Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-11-18
ECLI:NL:RBAMS:2025:9078
RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummers: 11754264 \ EA VERZ 25-683 en 11754444 \ EA VERZ 25-684 Beschikking van 18 november 2025 in de zaken van 1 [verzoeker 1 zaak 1] , te [woonplaats 1] , 2. [verzoeker 2 zaak 1] , te [woonplaats 1] , verzoekende partijen, hierna samen te noemen: [verzoekers zaak 1] , procederend in persoon, tegen “VERENIGING VAN EIGENAARS [verweerder] , te [vestigingsplaats] , verwerende partij, hierna te noemen: de VvE, gemachtigde: mr. D.G. Lasschuit, en 1 [verzoeker 1 zaak 2] , te [woonplaats 1] ,2. [verzoeker 2 zaak 2] , te [woonplaats 1] ,3. [verzoeker 3 zaak 2] , te [woonplaats 1] ,4. [verzoeker 4 zaak 2] , te [woonplaats 2] , verzoekende partijen, hierna te noemen: [verzoeker 1 zaak 2] en [verzoeker 2 zaak 2] , hierna samen te noemen: [verzoekers zaak 2] , procederend in persoon, tegen DE VVE . 1 De procedure 1.1. [verzoekers zaak 2] hebben op 17 juni 2025 een verzoekschrift met producties ingediend dat strekt tot vernietiging dan wel nietigverklaring van een besluit van de VvE van 19 mei 2025. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer 11754444 \ EA VERZ 25-684. 1.2. [verzoekers zaak 1] hebben op 18 juni 2025 een verzoekschrift met producties ingediend dat eveneens strekt tot vernietiging dan wel nietigverklaring van dit besluit van de VvE. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer 11754264 \ EA VERZ 25-683. Op 8 juli 2025 is van [verzoeker 1 zaak 1] een aanvulling op het verzoekschrift ontvangen. 1.3. De VvE heeft in beide procedures meegedeeld dat zij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter en daarom niet zal verschijnen op de mondelinge behandeling. 1.4. De mondelinge behandeling in beide procedures heeft plaatsgevonden op 14 november 2025. Alle stemgerechtigden zijn op grond van artikel 5:130 lid 3 BW door de griffier opgeroepen. 1.5. [verzoekers zaak 1] zijn verschenen. [verzoeker 1 zaak 2] en [verzoeker 2 zaak 2] zijn verschenen namens [verzoekers zaak 2] Namens de VvE of overige stemgerechtigden is niemand verschenen. [verzoekers zaak 1] en [verzoekers zaak 2] hebben hun standpunt nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna is een datum voor beschikking bepaald. 2 De feiten 2.1. In een notariële akte van 28 februari 1975 is de serviceflat aan het [locatie] gesplitst in appartementsrechten. Daarbij is tevens de VvE opgericht. 2.2. In een notariële akte van 27 juli 1981 is de splitsing gewijzigd en is het “Reglement van splitsing van de eigendom van een service flatgebouw 1975” van 28 januari 1975 (hierna: het modelreglement) van toepassing verklaard, met wijzingen en aanvullingen zoals in de splitsingsakte is bepaald. Daarin is, voor zover relevant, het volgende bepaald: E. Jaarlijkse exploitatierekening en begroting en te storten bijdragen Artikel 18 1. Van de schulden en kosten genoemd in het vorige artikel alsmede van een naar tijdsduur evenredig gedeelte van de kosten verbonden aan het periodiek schilderwerk en noodzakelijke vernieuwingen wordt jaarlijks door het bestuur een begroting ontworpen en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. (…) 3. Na afloop van elk boekjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar, wordt ter berekening van de definitieve bijdrage door iedere eigenaar verschuldigd, door het bestuur een exploitatierekening opgesteld over dat boekjaar en ter vaststelling aan de jaarlijkse vergadering voorgelegd. In deze rekening zullen de schulden en kosten van dat boekjaar worden opgenomen. (…) 2.3. Het bestuur van de VvE wordt gevormd door VvE Metea B.V. (beheerder), [naam 1] (penningmeester) en [naam 2] (voorzitter). 2.4. Bij besluit van de vergadering van de VvE van 3 juni 2024 zijn de jaarrekeningen over de jaren 2021 en 2022 goedgekeurd. Bij beschikking van de kantonrechter van 13 december 2024 is dit besluit nietig verklaard. Voor de mondelinge behandeling van 26 november 2024 had de VvE zich afgemeld. Zij heeft meegedeeld dat zij het besluit heeft genomen om de jaarrekeningen over de jaren 4 De beoordeling 4.1. Uit artikel 5:124 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat op besluiten van de VvE de artikelen 2:14 en 2:15 BW van toepassing zijn. Op grond van artikel 2:14 BW is een besluit van de vergadering van eigenaars nietig als het in strijd is met de wet of de statuten. Op grond van artikel 5:129 BW wordt de akte van splitsing gelijkgesteld met de statuten. 4.2. Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar wegens (a) strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, (b) strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of (c) strijd met een reglement. 4.3. Artikel 2:8 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Een besluit is vernietigbaar indien het naar inhoud of totstandkoming in strijd is met de voornoemde gedragsregel. De toetsingsmaatstaf is of de vergadering van de VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het gaat daarbij om een marginale toetsing van het besluit. 4.4. Volgens vaste jurisprudentie kan in een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter tot vernietiging van een besluit op grond van artikel 5:130 van het BW ook een beroep op nietigheid van het betreffende besluit aan de orde worden gesteld (vgl. HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1275). Dit betekent dat de zaak niet hoeft te worden verwezen ten einde het beroep op nietigheid van het besluit in een dagvaardingsprocedure aan de handelskamer van deze rechtbank voor te leggen. De kantonrechter is bevoegd om van dit geschil kennis te nemen en daarop te beslissen. 4.5. De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 5:124 lid 2 BW is artikel 2:10 BW van toepassing op een VvE. Op grond van artikel 2:10 lid 1 BW is het bestuur van een VvE samengevat verplicht van de vermogenstoestand van de rechtspersoon een administratie te voeren. Het bestuur is op grond van artikel 2:10 lid 2 BW verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten op te maken en op papier te stellen. Uit de balans blijken de bezittingen en de schulden terwijl uit de staat van baten en lasten de inkomsten en uitgaven blijken. In het verlengde hiervan bepaalt artikel 5:124 lid 3 BW jo. artikel 5:135 BW jo. artikel 2:48 BW dat het bestuur de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering van eigenaars overlegt. Op grond van artikel 2:48 lid 2 BW benoemt de vergadering jaarlijks een kascommissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten bedoeld in de tweede zin van lid 1, en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging voor raadpleging beschikbaar te stellen. 4.6. De taak van de kascommissie is om de balans en de staat van baten en lasten te onderzoeken en daarvan verslag uit te brengen aan de ledenvergadering. Door verzoekende partijen is onweersproken gesteld dat door de VvE geen kascommissie is benoemd voor het onderzoek van de stukken over de jaren 2021 en 2022. Dat betekent dat aan het besluit tot goedkeuring van de jaarrekeningen over de jaren 2021 en 2022 geen onderzoek door en verslag van een kascommissie ten grondslag ligt. Dat betekent dat het besluit in strijd is met de wet. De kantonrechter zal dit besluit dan ook nieti