Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-09-30
ECLI:NL:RBAMS:2025:7230
RECHTBANK Amsterdam Voorzieningenrechter civiel Zaaknummer: C/13/774375 / KG ZA 25-673 VVV/MAH Vonnis in kort geding van 30 september 2025 in de zaak van DICHTBIJ B.V. , h.o.d.n. Dichtbij Bewindvoering, gevestigd te Breda, hierna te noemen: Dichtbij, in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene] , wonende te [woonplaats] , eiseres bij dagvaarding van 25 augustus 2025, advocaat: mr. F. Kaloudis te Zevenbergen, tegen ABN AMRO BANK N.V. , gevestigd te Amsterdam, gedaagde, hierna te noemen: ABN AMRO, advocaat: mr. J.R.D. den Hertog te Amsterdam. Dichtbij en [betrokkene] worden tezamen aangeduid als eiseres. 1 De procedure 1.1. Nadat de zitting was verplaatst van 2 naar 16 september 2025 en ABN AMRO vrijwillig was verschenen, heeft eiseres tijdens de zitting de dagvaarding toegelicht. ABN AMRO heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag. Bij de zitting waren aanwezig: - aan de kant van eiseres: [bewindvoerder] , bewindvoerder, met mr. Kaloudis, - aan de kant van ABN AMRO: mr H. Huisman (legal counsel bij ABN AMRO), met mr. Den Hertog. 2 De feiten 2.1. Dichtbij is professioneel bewindvoerder en heeft een zakelijke rekening bij ABN AMRO. Daarnaast hebben ABN AMRO en Dichtbij op 28 maart 2019 een samenwerkingsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten (de Samenwerkingsovereenkomst). Daarin staat onder meer: “(…) OVERWEGENDE DAT: - De Aanvrager [Dichtbij – vzr.] in de hoedanigheid van curator en of bewindvoerder, diensten verleent aan haar cliënten waaronder, maar niet beperkt tot, het openen van bankrekeningen bij ABN AMRO op naam en voor rekening van cliënt waarop de door Aanvrager bij ABN AMRO afgegeven beschikking inzake het bewind of curatele van cliënt van toepassing is. - ABN AMRO zal optreden als financiële dienstverlener bij het beschikbaar stellen van de hiervoor in alle redelijkheid benodigde diensten voor de afhandeling van het betalingsverkeer van de Aanvrager. (…) KOMEN OVEREEN: Artikel 1 - Definities: (…) d. Financiële Beheer Service: een combinatie van diensten die door ABN AMRO wordt aangeboden aan zakelijke relaties die hun cliënten, in die gevallen waarbij er sprake is van bewind- of curatele, willen onderbrengen bij ABN AMRO. De service bestaat uit twee rekeningen die bij elkaar horen. Via deze rekeningen kan de Aanvrager de financiën beheren voor iemand die dat zelf niet kan. (…) Artikel 2 - Financiële Beheer Service 2.1 De Aanvrager kan uitsluitend door gebruik te maken van de door ABN AMRO ter beschikking gestelde middelen rekeningen openen op afstand voor cliënten. 2.2 De Aanvrager kan in beginsel uitsluitend gebruik maken van de door ABN AMRO ter beschikking gestelde diensten in het kader van de Financiële Beheer Service. (…)” In de Samenwerkingsovereenkomst zijn verder onder meer afspraken vastgelegd omtrent de wijze van identificatie en verificatie van nieuwe klanten van Dichtbij. Dichtbij heeft momenteel voor ca. 333 onderbewindgestelden actieve rekeningen lopen bij ABN AMRO. 2.2. [betrokkene] had een bankrekening bij ASN Bank (ASN) totdat deze in 2021 is opgeheven omdat - aldus Dichtbij - [betrokkene] fraude zou hebben gepleegd. Naar aanleiding daarvan heeft ASN [betrokkene] in 2021 opgenomen in het Intern Verwijzingsregister en Extern Verwijzingsregister (EVR). 2.3. Bij beschikking van de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 juni 2025 zijn de goederen van [betrokkene] op grond van haar lichamelijke of geestelijke toestand onder bewind gesteld en is Dichtbij B.V. (Dichtbij) benoemd tot bewindvoerder. [bewindvoerder] treedt namens Dichtbij feitelijk op als bewindvoerder. 2.4. Dichtbij heeft op 1 juli 2025 bij ABN AMRO een beheer- en leefgeldrekening voor [betrokkene] aangevraagd. De aanvraag is bij brief van 17 juli 2025 afgewezen, omdat [betrokkene] is opgenomen in het Extern Verwijzingsregister (EVR) en/of omdat ABN AMRO het risico om zaken te doen met [betrokkene] t ABN AMRO brengt hier tegenin dat de Samenwerkingsovereenkomst haar niet verplicht tot het openen van de gevraagde rekeningen, maar dat ASN als laatste bank in de zin van het Convenant daartoe wel verplicht is. ABN AMRO wijst daartoe op de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 17 maart 2022 (ECLI:NL:RBMNE:2022:1028), r.o. 3.10: “Op grond van de mantelovereenkomst heeft Rabobank echter het recht om klanten te weigeren, met name klanten die hebben gefraudeerd. Er kan onder bepaalde omstandigheden reden zijn om te oordelen dat Rabobank geen beroep kan doen op die weigeringsgrond, maar die omstandigheden doen zich hier (nog) niet voor. De bewindvoerder heeft onvoldoende aangetoond dat het niet mogelijk is om voor [onderbewindgestelde] bij SNS een beheer- en leefgeldrekening te openen. Wat wel of niet mogelijk is bij SNS, is de voorzieningenrechter niet duidelijk. [bewindvoerder] had hierover (meer) duidelijkheid moeten scheppen. SNS is de laatste bank als bedoeld in het convenant en daarom verplicht om in elk geval een basisbetaalrekening voor [onderbewindgestelde] openen. Naar het oordeel van de voorzieningsrechter houdt die verplichting mede in dat voor een onderbewindgestelde een beheer- en leefgeldrekening worden geopend.” 4.5. ABN AMRO voert verder aan dat eiseres zich beroept op verouderd beleid, nu ABN AMRO naar aanleiding van laatstgenoemd vonnis haar beleid in 2023 weer heeft verscherpt en ook voor onderbewindgestelden aansluiting zoekt bij het Convenant. 4.6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. 4.7. Ter zitting is duidelijk geworden dat de kern van het bezwaar van ABN AMRO zit in de vrees dat zij na het openen van de gevraagde rekeningen zal gelden als ‘laatste bank’ onder het Convenant waardoor zij na het einde van het bewind verplicht is een basisbankrekening aan een risicovolle klant ( [betrokkene] ) aan te bieden. ABN AMRO heeft toegelicht dat de leefgeldrekening na het einde van het bewind vaak automatisch wordt omgezet in een ‘gewone’ betaalrekening, maar dat de bank vervolgens de klantrelatie op grond van een risicobeoordeling toch kan beëindigen, waarna ABN AMRO toch geldt als laatste bank in de zin van het Convenant. 4.8. De voorzieningenrechter tilt hieraan niet zwaar. Het is goed mogelijk dat het bewind pas eindigt (en de nieuwe rekening wordt aangevraagd) nadat de EVR-registratie al is geëindigd. Er is dan dus geen of weinig risico meer voor ABN AMRO. Maar ook indien die registratie of andere financiële risico’s er nog wel zouden zijn op het moment dat na het bewind een Convenantrekening wordt aangevraagd en het Convenant zo wordt geïnterpreteerd dat ook een bewindrekening moet worden gezien als laatste rekening, kan de bank de risico’s aanmerkelijk verkleinen. Zij kan namelijk als voorwaarde stellen – zoals Dichtbij terecht opmerkte – dat de aanvraag via een hulpverleningsorganisatie wordt gedaan, zodat het risico op misbruik van de basisbankrekening wordt verkleind. De basisbankrekening komt op naam van de aanvrager; de hulpverleningsorganisatie beheert en controleert de financiële stromen. Hoe dit wordt ingericht, kan met de bank worden afgestemd. 4.9. Ook, maar in mindere mate, ziet ABN AMRO problemen in de periode tot het einde van het bewind: EVR-geregistreerde klanten vormen in haar visie een (integriteits-)risico voor de bank en een verliespost vanwege de strengere monitoringvereisten onder de Wwft. 4.10. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter worden deze risico’s ondervangen door het bewind, zeker als de leefgeldrekening ‘gesloten’ is. Een gesloten leefgeldrekening kan alleen gevoed worden vanuit de beheergeld-rekening, anderen kunnen er geen geld naar overmaken. Slechts de bewindvoerder (die onder toezicht staat van de kantonrechter) kan beschikken over de beheerrekening. 4.11. Tegenover deze belangen van ABN AMRO staat het evident grote belang van zowel de bewindvoerder als de onderbewindgestelde dat er nu – drie maanden na aanvang het bewind – zo spoedig mogelijk een beheer