Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-12-16
ECLI:NL:RBAMS:2025:9921
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht Zaaknummer: AMS 25/4719 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. N. Velthorst), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college (gemachtigde: mr. S.S. Kisoentewari). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de vraag of het college de aanvragen van eiseres om bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing en voor de aflossing van een schuld, heeft kunnen afwijzen. Eiseres is het er niet mee eens dat het college ook na haar bezwaar heeft besloten om geen bijzondere bijstand te verlenen. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank haar beroep tegen dat besluit. 1.1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat het college de aanvragen om bijzondere bijstand heeft kunnen afwijzen en eiseres geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand in de kosten van een verhuizing. Het gaat om de kosten voor de huur van een verhuisbusje, de eerste huursom en huisraad of inrichting. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 7 april 2025 (het primaire besluit) afgewezen. 2.1. Met het besluit van 7 juli 2025 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Ook heeft het college in het bestreden besluit de aanvraag om bijzondere bijstand voor de aflossing van een schuld afgewezen. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank Wat is de omvang van dit geding? 3. Op de zitting heeft de rechtbank de omvang van het geding aan de orde gesteld. Eiseres heeft pas in bezwaar bijzondere bijstand in de aflossing van een schuld aangevraagd. Omdat het college in het bestreden besluit als adequate reactie op het bezwaar van eiseres ook daarop heeft beslist, kan zowel de bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing als de bijzondere bijstand in de aflossing van een schuld in beroep aan de orde komen. Was er een acute noodzaak om te verhuizen? 4. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte haar aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van haar verhuizing heeft afgewezen. Eiseres voert aan dat zij moest verhuizen vanwege onveilige situaties rond haar woning. Volgens eiseres heeft het college niet onderkend dat haar verhuizing daarom acuut noodzakelijk en niet voorzienbaar was, zodat zij daar niet voor heeft kunnen sparen vanuit haar bijstandsuitkering. Ook was volgens eiseres het benodigde bedrag van in totaal € 2.773,55 te hoog om bij elkaar te sparen. 5. Op grond van vaste rechtspraak zijn de kosten van verhuizing, huur en woninginrichting incidentele algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die in beginsel uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden betaald. Dat is alleen anders als eiseres met bijzondere omstandigheden is geconfronteerd, waardoor zij die kosten, naar het oordeel van het college, niet uit de bijstandsnorm kon betalen en ook niet voor die kosten kon sparen. 5.1. De rechtbank volgt het college in zijn standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar verhuizing vanwege bijzondere omstandigheden acuut noodzakelijk was en zij daar niet voor heeft kunnen sparen. Eiseres heeft aangevoerd dat zij op een onveilige locatie woonde waar vaak ongure personen rondhingen. Ter onderbouwing daarvan heeft eiseres schermafbeeldingen overgelegd van een whatsappgesprek met andere bewoners uit haar oude woongebouw. Daaruit volgt dat er op 19 april 2025 een persoon met een mes rond het gebouw liep die een barst in een ruit van een voordeur heeft geslagen. Aller