partij over de huurprijswijziging, buitengerechtelijke incassokosten en gerechtelijke kosten. 2.2. Eisende partij heeft bij akte aangevoerd zich met betrekking tot het beding over buitengerechtelijke incassokosten en huurprijswijziging te refereren aan het oordeel van de kantonrechter. Met betrekking tot het beding over gerechtelijke kosten kan eisende partij zich niet verenigen met het oordeel van de kantonrechter dat dit beding oneerlijk is. Het beding bepaalt volgens eisende partij niet dat alle gerechtelijke kosten in rekening kunnen worden gebracht, zoals in de zaak die bij de Hoge Raad voorlag, waarnaar de kantonrechter verwees. 2.3. De kantonrechter blijft bij het oordeel als verwoord in het tussenvonnis. Dat het woordje ‘alle’ niet in het beding staat, betekent niet dat het in rekening brengen van alle gerechtelijke kosten niet mogelijk is. De ruime formulering van het beding maakt het mogelijk dat eisende partij alle door haar gemaakte gerechtelijke (incasso)kosten op grond van het beding bij de consument in rekening kan brengen, althans het beding sluit dit niet uit. Het beding is dan ook oneerlijk. 2.4. Eisende partij heeft voor die situatie verzocht om aanhouding van de beslissing over de proceskosten, vooralsnog voor een periode van zes maanden, in afwachting van een antwoord van het Hof van Justitie op de gestelde prejudiciële vragen. Met betrekking tot de vorderingen waarover wel beslist kan worden, verzoekt eisende partij om hier middels een deelvonnis wel al een beslissing over te nemen. 2.5. Tegen de verzochte aanhouding ziet de kantonrechter geen bezwaren, zodat de zaak zal worden aangehouden. Naar vast beleid wordt echter géén deelvonnis gewezen, in die zin dat op een deel van de vordering wordt beslist, maar slechts de beslissing over de proceskosten wordt aangehouden. De beslissing op de gehele vordering zal volgen nadat de Hoge Raad arrest heeft gewezen over de gevolgen van een oneerlijk proceskostenbeding. 2.6. Uit praktische overwegingen verwijst de kantonrechter de zaak naar de na te melden rolzitting voor het nemen van een akte door eisende partij. Op deze roldatum kan eisende partij een nadere aanhouding van zes maanden verzoeken indien de Hoge Raad nog geen arrest heeft gewezen. Als de Hoge Raad eerder arrest wijst, kan eisende partij een verzoek doen de zaak op een vervroegde roldatum te plaatsen. 2.7. Als eisende partij eerder een beslissing wenst, dan kan zij dat laten weten. Wel wordt, zoals hiervoor al vermeld, uitsluitend op de gehele vordering beslist. 2.8. Iedere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. verwijst de zaak naar de rol van donderdag 28 januari 2027 om 10.00 uur voor akte uitlating door eisende partij, 3.2. houdt iedere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026. 991
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1380 text/xml public 2026-03-12T16:19:34 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-22 11596238 \ CV EXPL 25-4396 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Verstek Verwijzing na Hoge Raad NL Amsterdam Civiel recht; Europees civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1380 text/html public 2026-03-11T13:41:55 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1380 Rechtbank Amsterdam , 22-01-2026 / 11596238 \ CV EXPL 25-4396 Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Verzoek aanhouding tot de Hoge Raad uitsluitsel heeft gegeven over gevolgen van oneerlijk proceskostenbeding. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11596238 \ CV EXPL 25-4396 Vonnis van 22 januari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE NEDERLANDSE KLUIS B.V. , gevestigd te Rotterdam, eisende partij, gemachtigde: Agin Timmermans, tegen [gedaagde] , zonder bekende woon- of verblijfplaats, gedaagde partij, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 13 november 2025, - de akte van eisende partij. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter tot ambtshalve vernietiging van bedingen in de algemene voorwaarden van eisende partij over de huurprijswijziging, buitengerechtelijke incassokosten en gerechtelijke kosten. 2.2. Eisende partij heeft bij akte aangevoerd zich met betrekking tot het beding over buitengerechtelijke incassokosten en huurprijswijziging te refereren aan het oordeel van de kantonrechter. Met betrekking tot het beding over gerechtelijke kosten kan eisende partij zich niet verenigen met het oordeel van de kantonrechter dat dit beding oneerlijk is. Het beding bepaalt volgens eisende partij niet dat alle gerechtelijke kosten in rekening kunnen worden gebracht, zoals in de zaak die bij de Hoge Raad voorlag, waarnaar de kantonrechter verwees. 2.3. De kantonrechter blijft bij het oordeel als verwoord in het tussenvonnis. Dat het woordje ‘alle’ niet in het beding staat, betekent niet dat het in rekening brengen van alle gerechtelijke kosten niet mogelijk is. De ruime formulering van het beding maakt het mogelijk dat eisende partij alle door haar gemaakte gerechtelijke (incasso)kosten op grond van het beding bij de consument in rekening kan brengen, althans het beding sluit dit niet uit. Het beding is dan ook oneerlijk. 2.4. Eisende partij heeft voor die situatie verzocht om aanhouding van de beslissing over de proceskosten, vooralsnog voor een periode van zes maanden, in afwachting van een antwoord van het Hof van Justitie op de gestelde prejudiciële vragen. Met betrekking tot de vorderingen waarover wel beslist kan worden, verzoekt eisende partij om hier middels een deelvonnis wel al een beslissing over te nemen. 2.5. Tegen de verzochte aanhouding ziet de kantonrechter geen bezwaren, zodat de zaak zal worden aangehouden. Naar vast beleid wordt echter géén deelvonnis gewezen, in die zin dat op een deel van de vordering wordt beslist, maar slechts de beslissing over de proceskosten wordt aangehouden. De beslissing op de gehele vordering zal volgen nadat de Hoge Raad arrest heeft gewezen over de gevolgen van een oneerlijk proceskostenbeding. 2.6. Uit praktische overwegingen verwijst de kantonrechter de zaak naar de na te melden rolzitting voor het nemen van een akte door eisende partij. Op deze roldatum kan eisende partij een nadere aanhouding van zes maanden verzoeken indien de Hoge Raad nog geen arrest heeft gewezen. Als de Hoge Raad eerder arrest wijst, kan eisende partij een verzoek doen de zaak op een vervroegde roldatum te plaatsen. 2.7. Als eisende partij eerder een beslissing wenst, dan kan zij dat laten weten. Wel wordt, zoals hiervoor al vermeld, uitsluitend op de gehele vordering beslist. 2.8. Iedere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. verwijst de zaak naar de rol van donderdag 28 januari 2027 om 10.00 uur voor akte uitlating door eisende partij, 3.2. houdt iedere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026. 991