Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-07-16
ECLI:NL:RBAMS:2025:5852
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,001 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/1422
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. I. Öztas),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (hierna:
het college)
(gemachtigde: mr. J.H.G. van den Boorn).
Procesverloop
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 22 januari 2025.
2. De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het college deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder voorafgaand bericht niet verschenen.
Beoordeling
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
4. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het gehele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiser het griffierecht betaald?
5. De griffier heeft de gemachtigde van eiser met een e-mail van 26 juni 2025 erop gewezen dat het griffierecht nog niet is betaald. Met een e-mail van 1 juli 2025 heeft de griffier de gemachtigde van eiser geïnformeerd dat eiser uiterlijk op de zitting kan aantonen dat het griffierecht is betaald. Als op de zitting blijkt dat het griffierecht is betaald, kan de rechtbank het beroep van eiser in behandeling nemen, anders zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
6. Op de zitting is vastgesteld dat eiser het griffierecht niet heeft betaald.
Is het niet betalen verontschuldigbaar?
7. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie
8. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.W. Franssen, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C.A. Olsen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.