Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-04
ECLI:NL:RBAMS:2025:723
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,398 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 10867180 CV EXPL 24-268
vonnis van: 4 februari 2025
fno.: 569
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn
eiseres
nader te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
t e g e n
de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.
gevestigd te Amstelveen
gedaagde
nader te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mrs. R.L.S.M. Pessers en B.E. Struijk.
Procesverloop
dagvaarding van 13 december 2023 met producties;
antwoord met producties;
repliek met producties;
dupliek met producties;
akte niet dienen uitlating producties;
dagbepaling vonnis.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:
1.1.
[naam] (hierna de passagier) heeft bij de vervoerder een vliegreis geboekt van Hamburg naar Rennes via Amsterdam uit te voeren op [vluchtdatum] 2023.
1.2.
Het vluchtschema van de reis was als volgt:
Datum
Vluchtnr
van
naar
vertrek (LT)
Aankomst(LT)
[vluchtdatum] 2023
[vluchtnummer 1]
Hamburg
Amsterdam
12:35
13:40
[vluchtdatum] 2023
[vluchtnummer 2]
Amsterdam
Rennes
14:25
16:00
1.3.
De vluchten zijn uitgevoerd door de vervoerder.
1.4.
Vlucht [vluchtnummer 1] maakte deel uit van een rotatievlucht. De voorgaande vlucht, Vlucht [vluchtnummer 3] van Amsterdam naar Hamburg is gearriveerd te Hamburg om 12:08 uur, met een vertraging van 18 minuten.
1.5.
De vlucht van Hamburg naar Amsterdam is vertraagd uitgevoerd. De vertraging bedroeg 29 minuten. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist, is door de vervoerder omgeboekt en is met een vertraging van vijf uur en 30 minuten op de eindbestemming gearriveerd.
1.6.
De passagier heeft de vordering ter zake van de vlucht gecedeerd aan AirHelp.
1.7.
AirHelp heeft bij de vervoerder aanspraak gemaakt op compensatie ten gevolge van de vertraging van de vlucht.
1.8.
De vervoerder heeft geweigerd de compensatie te betalen.
Vordering en verweer
2. AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:a. € 250,00 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum vlucht tot de algehele voldoening;b. de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis.
3. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraagde aankomst op de eindbestemming gehouden is de passagiers te compenseren conform artikel 7 lid 1 van de Verordening.
4. AirHelp stelt daartoe – kort gezegd – dat vlucht [vluchtnummer 3] een vertraging had van 18 minuten. Indien deze van de aankomstvertraging van [vluchtnummer 1] wordt afgetrokken dan had de passagier de vlucht naar Rennes kunnen halen, indien de vervoerder een reservetijd van 20 minuten op de Minimal Connecting Time (MCT) had toegepast. De vervoerder heeft de vluchtrapporten niet overgelegd zodat niet valt te controleren wat de ‘delay codes’ waren van de vluchten.
5. De vervoerder voert gemotiveerd verweer en voert aan dat sprake is van een uitzonderingssituatie in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening, waardoor geen compensatie verschuldigd is. Vlucht [vluchtnummer 1] is ten gevolge van door de luchtverkeersleiding opgelegd CTOT’s (Calculated Take Off Time) vertraagd. De eerste CTOT is reeds opgelegd voordat de vlucht [vluchtnummer 3] diende te vertrekken. Derhalve is de vertraging van vlucht [vluchtnummer 3] irrelevant. Ter onderbouwing is het operational log van Vlucht [vluchtnummer 1] overgelegd. De vlucht is onder de gewijzigde omstandigheden zo snel als mogelijk door de vervoerder uitgevoerd. Door de buitengewone omstandigheid is de aansluitende vlucht gemist.
6. Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
7. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming, zodat de vervoerder op grond van artikel 5 lid 1 c onder III jo artikel 7 lid 1 van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op de doelstelling van de Verordening, die volgens overweging 1 ervan erin is gelegen een hoog niveau van bescherming van de passagiers te waarborgen, en het feit dat artikel 5, lid 3, van de Verordening een afwijking is van het beginsel dat de passagiers recht op compensatie hebben in geval van annulering van hun vlucht, moet het begrip “buitengewone omstandigheden” in de zin van deze bepaling echter strikt worden uitgelegd (zie ook het arrest van het Hof van Justitie van 23 maart 2021, ECLI:EU:C:2021:226).
8. De vervoerder dient gelet op het voorgaande de gestelde buitengewone omstandigheid deugdelijk te onderbouwen indien deze wordt betwist. De vervoerder dient minimaal de betreffende vluchtrapporten in het geding te brengen. Dat heeft hij nagelaten ondanks de stelling van AirHelp bij de conclusie van repliek dat de vluchtrapporten niet zijn overgelegd. Gelet daarop kan niet worden vastgesteld wat de ‘delay codes’ waren die aan de vluchten [vluchtnummer 3] en [vluchtnummer 1] zijn toegekend. De kantonrechter kan derhalve niet vaststellen in welke mate de vertraging van vlucht [vluchtnummer 3] van invloed is geweest op vlucht [vluchtnummer 1] en overigens ook niet wat de ‘delay codes’ zijn ter zake van vlucht [vluchtnummer 1] . Dat betekent dat de gestelde buitengewone omstandigheid onvoldoende is onderbouwd zodat de passagier recht heeft op de gevorderde compensatie. Deze is toewijsbaar als hierna te melden.
9. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van de datum van de vlucht. Het betreft een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, die gelet op artikel 6:83 sub b Burgerlijk Wetboek (BW) terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade wordt geacht te zijn geleden.
10. De vervoerder zal als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten en de daarover gevorderde wettelijke rente worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 250,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf [vluchtdatum] 2023 tot aan de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van AirHelp begroot op:exploot € 129,14salaris € 80,00 griffierecht € 130,00 -----------------totaal € 339,14voor zover van toepassing, inclusief btw; te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 14 dagen na heden tot de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 68,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de vervoerder niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.