Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2026-01-15
ECLI:NL:RBAMS:2026:1053
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,246 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1053 text/xml public 2026-03-05T12:27:16 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-15 11610228 \ CV EXPL 25-4812 - E Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Schadevergoedingsuitspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1053 text/html public 2026-03-04T16:21:24 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1053 Rechtbank Amsterdam , 15-01-2026 / 11610228 \ CV EXPL 25-4812 - E vonnis na tussenvonnis, uitlaten vordering tot schadevergoeding RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11610228 \ CV EXPL 25-4812 Vonnis van 15 januari 2026 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: [gemachtigde eiser] (S&A Juristen), tegen ALTIJD RAAK PENDERS B.V. , gevestigd te Vlaardingen, gedaagde partij, hierna te noemen: Penders, gemachtigde: [gemachtigde gedaagde] (Narecht Advocaten). 1 De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 25 september 2025 met de daarin genoemde stukken, - de akte van [eiser] , - de antwoordakte van Penders. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. In voornoemd tussenvonnis is de overeenkomst met betrekking tot de versnellingsbak tussen partijen ontbonden en is Penders veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag. Iedere verdere beslissing is aangehouden omdat [eiser] op de mondelinge behandeling zijn eis heeft vermeerderd en op verzoek van partijen een nadere schriftelijke ronde heeft plaatsgevonden. 2.2. [eiser] heeft op de mondelinge behandeling zijn eis vermeerderd in die zin dat hij naast terugbetaling van het aankoopbedrag en vergoeding van buitengerechtelijke kosten, ook € 4.294,00 aan schadevergoeding vordert. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat hij de auto inmiddels zonder versnellingsbak heeft verkocht voor € 2.706,00, terwijl de auto met de juiste versnellingsbak € 7.000,00 zou opleveren. Het verschil is schade waarvoor Penders aansprakelijk is, aldus [eiser] . 2.3. [eiser] is in de gelegenheid gesteld om dit deel van de vordering nader te onderbouwen. Voor toekenning van een schadevergoeding wegens tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst op grond van artikel 6:277 BW, dan wel artikel 6:74 BW, is vereist dat vast komt te staan dat [eiser] schade heeft geleden doordat geen nakoming, maar ontbinding van de koopovereenkomst plaatsvond. 2.4. [eiser] heeft van drie websites van autoverkopers waardebepalingen in het geding gebracht, te weten € 8.500,–, € 4.743 en € 4.154,–. Hij stelt dat hij de auto voor € 2.706,– verkocht heeft, zodat dat volgens hem nog afgetrokken moet worden en de schade wegens waardeverlies/gederfde winst uitkomt op primair € 5.794,– , subsidiair € 2.037,– en meer subsidiair € 1.448,–. Verder voert hij steeds de kosten voor (de)montagekosten, vaste lasten voor verzekering en motorrijtuigenbelasting, benzinekosten ophalen versnellingsbak en vervangend vervoer met deelauto op met een totale waarde van € 1.376,83. 2.5. Penders betwist dat de auto in goede staat verkeerde, alleen al omdat de auto een nieuwe versnellingsbak nodig had. Verder betwist Penders – kort gezegd – de berekening. 2.6. [eiser] heeft betoogd dat als de tekortkoming was uitgebleven hij de auto voor een betere prijs kunnen verkopen. In dit geval is de tekortkoming het leveren van een verkeerde versnellingsbak. Als die tekortkoming was uitgebleven, had [eiser] ook de kosten voor de – juiste – versnellingsbak moeten maken, voordat hij zijn auto kon verkopen voor een van de door hem genoemde prijzen. [eiser] vond kennelijk dat € 3.900,– voor een versnellingsbak een juiste prijs was, zodat die investering in de auto nog in mindering moet worden gebracht op de door [eiser] genoemde bedragen voor waardeverlies/gederfde winst. Met Penders wordt verder geoordeeld dat onvoldoende onderbouwd is dat de auto afgezien van de versnellingsbak in een reguliere conditie was, zodat niet vast komt te staan dat [eiser] het primair gestelde hoogste verkoopbedrag kon behalen. Wellicht kon hij wel het verkoopbedrag realiseren dat aan het subsidiaire of meer subsidiaire gevorderde schadebedrag ten grondslag ligt. Maar met aftrek van de hiervoor genoemde € 3.900,– valt de schade negatief uit, zodat [eiser] niet genoeg gesteld heeft dat hij schade heeft geleden doordat de overeenkomst niet is nagekomen maar ontbonden. 2.7. Dat ligt anders voor gemaakte buitengerechtelijke kosten. [eiser] vordert namelijk ook de redelijk gemaakte kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 lid 2 onder c BW. De kantonrechter stelt vast dat de [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die verder gaan dan de gebruikelijke werkzaamheden waar de proceskosten voor zijn bedoeld. Onbetwist heeft [eiser] verder gesteld dat zijn gemachtigde ook na roldatum met de gemachtigde van Penders gecorrespondeerd en gebeld hebben om tot een minnelijke oplossing te komen. Voor de hoogte van deze kosten wordt aansluiting gezocht bij het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Het primair gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten is hoger dan het in het Besluit genoemde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot in het Besluit genoemde tarief, te weten € 515,00 exclusief btw. 2.8. Penders is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 148,04 - griffierecht € 257,00 - salaris gemachtigde € 677,50 (2,5 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.217,54 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt Penders tot betaling aan [eiser] van de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 515,00, 3.2. veroordeelt Penders in de proceskosten van € 1.217,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, 3.3. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, 3.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026. 58984
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2026:1053 text/xml public 2026-03-05T12:27:16 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-01-15 11610228 \ CV EXPL 25-4812 - E Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Schadevergoedingsuitspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:1053 text/html public 2026-03-04T16:21:24 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:1053 Rechtbank Amsterdam , 15-01-2026 / 11610228 \ CV EXPL 25-4812 - E vonnis na tussenvonnis, uitlaten vordering tot schadevergoeding RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11610228 \ CV EXPL 25-4812 Vonnis van 15 januari 2026 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: [gemachtigde eiser] (S&A Juristen), tegen ALTIJD RAAK PENDERS B.V. , gevestigd te Vlaardingen, gedaagde partij, hierna te noemen: Penders, gemachtigde: [gemachtigde gedaagde] (Narecht Advocaten). 1 De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 25 september 2025 met de daarin genoemde stukken,- de akte van [eiser] ,- de antwoordakte van Penders. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. In voornoemd tussenvonnis is de overeenkomst met betrekking tot de versnellingsbak tussen partijen ontbonden en is Penders veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag. Iedere verdere beslissing is aangehouden omdat [eiser] op de mondelinge behandeling zijn eis heeft vermeerderd en op verzoek van partijen een nadere schriftelijke ronde heeft plaatsgevonden. 2.2. [eiser] heeft op de mondelinge behandeling zijn eis vermeerderd in die zin dat hij naast terugbetaling van het aankoopbedrag en vergoeding van buitengerechtelijke kosten, ook € 4.294,00 aan schadevergoeding vordert. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat hij de auto inmiddels zonder versnellingsbak heeft verkocht voor € 2.706,00, terwijl de auto met de juiste versnellingsbak € 7.000,00 zou opleveren. Het verschil is schade waarvoor Penders aansprakelijk is, aldus [eiser] . 2.3. [eiser] is in de gelegenheid gesteld om dit deel van de vordering nader te onderbouwen. Voor toekenning van een schadevergoeding wegens tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst op grond van artikel 6:277 BW, dan wel artikel 6:74 BW, is vereist dat vast komt te staan dat [eiser] schade heeft geleden doordat geen nakoming, maar ontbinding van de koopovereenkomst plaatsvond. 2.4. [eiser] heeft van drie websites van autoverkopers waardebepalingen in het geding gebracht, te weten € 8.500,–, € 4.743 en € 4.154,–. Hij stelt dat hij de auto voor € 2.706,– verkocht heeft, zodat dat volgens hem nog afgetrokken moet worden en de schade wegens waardeverlies/gederfde winst uitkomt op primair € 5.794,– , subsidiair € 2.037,– en meer subsidiair € 1.448,–. Verder voert hij steeds de kosten voor (de)montagekosten, vaste lasten voor verzekering en motorrijtuigenbelasting, benzinekosten ophalen versnellingsbak en vervangend vervoer met deelauto op met een totale waarde van € 1.376,83. 2.5. Penders betwist dat de auto in goede staat verkeerde, alleen al omdat de auto een nieuwe versnellingsbak nodig had. Verder betwist Penders – kort gezegd – de berekening. 2.6. [eiser] heeft betoogd dat als de tekortkoming was uitgebleven hij de auto voor een betere prijs kunnen verkopen. In dit geval is de tekortkoming het leveren van een verkeerde versnellingsbak. Als die tekortkoming was uitgebleven, had [eiser] ook de kosten voor de – juiste – versnellingsbak moeten maken, voordat hij zijn auto kon verkopen voor een van de door hem genoemde prijzen. [eiser] vond kennelijk dat € 3.900,– voor een versnellingsbak een juiste prijs was, zodat die investering in de auto nog in mindering moet worden gebracht op de door [eiser] genoemde bedragen voor waardeverlies/gederfde winst. Met Penders wordt verder geoordeeld dat onvoldoende onderbouwd is dat de auto afgezien van de versnellingsbak in een reguliere conditie was, zodat niet vast komt te staan dat [eiser] het primair gestelde hoogste verkoopbedrag kon behalen. Wellicht kon hij wel het verkoopbedrag realiseren dat aan het subsidiaire of meer subsidiaire gevorderde schadebedrag ten grondslag ligt. Maar met aftrek van de hiervoor genoemde € 3.900,– valt de schade negatief uit, zodat [eiser] niet genoeg gesteld heeft dat hij schade heeft geleden doordat de overeenkomst niet is nagekomen maar ontbonden. 2.7. Dat ligt anders voor gemaakte buitengerechtelijke kosten. [eiser] vordert namelijk ook de redelijk gemaakte kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 lid 2 onder c BW. De kantonrechter stelt vast dat de [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die verder gaan dan de gebruikelijke werkzaamheden waar de proceskosten voor zijn bedoeld. Onbetwist heeft [eiser] verder gesteld dat zijn gemachtigde ook na roldatum met de gemachtigde van Penders gecorrespondeerd en gebeld hebben om tot een minnelijke oplossing te komen. Voor de hoogte van deze kosten wordt aansluiting gezocht bij het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Het primair gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten is hoger dan het in het Besluit genoemde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot in het Besluit genoemde tarief, te weten € 515,00 exclusief btw. 2.8. Penders is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 148,04 - griffierecht € 257,00 - salaris gemachtigde € 677,50 (2,5 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.217,54 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt Penders tot betaling aan [eiser] van de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 515,00, 3.2. veroordeelt Penders in de proceskosten van € 1.217,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, 3.3. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, 3.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026. 58984