Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-07-18
ECLI:NL:RBAMS:2025:8247
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/770767 / KG ZA 25-451 MdV/EB Vonnis in kort geding van 18 juli 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WEGO B.V. , gevestigd te Amsterdam, eiseres bij dagvaarding van 16 juni 2025, advocaat mr. S.P. Dalmolen te Amsterdam, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE AMSTERDAM , zetelend te Amsterdam, gedaagde, advocaten mr. F.J.J. Cornelissen en mr. G.J. van Essen te Amsterdam. Partijen zullen hierna WeGo en de gemeente worden genoemd. 1 De procedure Op de zitting van 14 juli 2025 heeft WeGo de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. De gemeente heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een conclusie van antwoord die voorafgaand aan de zitting is ingediend. Beide partijen hebben producties ingediend en gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die aan het procesdossier zijn toegevoegd. Op de zitting waren aan de zijde van WeGo aanwezig [naam 1] ( [naam functie 1] ) en mr. Dalmolen. Aan de zijde van de gemeente waren aanwezig [naam 2] ( [naam functie 2] van de gemeente), mr. Cornelissen en mr. Van Essen. Vonnis is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Op 3 april 2025 heeft de gemeente op TenderNed een openbare Europese aanbestedingsprocedure voor de inkoop van Voertuigtelematica (inclusief Tachograafmanagement) aangekondigd. Met de te sluiten overeenkomst beoogt de gemeente een oplossing te verkrijgen voor voertuigtelematica bestaande uit hardware in de voertuigen, telecommunicatie (zoals 4G/5G, GPS en Bluetooth), analyse-software (SaaS) en persoonlijke devices (zoals apps of tags) waarmee de voertuigen op afstand worden uitgelezen en geanalyseerd en de toegang tot de voertuigen effectief wordt beheerd. De analyse van de uitgelezen data gaat dan over het aantal kilometers dat de bestuurder voor zakelijke- en privédoeleinden met het voertuig heeft gereden. 2.2. De gemeente wil een raamovereenkomst sluiten met één opdrachtnemer die deze voertuigtelematica levert voor de duur van vier jaar met een eenzijdige optie tot verlenging met maximaal vier keer één jaar. De maximale looptijd bedraagt dus 8 jaar. De waarde van de opdracht is geraamd op € 6 miljoen. 2.3. WeGo, is een aanbieder van voertuigtelematica. Zij is de “zittende” leverancier van de gemeente. 2.4. In de Aanbestedingsleidraad (paragraaf 4.2.3.2) heeft de gemeente de volgende eis opgenomen: “ Keurmerk RitRegistratieSystemen (RRS) Het aangeboden ritregistratiesysteem beschikt op de datum van inschrijving over het keurmerk RitRegistratieSystemen (RRS).” Deze eis komt ook terug in het Programma van Eisen. Eis F02 luidt als volgt: “Het voertuigtelematicasysteem bevat standaard een ritregistratiesysteem dat voldoet aan alle eisen, normen en voorbeelden uit het Normenkader RitRegistratieSystemen (versie 1.30 of hoger) en in staat is een Auditfile RitRegistratiesystemen (XAR) te genereren die volledig voldoet aan de technische en inhoudelijke specificaties van de XML Auditfile RRS (versie 2.3.2 of hoger). De technische specificaties voor de Auditfile Ritregistratiesystemen (XAR) zijn te vinden via: [internetsite 1] (…) Certificering: Het ritregistratiesysteem moet gecertificeerd zijn door de Stichting Keurmerk Ritregistratiesystemen te vinden via: [internetsite 2] .” 2.5. Naar aanleiding van deze eis heeft WeGo de volgende vraag aan de gemeente gesteld: “Volgens wetgeving Europese aanbestedingen, moet bij elke eis gelezen kunnen worden "of gelijkwaardig". Kunt u bevestigen dat hier gelezen mag worden "of gelijkwaardig"? Zou u "of gelijkwaardig" willen toevoegen als tekst in de eis en de leidraad? (…). Het 'keurmerk ritregistratiesystemen' is geen officieel keurmerk maar een instrument van een branche. De belastingdienst eist slechts dat een ritregistratie voldoet aan de eisen die de belastingdienst daar aan stelt. Een XAR file wordt bijvoorbeeld niet geëist door de belastingdienst maar geeft daar slechts een forma Omwille van het proportionaliteitsbeginsel heeft een onderneming die niet over een keurmerk beschikt en dit niet hem kan worden aangerekend de mogelijkheid om andere geschikte bewijsmiddelen te overleggen. Met deze bewijsmiddelen moet de onderneming kunnen aantonen dat zijn leveringen, werken of diensten dan wel niet het keurmerk hebben, echter wel aan de keurmerkeisen voldoen. U heeft eerder aangegeven dat u een verklaring van de belastingdienst, met daarbij als verificatie nog een accountantsverklaring en een recente pentest (penetratietest) als gelijkwaardig wilt doen toekomen. Hiermee wordt niet voldoende aangetoond dat het geboden alternatief het gewenste niveau van het keurmerk dekt en is tevens niet te controleren of dit juist is en volledig voldoet aan alle elementen van het keurmerk. Een onafhankelijke IT-audit die aantoont dat het systeem voldoet aan het normenkader, de privacy-eisen en de mogelijkheid biedt om de Auditfile RitRegistratieSystemen (XAR) te genereren, zijn slechts enkele voorbeelden van aspecten die hiermee niet worden aangetoond. Uitgangspunt is dan ook dat een inschrijver voldoet aan alle kenmerken van het keurmerk en niet of het akkoord is voor de Belastingdienst alleen; het normenkader. Dat laatste kan delen van het keurmerk goedkeuren die specifiek voor de Belastingdienst akkoord zijn, maar opdrachtgever eist alle elementen en het keurmerk is daar het bewijs van middels het keurmerk. Indien u bij de inschrijving bewijs kunt overleggen waaruit blijkt dat u aan álle elementen van het keurmerk RitRegistratieSystemen voldoet, zullen wij uw aanvraag in behandeling nemen.” 2.9. Daarop is WeGo dit kort geding gestart, vóór het sluiten van de termijn voor inschrijving op 17 juni 2025. Parallel daaraan heeft zij ingeschreven op de aanbesteding. Haar inschrijving is door de gemeente als ongeldig terzijde gelegd omdat WeGo niet heeft ingeschreven met een product dat aan het RRS-keurmerk voldoet en ook geen alternatieve bewijsmiddelen aangeleverd heeft die daaraan gelijk kunnen worden gesteld. 3 Het geschil 3.1. WeGo vordert: (i) de gemeente te verbieden om de opdracht te gunnen op basis van de gevolgde aanbestedingsprocedure; (ii) voor het geval de gemeente de opdracht alsnog wil vergeven: de gemeente te gebieden om de eis dat het aangeboden ritregistratiesysteem op de datum van inschrijving beschikt over het keurmerk RitRegistratieSystemen (RRS) te ecarteren; (iii) de gemeente te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met rente. 3.2. Aan haar vordering legt WeGo ten grondslag, samengevat, dat het RRS-keurmerk niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 2.78a van de Aanbestedingswet 2012. Als dat keurmerk al zou voldoen aan die eisen, dan nog is verwijzing naar het RRS-keurmerk disproportioneel. 3.3. De gemeente voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Een aanbestedende dienst heeft een ruime mate van vrijheid wanneer het gaat om het opstellen van de eisen waar een inschrijver aan moet voldoen. Bij het uitvragen van technische specificaties wordt de proportionaliteit daarvan onder meer getoetst door te kijken naar de mededingingsruimte die bestaat en de doelen die de aanbestedende dienst wil bereiken met de gevraagde technische specificaties. Met andere woorden, het is niet toegestaan om eisen zo op te schrijven dat daar slechts één partij aan kan voldoen, zeker niet wanneer er een gelijkwaardig alternatief is. Voldoet het RRS-keurmerk aan de eisen van artikel 2.78a van de Aanbestedingswet 2012? 4.2. Het eisen van een keurmerk is toegestaan, wanneer dat voldoet aan de eisen van artikel 2.78a lid 1 van de Aanbestedingswet 2012 (hierna: de Aw). Die eisen zijn bedoeld om te voorkomen dat de concurrentie onnodig wordt beperkt of dat de aanbesteding wordt toegeschreven op een bepaalde partij. Artikel 2.78a Aw stelt, in de aanhef en onder b, c en d, de navolgende eisen, waaraan het RRS-keurmerk volgens WeGo niet voldoet. Voorshands is aannemelijk dat alle belanghebbenden hebben kunnen deelnemen aan de procedure die heeft geleid tot vaststelling van het RRS-keurmerk. Waarom dit proces niet open en transparant is geweest, heeft WeGo ook niet nader toegelicht. 4.8. Een ander punt waarop het RRS-keurmerk niet voldoet aan de eis van een transparante procedure, is volgens WeGo dat de stichting eenzijdig de deelnemersvoorwaarden en protocollen, reglementen en overige documentatie mag wijzigen en/of aanvullen. 4.9. Inderdaad staat in de deelnemersvoorwaarden (paragraaf 1.6) dat de stichting gerechtigd is die voorwaarden en de daarin genoemde protocollen, reglementen en overige documentatie eenzijdig te wijzigen en/of aan te vullen. Kleine wijzigingen van ondergeschikt belang, zulks ter beoordeling van de stichting, kunnen altijd door de stichting worden doorgevoerd. Grote inhoudelijke wijzigingen, zulks ter beoordeling van de stichting, zullen van tevoren met de deelnemersraad worden besproken, zo staat in de deelnemersvoorwaarden. Strijd met artikel 2.78a lid 1 aanhef en onder c van de Aw levert dit niet op. De stichting is onafhankelijk, heeft geen winstoogmerk en staat onder toezicht van een Raad van Toezicht. Niet te verwachten valt dat de stichting de bevoegdheid die 1.6 van de deelnemersvoorwaarden haar geeft, zal misbruiken. Bovendien geeft artikel 2.78a lid 1 aanhef en onder c Aw geen recht op medezeggenschap, maar alleen op de mogelijkheid van deelname aan overleg. De deelnemersvoorwaarden van de stichting voorzien daarin. d. Het keurmerk moet voor alle betrokken partijen toegankelijk zijn. 4.10. Volgens WeGo voldoet het RRS-keurmerk niet aan dit vereiste, omdat het alleen toegankelijk is voor ondernemingen die zich hebben aangesloten bij de stichting, daarvoor een jaarlijkse deelnemersfee betalen en zich committeren aan de overige voorwaarden, protocollen en reglementen van de stichting. Dit standpunt gaat niet op. Alle gegadigden kunnen zich aansluiten bij de stichting en daarmee toegang tot het keurmerk krijgen. 4.11. Volgens WeGo stelt het RRS-keurmerk ook eisen die geen verband houden met het voorwerp van de opdracht, maar betrekking hebben op het algemene ondernemingsbeleid. Dat levert volgens WeGo strijd op met het bepaalde in artikel 2.78 lid 5 Aw. Zij doelt dan op de eis dat, om voor het keurmerk in aanmerking te komen, een deelnemer zich moet aanmelden bij de Stichting, daarvoor jaarlijks een deelnemersfee moet betalen en zich moet houden aan alle overige voorwaarden die de stichting heeft voorgeschreven. Een aantal van die voorwaarden grijpt in de bedrijfsvoering in, zoals de verplichting om, indien een ondernemer meerdere RitRegistratieSystemen exploiteert, voorrang te geven aan het systeem dat het RRS-keurmerk heeft. 4.12. De door WeGo genoemde voorwaarden staan wel in verband met het voorwerp van de aanbesteding: een RitRegistratieSysteem met RRS-keurmerk. Een essentieel aspect van een keurmerk is dat een onafhankelijke instantie controleert of (in dit geval: het RitRegistratieSysteem) voldoet aan de onderliggende normen en eisen, niet alleen voorafgaand aan het verkrijgen van het keurmerk, maar ook daarna nog periodiek. De kosten daarvan worden voldaan uit de bijdragen van de deelnemers aan de Stichting. Voorshands is aannemelijk dat de overige voorwaarden die door WeGo worden genoemd, tot doel hebben het in stand houden van de positie van het keurmerk en het voorkomen van verwarring bij de klant. Ook dit argument van WeGo gaat dus niet op. Tussenconclusie 4.13. WeGo heeft niet aannemelijk gemaakt dat de eisen om in aanmerking te komen voor het RRS-keurmerk, in strijd zijn met het bepaalde onder 2.78a lid 1 aanhef en onder b, c of d, of met lid 5 Aw. Op deze grond zijn de vorderingen dus niet toewijsbaar. Is de eis van een RRS-keurmerk disproportioneel? 4.14. WeGo voert ook aan dat dat de eis van een RRS-keurmerk disproportioneel is. In haar visie zou hetzelfde resultaat kunnen worden bereikt met – in haar geval – de verklaring