Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-12-02
ECLI:NL:RBAMS:2025:9488
Civiel recht; Europees civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,340 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10775135 \ CV EXPL 23-14083
Vonnis van 2 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SELECT CAR LEASE B.V.,
gevestigd te Woerden,
eisende partij,
gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 augustus 2025,- de akte van eisende partij.
1.2.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gedaagde partij niet gereageerd op de akte van eisende partij.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de intransparantie en de (on)eerlijkheid van het prijsbeding en over de gevolgen van het vernietigen van bepaalde bedingen in de algemene voorwaarden die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd die door de kantonrechter als oneerlijk zijn aangemerkt.
2.2.
Eisende partij heeft bij akte toegelicht, kort gezegd, dat het prijsbeding transparant is, omdat bij de overeenkomst nog een bijlage hoort die meer informatie geeft over de prijs. Deze bijlage maakt deel uit van de contractbundel, is destijds aan gedaagde partij verstrekt en door gedaagde partij ook voor akkoord ondertekend. Het gaat om een huurovereenkomst speciaal voor medewerkers van het bedrijf Versiture. De leaseprijs van € 314,05 exclusief btw per maand (€ 380,00 inclusief btw) wordt daarin verdeeld over de werkgever, die € 230,00 per maand betaalt, en de werknemer, gedaagde partij, die € 150,00 per maand betaalt. Genoemde bedragen zijn inclusief btw, zodat daarover geen misverstand kan bestaan.
2.3.
Gelet op de bij akte overgelegde bijlage van de overeenkomst, die daarvan onderdeel uitmaakt, is het prijsbeding voldoende transparant. De huurprijs staat inclusief btw op de bijlage vermeld. Ook het door gedaagde partij te betalen gedeelte van de maandelijkse huurprijs (€ 150,00) staat daar op duidelijke en begrijpelijke wijze vermeld, zodat gedaagde partij de economische gevolgen van het sluiten van de overeenkomst heeft kunnen inschatten.
2.4.
Op grond van het voorgaande is het gedeelte van de hoofdsom dat ziet op onbetaald gelaten leasetermijnen toewijsbaar.
2.5.
De overige bedingen die zijn geciteerd en besproken in het tussenvonnis zijn als oneerlijk aangemerkt. Eisende partij stelt zich bij akte op het standpunt dat van oneerlijkheid geen sprake is.
2.6.
Over het beding dat ten grondslag ligt of kan liggen aan het doorbelasten van boetes voert eisende partij aan dat uit het beding, waarvan alle leden in samenhang moeten worden gelezen, volgt dat de huurder de verhuurder schadeloos moet stellen voor verkeersboetes, mits deze van overheidswege aan de huurder worden opgelegd en aan zijn gedraging of nalaten zijn te wijten. Het is daarom geen open bepaling waarmee allerhande van buiten komend onheil aan de huurder kan worden doorbelast. Per verkeersboete wijst eisende partij haar klanten ook op de mogelijkheid om bezwaar te maken, aldus steeds eisende partij.
2.7.
De toelichting van eisende partij geeft geen aanleiding om terug te komen op het oordeel in het tussenvonnis dat het beding oneerlijk is. Door de ruime formulering van het beding moet de consument eisende partij altijd volledig schadeloos stellen en alle kosten vergoeden, vermeerderd met administratiekosten, ook als deze schadeloosstelling of kosten normaliter niet voor de consument behoren te komen en ook als de boete onterecht blijkt te zijn. Dat eisende partij in de praktijk wijst op de mogelijkheid van bezwaar, ziet op de uitvoering van het beding. In het beding zelf staat daar niets over, terwijl dat van belang is bij de oneerlijkheidstoets.
2.8.
Nu het beding dat ten grondslag ligt aan de doorbelaste boetes oneerlijk is, is gedaagde partij daaraan niet gebonden. Het gedeelte van de hoofdsom dat ziet op doorbelaste boetes wordt daarom afgewezen.
2.9.
Over de aftankkosten voert eisende partij aan dat in het beding weliswaar geen limiet wordt gesteld, maar de bepaling niet ongelimiteerd is. De tank van een auto heeft immers een beperkte inhoud, dus maximaal de kostenprijs van het vullen van een lege tank van circa 40 liter.
2.10.
Deze toelichting geeft geen aanleiding om terug te komen op het oordeel in het tussenvonnis dat het beding dat ten grondslag ligt aan de in rekening gebrachte aftankkosten oneerlijk is. Eisende partij miskent in haar betoog dat naast de daadwerkelijke kosten voor brandstof, er is bedongen om daarnaast nog zonder limiet kosten in rekening te brengen. Althans, uit het beding volgt niet voldoende duidelijk dat de aftankkosten slechts zien op brandstofkosten. Dat eisende partij het beding ook ruimer interpreteert dan de bij akte gegeven toelichting blijkt wel uit het feit dat zij, naast de daadwerkelijke brandstofkosten, ook nog € 25,00 extra in rekening brengt. Verwezen wordt naar de factuur van 14 juni 2023 met factuurnummer [factuurnummer] . Weliswaar is de wijze waarop het beding wordt toegepast voor de toets op oneerlijkheid niet van belang, maar het toont wel aan dat het beding ruimer gelezen kan worden (en ook wordt) dan eisende partij toelicht.
2.11.
Nu het beding dat ten grondslag ligt aan de aftankkosten oneerlijk is, is gedaagde partij daaraan niet gebonden. Daarom worden de in rekening gebrachte aftankkosten afgewezen. De aftankkosten staan in de hiervoor genoemde factuur en bedragen € 31,40 + € 25,00 exclusief btw. Nu het totaalbedrag van de factuur € 58,24 inclusief btw bedraagt, terwijl de aftankkosten inclusief btw neerkomen op iets meer dan dat bedrag, wordt het gehele factuurbedrag afgewezen.
2.12.
Aan hoofdsom wordt toegewezen een bedrag van € 300,00. Dat zijn de twee onbetaald gelaten leasetermijnen van € 150,00 over april en mei 2023.
2.13.
Over het rentebeding voert eisende partij aan dat zij het recht op vergoeding van rente voorbehoudt. Er wordt geen concreet percentage genoemd, zodat een redelijke interpretatie van het beding is dat wordt gedoeld op de wettelijke rente. Eisende partij ziet niet in hoe dat oneerlijk kan zijn.
2.14.
De kantonrechter volgt eisende partij niet in dat standpunt. Het voorbehouden van een recht op rente is niet nodig als wordt gedoeld op de wettelijke rente. Recht op wettelijke rente bestaat ook zonder een beding. In het beding wordt niet verwezen naar de wettelijke rente. Met een beroep op een beding kan dan ook een hogere rente in rekening worden gebracht dan louter de wettelijke rente. Of eisende partij dat ook doet, is niet van belang. Afgezien van de mogelijkheid tot het in rekening brengen van een hogere rente dan de wettelijke rente, kan bij iedere storno ook nog een administratieve sanctie van € 45,00 worden opgelegd. Nu zowel rente als deze administratieve sanctie zien op dezelfde tekortkoming, namelijk het uitblijven van betaling, moeten deze bedingen cumulatief worden getoetst. Als niet (tijdig) wordt betaald, kan eisende partij dus ongelimiteerd rente in rekening brengen, plus een administratieve sanctie van € 45,00 per storno. Die bedingen kunnen op zichzelf als in hun onderlinge samenhang leiden tot een onevenredig hoge schadevergoeding. Beide bedingen zijn daarom oneerlijk en blijven buiten toepassing. Gevolg hiervan is dat eisende partij geen rechtsgeldig beroep meer toekomt op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn als het beding niet in de algemene voorwaarden zou zijn opgenomen. De gevorderde wettelijke rente wordt daarom afgewezen.
2.15.
Het beding over de buitengerechtelijke incassokosten is oneerlijk omdat het ten nadele van de consument afwijkt van dwingend recht. Eisende partij voert hierover bij akte aan dat het beding alleen van toepassing is op zakelijke klanten. Voor consumenten wordt altijd aansluiting gezocht bij de wettelijke regeling.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan eisende partij van € 300,00 aan hoofdsom,
3.2.
verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
3.3.
wijst het meer of anders gevorderde af, waaronder de proceskostenveroordeling ten laste van gedaagde partij.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
991
Volledig
ECLI:NL:RBAMS:2025:9488 text/xml public 2026-01-13T08:57:23 2025-12-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-12-02 10775135 \ CV EXPL 23-14083 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Schadevergoedingsuitspraak Verstek NL Amsterdam Civiel recht; Europees civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:9488 text/html public 2026-01-12T15:41:06 2026-01-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:9488 Rechtbank Amsterdam , 02-12-2025 / 10775135 \ CV EXPL 23-14083 Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Leaseovereenkomst. Uitsluitend onbetaald gelaten leasetermijnen toegewezen, omdat deze zijn gebaseerd op een transparant prijsbeding. Alle andere onderdelen van de vordering, waaronder doorbelaste parkeerboetes, aftankkosten en de proceskosten, zijn afgewezen omdat hierover oneerlijke bedingen in de overeenkomst staan. RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 10775135 \ CV EXPL 23-14083 Vonnis van 2 december 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SELECT CAR LEASE B.V. , gevestigd te Woerden, eisende partij, gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 26 augustus 2025,- de akte van eisende partij. 1.2. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gedaagde partij niet gereageerd op de akte van eisende partij. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de intransparantie en de (on)eerlijkheid van het prijsbeding en over de gevolgen van het vernietigen van bepaalde bedingen in de algemene voorwaarden die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd die door de kantonrechter als oneerlijk zijn aangemerkt. 2.2. Eisende partij heeft bij akte toegelicht, kort gezegd, dat het prijsbeding transparant is, omdat bij de overeenkomst nog een bijlage hoort die meer informatie geeft over de prijs. Deze bijlage maakt deel uit van de contractbundel, is destijds aan gedaagde partij verstrekt en door gedaagde partij ook voor akkoord ondertekend. Het gaat om een huurovereenkomst speciaal voor medewerkers van het bedrijf Versiture. De leaseprijs van € 314,05 exclusief btw per maand (€ 380,00 inclusief btw) wordt daarin verdeeld over de werkgever, die € 230,00 per maand betaalt, en de werknemer, gedaagde partij, die € 150,00 per maand betaalt. Genoemde bedragen zijn inclusief btw, zodat daarover geen misverstand kan bestaan. 2.3. Gelet op de bij akte overgelegde bijlage van de overeenkomst, die daarvan onderdeel uitmaakt, is het prijsbeding voldoende transparant. De huurprijs staat inclusief btw op de bijlage vermeld. Ook het door gedaagde partij te betalen gedeelte van de maandelijkse huurprijs (€ 150,00) staat daar op duidelijke en begrijpelijke wijze vermeld, zodat gedaagde partij de economische gevolgen van het sluiten van de overeenkomst heeft kunnen inschatten. 2.4. Op grond van het voorgaande is het gedeelte van de hoofdsom dat ziet op onbetaald gelaten leasetermijnen toewijsbaar. 2.5. De overige bedingen die zijn geciteerd en besproken in het tussenvonnis zijn als oneerlijk aangemerkt. Eisende partij stelt zich bij akte op het standpunt dat van oneerlijkheid geen sprake is. 2.6. Over het beding dat ten grondslag ligt of kan liggen aan het doorbelasten van boetes voert eisende partij aan dat uit het beding, waarvan alle leden in samenhang moeten worden gelezen, volgt dat de huurder de verhuurder schadeloos moet stellen voor verkeersboetes, mits deze van overheidswege aan de huurder worden opgelegd en aan zijn gedraging of nalaten zijn te wijten. Het is daarom geen open bepaling waarmee allerhande van buiten komend onheil aan de huurder kan worden doorbelast. Per verkeersboete wijst eisende partij haar klanten ook op de mogelijkheid om bezwaar te maken, aldus steeds eisende partij. 2.7. De toelichting van eisende partij geeft geen aanleiding om terug te komen op het oordeel in het tussenvonnis dat het beding oneerlijk is. Door de ruime formulering van het beding moet de consument eisende partij altijd volledig schadeloos stellen en alle kosten vergoeden, vermeerderd met administratiekosten, ook als deze schadeloosstelling of kosten normaliter niet voor de consument behoren te komen en ook als de boete onterecht blijkt te zijn. Dat eisende partij in de praktijk wijst op de mogelijkheid van bezwaar, ziet op de uitvoering van het beding. In het beding zelf staat daar niets over, terwijl dat van belang is bij de oneerlijkheidstoets. 2.8. Nu het beding dat ten grondslag ligt aan de doorbelaste boetes oneerlijk is, is gedaagde partij daaraan niet gebonden. Het gedeelte van de hoofdsom dat ziet op doorbelaste boetes wordt daarom afgewezen. 2.9. Over de aftankkosten voert eisende partij aan dat in het beding weliswaar geen limiet wordt gesteld, maar de bepaling niet ongelimiteerd is. De tank van een auto heeft immers een beperkte inhoud, dus maximaal de kostenprijs van het vullen van een lege tank van circa 40 liter. 2.10. Deze toelichting geeft geen aanleiding om terug te komen op het oordeel in het tussenvonnis dat het beding dat ten grondslag ligt aan de in rekening gebrachte aftankkosten oneerlijk is. Eisende partij miskent in haar betoog dat naast de daadwerkelijke kosten voor brandstof, er is bedongen om daarnaast nog zonder limiet kosten in rekening te brengen. Althans, uit het beding volgt niet voldoende duidelijk dat de aftankkosten slechts zien op brandstofkosten. Dat eisende partij het beding ook ruimer interpreteert dan de bij akte gegeven toelichting blijkt wel uit het feit dat zij, naast de daadwerkelijke brandstofkosten, ook nog € 25,00 extra in rekening brengt. Verwezen wordt naar de factuur van 14 juni 2023 met factuurnummer [factuurnummer] . Weliswaar is de wijze waarop het beding wordt toegepast voor de toets op oneerlijkheid niet van belang, maar het toont wel aan dat het beding ruimer gelezen kan worden (en ook wordt) dan eisende partij toelicht. 2.11. Nu het beding dat ten grondslag ligt aan de aftankkosten oneerlijk is, is gedaagde partij daaraan niet gebonden. Daarom worden de in rekening gebrachte aftankkosten afgewezen. De aftankkosten staan in de hiervoor genoemde factuur en bedragen € 31,40 + € 25,00 exclusief btw. Nu het totaalbedrag van de factuur € 58,24 inclusief btw bedraagt, terwijl de aftankkosten inclusief btw neerkomen op iets meer dan dat bedrag, wordt het gehele factuurbedrag afgewezen. 2.12. Aan hoofdsom wordt toegewezen een bedrag van € 300,00. Dat zijn de twee onbetaald gelaten leasetermijnen van € 150,00 over april en mei 2023. 2.13. Over het rentebeding voert eisende partij aan dat zij het recht op vergoeding van rente voorbehoudt. Er wordt geen concreet percentage genoemd, zodat een redelijke interpretatie van het beding is dat wordt gedoeld op de wettelijke rente. Eisende partij ziet niet in hoe dat oneerlijk kan zijn. 2.14. De kantonrechter volgt eisende partij niet in dat standpunt. Het voorbehouden van een recht op rente is niet nodig als wordt gedoeld op de wettelijke rente. Recht op wettelijke rente bestaat ook zonder een beding. In het beding wordt niet verwezen naar de wettelijke rente. Met een beroep op een beding kan dan ook een hogere rente in rekening worden gebracht dan louter de wettelijke rente. Of eisende partij dat ook doet, is niet van belang. Afgezien van de mogelijkheid tot het in rekening brengen van een hogere rente dan de wettelijke rente, kan bij iedere storno ook nog een administratieve sanctie van € 45,00 worden opgelegd. Nu zowel rente als deze administratieve sanctie zien op dezelfde tekortkoming, namelijk het uitblijven van betaling, moeten deze bedingen cumulatief worden getoetst. Als niet (tijdig) wordt betaald, kan eisende partij dus ongelimiteerd rente in rekening brengen, plus een administratieve sanctie van € 45,00 per storno. Die bedingen kunnen op zichzelf als in hun onderlinge samenhang leiden tot een onevenredig hoge schadevergoeding.