Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-10-02
ECLI:NL:RBAMS:2025:7324
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,061 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10415197 \ CV EXPL 23-4439
Vonnis van 2 oktober 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING VAM, OPLEIDINGSINSTITUUT VOOR HET MOTOVOERTUIG-, TWEEWIELER- EN AANVERWANT BEDRIJF,
handelende onder de namen INNOVAM en IBKI,
gevestigd te Nieuwegein,
eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 maart 2023, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Eisende partij vordert een hoofdsom van € 713,90. Dat bedrag is opgebouwd uit twee onbetaald gelaten facturen. Eisende partij stelt dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde partij werkzaamheden heeft verricht en/of diensten heeft verleend en gedaagde partij daarom gehouden is de facturen te betalen.
2.2.
Eisende partij is een handelaar. Gedaagde partij is een consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. Getoetst moet worden of eisende partij heeft voldaan aan de informatieplichten. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG (richtlijn oneerlijke bedingen).
2.3.
De kantonrechter stelt voorop dat het ambtshalve toetsen van informatieplichten sinds 1 juli 2019 vast onderdeel is van de beoordeling. Al sinds 1 oktober 2019 worden geen tussenvonnissen meer gewezen als informatie en stukken benodigd om ambtshalve te toetsen niet is verstrekt.
2.4.
Eisende partij stelt in de dagvaarding niets over de wijze waarop de overeenkomst tussen partijen is gesloten, welke informatieplichten onder die omstandigheden van toepassing zijn en op welke wijze zij deze informatieplichten heeft nageleefd. De dagvaarding voldoet op dat punt dan ook niet aan de daaraan te stellen eisen. Nu de voor de beoordeling van belang zijnde feiten niet volledig zijn aangevoerd, heeft eisende partij het voor de kantonrechter onmogelijk gemaakt om de naleving van de informatieplichten te toetsen. In dit verband wordt verwezen naar overweging 3.1.17 van het Arvato-arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.5.
Daar komt bij dat de overeenkomst tussen partijen, of een bevestiging daarvan, niet in het geding is gebracht. Hierdoor kan het prijsbeding niet worden getoetst. Bovendien zijn geen stellingen ingenomen over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Als eisende partij algemene voorwaarden hanteert, dan moeten deze in het geding worden gebracht, vergezeld met een toelichting over de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en de (on)eerlijkheid van die bedingen. Zonder de algemene voorwaarden kunnen bedingen niet worden getoetst op oneerlijkheid.
2.6.
Eisende partij poneert enkele zeer summiere stellingen in de dagvaarding en onderbouwt haar vordering met slechts twee facturen en enkele aanmaningen. Aan de hand daarvan kan geen goede beslissing worden genomen over de toewijsbaarheid van de vordering.
2.7.
Geoordeeld wordt dat eisende partij niet heeft voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
2.8.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025.
991