Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-08-28
ECLI:NL:RBAMS:2025:6681
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,749 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10610707 \ CV EXPL 23-9844
Vonnis van 28 augustus 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STELLANTIS FINANCIAL SERVICES NEDERLAND B.V.,
voorheen genaamd PSA FINANCIAL SERVICES NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stellantis,
gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 mei 2023, met producties,
- het verwijzingsvonnis van 13 juni 2023 van de kantonrechter van de Rechtbank Overijssel,
- het oproepingsexploot van 20 juni 2023,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 5.468,63 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten. Eisende partij stelt dat gedaagde partij zich niet heeft gehouden aan alle verplichtingen voortvloeiend uit de tussen hen gesloten private leaseovereenkomst met betrekking tot een auto, een Peugeot 2008.
2.2.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen eisende partij als handelaar en gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. De kantonrechter moet onder meer onderzoeken of eisende partij haar informatieverplichtingen heeft nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.3.
De kantonrechter beschikt op dit moment nog niet over voldoende informatie om de rechtmatigheid en gegrondheid van de vordering te kunnen beoordelen. Eisende partij zal zich moeten uitlaten over het navolgende.
2.4.
De overeenkomst, inclusief de daarin opgenomen aanvullende algemene voorwaarden, is slecht leesbaar. Eisende partij wordt verzocht een goed leesbare versie te overleggen. Daarnaast dient eisende partij in het geding te brengen het innameprotocol en het schadeprotocol, nu deze protocollen aan de vordering ten grondslag (kunnen) liggen, aangezien de auto is ingenomen en door eisende partij schade is geconstateerd.
2.5.
Uit het facturenoverzicht (punt 7 dagvaarding) blijkt dat een bedrag van € 2.333,42 aan voortijdige beëindigingskosten bij gedaagde partij in rekening wordt gebracht. De onderliggende factuur is echter niet overgelegd. Deze zal eisende partij alsnog moeten overleggen.
2.6.
Eisende partij dient zich verder uit te laten over de bedingen die aan de afzonderlijke onderdelen van de vordering (ten aanzien van alle posten op de facturen) ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en een standpunt in te nemen over de (on)eerlijkheid daarvan in de zin van de richtlijn.
2.7.
Niet duidelijk is wanneer de onderhavige overeenkomst is ingegaan. Dit dient eisende partij nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.8.
Eisende partij dient daarnaast toe te lichten wanneer zij de overeenkomst heeft ontbonden en waaruit de tekortkoming van gedaagde partij op dat moment bestond. Ontbinding van de leaseovereenkomst moet op grond van artikel 22 van de algemene voorwaarden gebeuren bij aangetekende brief. Eisende partij dient toe te lichten of en zo ja, wanneer zij die heeft gestuurd. Ook moet worden toegelicht per wanneer en op grond waarvan de overeenkomst is ontbonden. Eisende partij dient de betreffende brief in het geding te brengen. De niet-gepersonaliseerde brief overgelegd als productie 5 bij de dagvaarding volstaat niet.
2.9.
In de overeenkomst staat dat de leaseprijs € 611,77 per maand bedraagt. In de facturen ter zake van de onbetaald gelaten termijnen worden echter steeds bedragen van € 613,34 gevorderd. Kennelijk zijn de prijzen dus op enig moment verhoogd. Eisende partij dient zich over de reden en de grondslag hiervan uit te laten.
2.10.
De facturen in het facturenoverzicht voor inname, berging en verkoop van het voertuig zijn niet overgelegd of onderbouwd. Eisende partij zal deze facturen moeten overleggen. Eisende partij heeft wel facturen overgelegd van Roos Autoberging, Autoveiling.nl en Autoinspectie.nl. Deze facturen zijn echter niet gericht aan gedaagde partij. Gesteld noch gebleken is waar de bedragen die op deze facturen staan betrekking op hebben. Ze lijken ook te zien op andere auto’s. Eisende partij zal dit nader moeten toelichten.
2.11.
Eisende partij dient in navolging van het voorgaande ook nader toe te lichten waarom het noodzakelijk was dat alle kosten verband houdend met inbeslagname en veilingverkoop van de auto zijn gemaakt en op grond waarvan deze kosten voor rekening van gedaagde partij komen. Eisende partij moet tot slot toelichten hoe gedaagde partij van tevoren heeft kunnen voorzien dat hij bij niet inlevering van de auto te maken zou krijgen met deze (omvang van de) kosten.
2.12.
Eisende partij dient de gestelde inleverschades te onderbouwen met een schaderapport.
2.13.
De zaak wordt voor akte uitlating door eisende partij verwezen naar de rol.
2.14.
Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
2.15.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van donderdag 25 september 2025 om 10.00 uur voor akte uitlating eisende partij,
3.2.
bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.14,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2025.
991