Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-08-29
ECLI:NL:RBAMS:2025:6320
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/5458 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. G.L.M. Teeuwen), en de burgemeester van Amsterdam, de burgemeester (gemachtigde: [gemachtigde] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een bestuurlijke boete die de burgemeester aan eiseres heeft opgelegd vanwege een overtreding van de Alcoholwet. Eiseres is het hier niet mee eens. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres beoordeelt de rechtbank of de burgemeester terecht een overtreding van de Alcoholwet heeft vastgesteld en daarvoor een bestuurlijke boete heeft opgelegd. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester aan eiseres een bestuurlijke boete heeft kunnen opleggen . Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres exploiteert een winkel met een algemeen assortiment van voedings- en genotmiddelen, souvenirs, alsmede rookwaren. 2.1. Op 14 maart 2024 heeft een toezichthouder van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat in de winkel van eiseres zwak-alcoholhoudende dranken aanwezig was. Deze constateringen zijn opgenomen in het rapport van bevindingen van 14 maart 2024. 2.2. Met het besluit van 8 april 2024 heeft de burgemeester aan eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 1.565,-. Met het bestreden besluit van 26 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is de burgemeester bij dat besluit gebleven. 2.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 22 juli 2025 op de zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de heer [naam 1] en de heer [naam 2] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de burgemeester. Beoordeling door de rechtbank Kan het rapport van bevindingen ten grondslag liggen aan het bestreden besluit? 3. Eiseres voert aan dat het rapport van bevindingen niet kan dienen als onderbouwing van het bestreden besluit. Het rapport is onvolledig en de foto’s geven geen volledig beeld van de inrichting van de winkel. 3.1. De rechtbank is van oordeel dat het rapport van bevindingen voldoende duidelijk is. De toezichthouder heeft in het rapport van bevindingen feitelijk beschreven hoe de winkel van eiseres eruit zag en dat in de winkel zwak-alcoholhoudende dranken werden aangeboden. De toezichthouder omschrijft dat hij een rondje door de winkel heeft gelopen en zag dat er qua levensmiddelen alleen chips en koek werden verkocht. De toezichthouder heeft meer alcoholhoudende dranken in de winkel gezien dan souvenirs of levensmiddelen. Op de foto’s bij het rapport van bevindingen zijn stellingen te zien met souvenirs, kleding, elektronica, verzorgingsproducten en andere producten gericht op toeristen. Dat niet van de gehele winkel foto’s zijn gemaakt door de toezichthouder, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de waarnemingen van de toezichthouder in twijfel te trekken. Het rapport van bevindingen van 14 maart 2024 mag ten grondslag worden gelegd aan het bestreden besluit. Het betoog van eiseres slaagt niet. Is er sprake van een overtreding? 4. Eiseres voert aan dat de toezichthouder niet heeft vastgesteld dat alcoholhoudende dranken werd verkocht op het moment dat de toezichthouder in de winkel aanwezig was. Hierdoor kan aan eiser geen bestuurlijke boete worden opgelegd voor de verkoop van alcoholhoudende dranken. 4.1. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt dit betoog niet. De eigenaar van de winkel heeft immers tegenover de toezichthouder verklaard dat hij dacht dat hij alcohol mocht verkopen in de winkel, en op de zitting bevestigd dat hij ook daadwerkelijk alcoholhoudende dank verkocht. Daarmee staat de overtreding vast. Nog los daarvan is de overtreding niet enkel gebaseerd op het verkopen van alcoholhou