Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2026-01-21
ECLI:NL:RBAMS:2026:1092
RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht kantonrechter: mr. T.M.A. van Löben Sels zaaknummer: 11877449 WM VERZ 25-16194 beslissing van: 21 januari 2026 func.: 65186 Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 21 januari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van: [betrokkene] [adres] verder: betrokkene namens wie beroep is ingesteld door: Appjection B.V. mr. M. Lagas verder: gemachtigde welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 11 maart 2025 en is gericht tegen de beslissing van 29 januari 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] , Egypte op [geboortedatum] 1960. CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE Aan betrokkene is bij beschikking van 21 mei 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 21 januari 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen. Betrokkene is samen met de heer [naam] , namens gemachtigde, bij de zitting verschenen. Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gegrond is. GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat de bestuurder van een motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, heeft gehandeld in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen (bord C1). Deze gedraging is geconstateerd op 8 mei 2024 om 18:09 uur op het Muntplein te Amsterdam. 2. Het beroep is tijdig ingesteld. 3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene heeft aangegeven dat in verband met de pro-Palestina demonstraties op 8 mei 2024 het Rokin was afgesloten en dat hij op aanwijzing van een agent moest omkeren. De agent heeft betrokkene medegedeeld dat er geen boetes zouden worden uitgedeeld, omdat betrokkene weet dat er camera’s zijn op de vermeende pleeglocatie. De agent heeft dus gelogen. Gemachtigde stelt dat er sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel. In het onderhavige geval heeft betrokkene aanwijzingen van een agent opgevolgd. De doorgang was geblokkeerd en daarom werden automobilisten door agenten de richting van de geslotenverklaring op verwezen. Alle bestuurders werden verzocht om te keren en via het Muntplein weg te rijden. Betrokkene heeft hieraan de rechtens te honoreren verwachting ontleend dat geen beschikking zou volgen. Namens betrokkene wordt verzocht om vernietiging van de inleidende beschikking en toekenning van een proceskostenvergoeding. 4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat op 8 mei 2024 inderdaad een grote demonstratie is geweest in Amsterdam, waardoor het aannemelijk is geworden dat betrokkene op politiebevel de geslotenverklaring is gepasseerd. Daarom verzoekt verweerder de kantonrechter om het beroep gegrond te verklaren. 5. Het volgende wordt overwogen. 6. Uit het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht blijkt dat de overtreding automatisch is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd. De camera is geplaatst na het bord C1, waardoor het bord op de foto niet zichtbaar is. Onder het bord is een onderbord geplaatst met de tekst: ‘Uitgezonderd lijnbus en tram, laden en lossen 07.00-11.00U’ en ‘taxi’s met lijnbusbaanontheffing vrij t/m zo 01.00-06.00H trambaanontheffing geldig’ en het symbool van een camera. De camera heeft vastgelegd dat het