Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-08-14
ECLI:NL:RBAMS:2025:6494
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,387 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-016552-25 (EAB I)
Datum uitspraak: 14 augustus 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 22 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 7 januari 2025 door de District Court in Bydgoszcz, III Penal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] (Polen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De zitting van 3 juli 2025
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 juli 2025 in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman mr. L.J. Woltring, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Het EAB in deze zaak is gelijktijdig behandeld met het EAB in de zaak met parketnummer 13-156253-25 (hierna: EAB II).
De tussenuitspraak van 17 juli 2025
In de tussenuitspraak van 17 juli 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst voor onbepaalde tijd om deze zaak gelijktijdig af te kunnen doen met de zaak met parketnummer 13-156253-25 (EAB II).
De zitting van 31 juli 2025
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op de zitting van 31 juli 2025 hervat, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp (waarnemend voor mr. L.J. Woltring, advocaat in Haarlem), en door een tolk in de Poolse taal.
Het EAB in deze zaak is ook op deze zitting gelijktijdig behandeld met EAB II.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3De tussenuitspraak van 17 juli 2025
Bij tussenuitspraak van deze rechtbank van 17 juli 2025 is reeds geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (overweging 3), de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zoals bedoeld in artikel 12 OLW (overweging 3.1), de strafbaarheid (overweging 4) en de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW (overweging 5). Hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. Het onderzoek is bij tussenuitspraak alleen aangehouden om de zaak gelijktijdig te kunnen afdoen met de overleveringszaak van de opgeëiste persoon inzake EAB II.
4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in rubriek 5 van haar tussenuitspraak van 17 juli 2025. De overwegingen in deze rubriek dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Ter zitting van 31 juli 2025 heeft de opgeëiste persoon verklaard de opgelegde straf in Polen te willen uitzitten vanwege zijn gewijzigde familieomstandigheden. De opgeëiste persoon heeft om die reden zijn beroep op artikel 6a OLW ingetrokken. De rechtbank komt daardoor niet toe aan de beoordeling of zij de overlevering op grond van die bepaling zal weigeren.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
6Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van van [opgeëiste persoon] aan de District Court in Bydgoszcz, III Penal Division, Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. A.R.P.J. Davids en E.M. de Bie, rechters,
in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 augustus 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ECLI:NL:RBAMS:2025:5193.