Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-09-24
ECLI:NL:RBAMS:2025:7059
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/1677 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. R.M.G. Sussenbach), en de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder (gemachtigde: mr. J.J. Kwant). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de oplegging van het volgen van een EMA. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder terecht het volgen van een EMA heeft opgelegd. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder terecht heeft besloten om aan eiser een EMA op te leggen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het primaire besluit van 6 oktober 2023 heeft verweerder aan eiser een EMA opgelegd. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. 2.1. Met het bestreden besluit van 5 februari 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 1 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Overwegingen Verweerders besluit 3. Verweerder heeft met het primaire besluit besloten dat eiser verplicht een EMA moet volgen. Verweerder heeft aan dit besluit een mededeling van de korpschef van de politie van 28 september 2023 ten grondslag gelegd. Uit deze mededeling blijkt dat bij eiser als bestuurder van een motorrijtuig een ademalcoholgehalte van 470 µg/l is geconstateerd. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Standpunt eiser 4. Eiser betwist dat hij onder invloed zou zijn geweest tijdens het rijden en stelt dat hij pas alcoholhoudende drank heeft genuttigd toen hij het voertuig al geparkeerd had. Pas enkele tijd later, nadat de bijrijder was gearresteerd en eiser al meerdere alcoholische drankjes had genuttigd, is de alcoholblaastest afgenomen. Hierdoor kon geen juist beeld worden vastgelegd van de omstandigheden waaronder eiser zich eerder achter het stuur bevond. De verbalisant heeft eiser niet zien drinken terwijl hij aan het rijden was. Pas nadat de verbalisant zich bezig had gehouden met de aanhouding van de bijrijder, zag hij een geopend blikje op het dak van de auto staan. Eiser zou dat blikje en andere blikjes gepakt kunnen hebben gedurende de aanhouding van de bijrijder, daardoor kan niet vastgesteld worden dat eiser onder invloed heeft gereden. Oordeel rechtbank Procesbelang 5. Eiser heeft aangegeven de kosten voor de cursus betaald te hebben en dat hij de cursus met succes heeft afgerond, hetgeen heeft geleid tot de teruggave van zijn rijbewijs. De rechtbank ziet zich hierdoor ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser thans nog procesbelang heeft bij het onderhavige beroep en heeft deze vraag ter zitting aan de orde gesteld. Eiser heeft daarop aangegeven dat hij het niet eens is met de opgelegde EMA en dat hij met deze procedure wil bereiken dat hij de gemaakte kosten daarvoor terugkrijgt. 5.1. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is de bestuursrechter slechts gehouden tot een inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan, indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. 5.2. De rechtbank overweegt als volgt. Indien wordt geoordeeld dat verweerder ten onrechte de EMA heeft opgelegd, is verweerder gehouden de daarvoor voldane kosten aan eiser terug te betalen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eiser belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. EMA 6. De rechtbank overweegt dat verweerder verplicht is om een EMA op te leggen als er is gecon