Rechtspraak Rechtbank Amsterdam 2025-07-17
ECLI:NL:RBAMS:2025:5932
RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 23/5442 uitspraak van de meervoudige kamer van 17 juli 2025 in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. V.J. Oranje), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. F.M.E. Schuttenhelm). Inleiding 1.1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de bestuurlijke boete die verweerder heeft opgelegd met het primaire besluit van 26 januari 2023 vanwege strijd met de Huisvestingswet 2014 (Huisvestingswet) in samenhang met de Huisvestingsverordening Amsterdam (Huisvestingsverordening). 1.2 Met het bestreden besluit van 27 juli 2023 heeft verweerder het bezwaar tegen de boeteoplegging ongegrond verklaard. 1.3 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4 De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder, mr. M.R. Eland-Darsan en [de persoon] aan de zijde van verweerder. De rechtbank heeft de zaak gelijktijdig behandeld met de beroepen in de zaken AMS 23/4961, AMS 23/5027 en AMS 23/5166. Totstandkoming van het bestreden besluit 2. Eiseres is ingeschreven op het adres [adres 1] (de woning) en in het bezit van een Bed & Breakfast (B&B) vergunning, waardoor zij onder voorwaarden en voorschriften een B&B mag exploiteren in de woning. De vader van eiseres is eigenaar van de woning. 3. Vanaf 2015 zijn er meldingen woonfraude bij verweerder binnengekomen ten aanzien van panden van de vader van eiseres op [adres 2] en [adres 3], in laatstgenoemd pand bevindt zich de woning van eiseres. De meldingen zagen op overlast, huisvuil en toeristische verhuur. Verweerder heeft na meldingen van woonfraude in 2020 meerdere controles en huisbezoeken uitgevoerd. De meldingen van woonfraude gaan ook na 2020 door. Nadat verweerder signalen kreeg van huurders dat zonder toestemming B&B vergunningen op hun naam zijn gezet en huurders zich niet mochten inschrijven op het adres, heeft verweerder besloten een grootschalig onderzoek in te stellen naar de feitelijke woonsituatie in de panden aan de [adres 2] en [adres 3]. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in de maanden april en juli 2022. Verweerder heeft naast een administratief onderzoek en een onaangekondigd huisbezoek op 2 juli 2022, ook contact opgenomen met Stichting Woon! om de klachten van huurders te bespreken. De uitkomsten van het onderzoek zijn neergelegd in het rapport van bevindingen van 5 juli 2022 en meerdere beeldverslagen van het huisbezoek op 2 juli 2022. Op basis van het onderzoek zijn overtredingen door verweerder geconstateerd en boetes opgelegd aan zowel de vader van eiseres, als eigenaar van de panden, als ook aan individuele huurders, te weten eiseres en [naam 1] en aan de exploitant van de B&B’s, [bedrijf] De beroepen tegen deze boetes zijn gelijktijdig op de zitting behandeld, en betreffen bovengenoemde zaken met zaaknummers AMS 23/4961, AMS 23/5027 en AMS 23/5166. Op deze beroepen is gelijktijdig met onderhavige uitspraak beslist. 4.1. Met betrekking tot de woning van eiseres, is uit administratief onderzoek gebleken dat de heer [naam 2], de vader van eiseres, eigenaar is van de woning en dat er twee personen staan ingeschreven op het adres. Dat zijn [naam 3] en eiseres. Ook is gebleken dat de woning wordt aangeboden op Booking.com als “[kamer]”. Uit verweerders administratie is gebleken dat eiseres in bezit is van een B&B vergunning. Zij mag daarom, onder de voorwaarden en voorschriften genoemd in artikel 3.9.6, van de Huisvestingsverordening, een B&B exploiteren op het adres. 4.2. Op 2 juli 2022 hebben toezichthouders van de gemeente een bezoek gebracht aan de woning. Van het bezoek is een rapport van bevindingen met beeldverslag opgemaakt. Voor het onderzoek is door de burgemeester een machtiging tot binnentreden afgegeven en is deze machtiging gebrui Zoals hierna uit overweging 10.2. blijkt, was eiseres geen bewoner van de woning omdat ze daar geen feitelijk hoofdverblijf had. 9.4. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een onrechtmatig onderzoek. Verweerder heeft het door de toezichthouders opgestelde rapport van bevindingen daarom aan zijn besluitvorming ten grondslag mogen leggen. Is sprake van een overtreding? - Hoofd- en nachtverblijf 10.1. Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte concludeert dat zij haar feitelijk hoofdverblijf niet in de woning had. Het appartement aan het adres [adres 1] bestaat uit twee van elkaar gescheiden delen. Er is een deel op de begane grond waar eiseres woonde ten tijde van het onderzoek en waar ook in een achterkamer B&B gasten konden verblijven en daarnaast is er een ander deel op de eerste etage, waar de huurders [naam 3] en [naam 5] wonen. Doordat eiseres in een ander deel van de woning woont dan [naam 3] en [naam 5], is het verklaarbaar dat zij eiseres niet vaak hebben gezien. Eiseres verbleef ook regelmatig bij haar moeder op het adres [adres 5]. Dat de ontvangst van gasten wel eens door een vriend werd overgenomen, maakt niet aannemelijk dat eiseres haar feitelijk hoofdverblijf niet in de woning zou hebben. Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat zij geen nachtverblijf hield op de woning. Dat eiseres op 2 juli 2022 niet in de woning verbleef, maar bij haar moeder, kan geen afbreuk doen aan het op correcte wijze exploiteren van de B&B. Van een exploitant kan niet worden verlangd dat zij altijd en voortdurend aanwezig is wanneer er gasten verblijven. 10.2. De rechtbank volgt eiseres niet in dit betoog. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op basis van het rapport van bevindingen kunnen vaststellen dat eiseres niet feitelijk hoofdverblijf hield op de woning. De enkele stelling van eiseres dat zij met regelmaat bij haar moeder verbleef, maar wel haar hoofdverblijf had in de woning is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van het rapport van bevindingen en de verklaringen van de toeristen [naam 6] en [naam 7] en huurders [naam 3] en [naam 5]. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij de aanvraag van de B&B vergunning een tekening heeft overgelegd waaruit volgt dat eiseres haar verblijf in de woonkamer op de begane grond zou hebben. Tijdens het huisbezoek werd door de toezichthouders waargenomen dat de kamer waar eiseres zou verblijven ingericht was als woonkamer voor een gastenverblijf met een aantal tafeltjes, een bankstel, twee stoelen en een koelkastje. Uit de verklaring van de toeristen, [naam 6] en [naam 7], blijkt dat zij de B&B voor 7 dagen hebben gehuurd en dat ook de woonkamer op de begane grond aan hen werd verhuurd. Uit Whatsapp-berichten tussen eiseres en de toeristen blijkt dat zij heeft aangegeven dat de woonkamer onderdeel was van het verblijf en dat de toeristen beschikking hadden over de gehele benedenverdieping. Feitelijk blijft er dan geen plek over voor eiseres om te verblijven vanaf het moment dat de gasten hun intrek hebben genomen. Daarbij komt dat de toezichthouders geen persoonlijke spullen van eiseres hebben aangetroffen, Ook was eiseres niet op de hoogte dat de bril van het toilet niet goed op het toilet was bevestigd. In de woonruimte op de eerste verdieping hebben de toezichthouders [naam 5] en [naam 3] aangetroffen. Zij verklaren dat zij in de woonruimte wonen, dat zij niks te maken hebben met de B&B, dat eiseres staat ingeschreven op het adres, omdat de B&B vergunning op haar naam staat, maar dat zij er niet woont en er geen spullen van haar in de woning zijn. [naam 5] mag zich niet inschrijven, omdat er anders teveel mensen staan ingeschreven. Naast [naam 5] en [naam 3] woont er nog een derde persoon, [naam 8]. De huurders wonen op de eerste etage van de woning en delen wezenlijke voorzieningen met elkaar. Gel