Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-09-26
ECLI:NL:RBAMS:2025:7262
RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11437187 \ CV EXPL 24-15490 Vonnis van 26 september 2025 in de zaak van [eiser] B.V. , te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. P. Dijkstra namens mr. T.A.M. van Oosterhout, tegen OPERATIE CENTRUM AMSTELVEEN (O.C.A.) B.V. , te Amstelveen, gedaagde partij, hierna te noemen: O.C.A., gemachtigde: mr. H.L. van der Aa. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 21 februari 2025, - het bericht van 15 mei 2025 met producties van O.C.A.,- het bericht van 16 mei 2025 met producties van [eiser] ,- het bericht van 16 mei 2025 met producties van O.C.A., - de mondelinge behandeling van 27 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de bij die gelegenheid door de gemachtigde overgelegde spreekaantekeningen, - de verzoeken om vonnis te wijzen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiser] legt zich onder meer toe op het (doen) verlenen van medisch specialistische orthopedische zorg. Enig bestuurder van [eiser] is [de chirurg] (hierna: [de chirurg] ). [de chirurg] is orthopedisch chirurg. 2.2. O.C.A. is een onderneming die zich richt op de uitvoering van praktijken van medisch specialisten. 2.3. [eiser] en O.C.A. hebben sinds 31 januari 2019 een samenwerking op basis van een steeds vernieuwde overeenkomst. Op 1 januari 2023 is de Overeenkomst dienstverlening Operatie Centrum Amstelveen BV 2023 (hierna: de Overeenkomst) aangevangen voor de duur van twaalf maanden en deze is daarna stilzwijgend verlengd. 2.4. [eiser] maakt op grond van de Overeenkomst gebruik van operatiefaciliteiten en operatiepersoneel van O.C.A. 2.5. Artikel 9 van de Overeenkomst bevat een regeling voor de beëindiging van de Overeenkomst. Artikel 9.1. van de Overeenkomst luidt voor zover hier van belang: 9.1. Iedere partij is gerechtigd deze overeenkomst, met onmiddellijke ingang en zonder rechterlijke tussenkomst op te zeggen, indien: 9.1.1. de wederpartij tekort is geschoten in nakoming van zijn verplichtingen uit deze overeenkomst en de tekortkoming niet binnen een redelijke termijn alsnog heeft hersteld, tenzij de tekortkoming niet voor herstel vatbaar is; 2.6. Artikel 9.2. van de Overeenkomst luidt voor zover hier van belang: 9.2. O.C.A. is gerechtigd deze overeenkomst, met onmiddellijke ingang en zonder rechterlijke tussenkomst, geheel of gedeeltelijk op te zeggen, indien: 9.2.1. gebruiker niet voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst; (…) 9.2.4. gebruiker de samenwerking binnen/met O.C.A. zodanig bemoeilijkt dat voortzetting van het gebruik door gebruiker redelijkerwijs niet kan worden gevergd van O.C.A.; 2.7. Artikel 9.3 van de Overeenkomst luidt: 9.3 Schriftelijke opzegging – zonder rechterlijke tussenkomst en zonder tot vergoeding van schade of kosten aansprakelijk te zijn – is voor ieder van partijen mogelijk met inachtneming van een opzegtermijn van 2 maanden. In aanvulling daarop heeft O.C.A. het recht deze overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen vanwege andere gronden dan vermeld onder artikel 9.1 en artikel 9.2, indien O.C.A. de gebruiker daarbij een beëindigingsvergoeding betaalt van 2x het maandbedrag voor het gebruik, waarbij voor “het maandbedrag voor gebruik” wordt genomen: het gemiddelde maandbedrag voor het gebruik van de ruimte (exclusief kosten van verbruiksartikelen en personele inzet) te rekenen over een periode van 6 maanden voorafgaand aan de beëindigingsdatum. 2.8. In een e-mail van 20 september 2022 aan [eiser] stelt O.C.A. onder meer dat de operaties van [de chirurg] niet vlekkeloos verlopen, dat er ruis is over de betalingen, dat personeel niet met [de chirurg] wenst te werken en dat apparatuur/instrumentarium niet op orde is. Over knieën/heupen en schouder-protheses merkt O.C.A. op dat deze een “no go” zijn. O.C.A. geeft [de chirurg] het advies om om te gaan kijken naar een andere kliniek waar hij kan opereren in een betere setting dit niet heeft gedaan, is zij tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis jegens [eiser] en dient zij de daardoor ontstane schade aan [eiser] te vergoeden. 3.3. O.C.A. voert verweer. O.C.A. voert aan dat zij de Overeenkomst op rechtmatige wijze per direct heeft opgezegd. Er is sprake is van een opzeggingsgrond als bedoeld in artikel 9.2.1 van de Overeenkomst, omdat [eiser] haar verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst, meer in het bijzonder artikel 5.2.2 (het informeren van de patiënt over de ingreep en mogelijke complicaties en alternatieven) en artikel 5.2.3 (het verkrijgen van toestemming van de patiënt voor de ingreep), niet is nagekomen. O.C.A. heeft de Overeenkomst ondubbelzinnig opgezegd in haar e-mail van 25 juli 2024 in combinatie met de e-mail van 2 augustus 2024. 3.4. O.C.A. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Opzegging Overeenkomst 4.1. Het uitgangspunt voor de beoordeling van de vorderingen van [eiser] is artikel 9 van de Overeenkomst, dat een regeling geeft voor beëindiging van de Overeenkomst. De kantonrechter oordeelt dat O.C.A. de Overeenkomst met [eiser] niet conform deze regeling heeft opgezegd en daardoor is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiser] . Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende. 4.2. De e-mail van 25 juli 2024 van O.C.A. kan gelet op de bewoordingen daarvan niet worden aangemerkt als een ondubbelzinnige opzegging van de Overeenkomst. Dat O.C.A. de Overeenkomst opzegt, wordt pas duidelijk in de e-mail van 2 augustus 2024. Weer later, op 12 augustus 2024, bevestigt O.C.A. dat bovendien sprake is van een opzegging met onmiddellijke ingang. 4.3. O.C.A. volstaat in haar e-mail van 2 augustus 2024 met een algemene verwijzing naar artikel 9 van de Overeenkomst. Een opzeggingsgrond wordt niet genoemd. 4.4. In haar brief van 16 september 2024 beroept O.C.A. zich op de opzeggingsgronden genoemd in de artikelen 9.2.1, 9.2.4 en 9.1.1 van de Overeenkomst. Zij voert aan dat [eiser] niet aan de verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst voldoet, de samenwerking met O.C.A bemoeilijkt en tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Uit de e-mails uit september 2022 en oktober 2023, die bij de brief zijn gevoegd en die O.C.A. voorafgaand aan de mondelinge behandeling ook afzonderlijk heeft overgelegd als producties 16d en 16e, kan worden afgeleid dat er in de jaren voor het incident in juli 2024 verschillende strubbelingen zijn geweest tussen O.C.A en [de chirurg] over zijn functioneren en werkwijze. O.C.A. heeft de problemen ook aangekaart in haar e-mail van 20 september 2022. Niet gebleken is echter dat O.C.A. [eiser] een termijn, zoals bedoeld in artikel 9.1.1 van de Overeenkomst, heeft gesteld om tekortkomingen te herstellen. Bovendien is O.C.A. per 1 januari 2023, dus na de e-mail van september 2022 een nieuwe overeenkomst met [eiser] aangegaan. 4.5. O.C.A. heeft [eiser] evenmin duidelijk te kennen gegeven dat zij de Overeenkomst met [eiser] met onmiddellijke ingang zou opzeggen bij nieuwe voorvallen in de toekomst. Dit rekent de kantonrechter O.C.A. aan, omdat het niet meer kunnen beschikken over operatiefaciliteiten direct van invloed is op het inkomen uit arbeid van [de chirurg] . Dat er andere klinieken zijn waar [eiser] operatiekamers zou kunnen huren, doet daar niet aan af. De samenwerking met [eiser] is bovendien nog twee jaar voortgezet, zelfs op basis van een nieuwe overeenkomst. Dat verdraagt zich niet met het standpunt van O.C.A. dat [eiser] de samenwerking stelselmatig heeft belemmerd door zich niet te houden aan protocollen en afspraken. O.C.A. volstaat voorts in haar brief van 16 september 2024 met een algemene verwijzing naar gemaakte, maar door [eiser] betwist