Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-01-10
ECLI:NL:RBAMS:2025:5663
Strafrecht
Proces-verbaal
3,035 tokens
Inleiding
proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Parketnummer: 13/009329-24
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 10 januari 2025.
Aanwezig zijn mr. M.F.A.M. Smeets, politierechter, en mr. M. Cordia, griffier.
(…)
De politierechter sluit het onderzoek en wijst mondeling vonnis.
AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS
1Tenlastelegging
Aan de verdachte is (na wijziging van de tenlastelegging) ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 18 december 2018 tot en met 21 april 2021 op één of meerdere tijdstip(pen) te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn levensgezel, [slachtoffer], heeft mishandeld door (onder meer) die [slachtoffer]:
te kleineren en/of uit te schelden en/of denigrerend toe te spreken door haar (onder meer) de woorden toe te voegen 'hoer' en/of te zeggen dat die [slachtoffer] zijn eigendom is, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of
voedsel te onthouden en/of te weigeren en/of
medische hulpverlening, te weten van een huisarts, te ontzeggen en/of te weigeren en/of
communicatie en/of liefde te onthouden, (onder meer) door niet met/tegen die [slachtoffer] te spreken, en/of
te bedreigen, door (onder meer) tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij haar iets zou aandoen als zij contact zou opnemen met de politie en/of dat hij zijn voormalige partners en/of echtgenote(n) heeft mishandeld, althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking
waardoor opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer] is benadeeld.
2Bewijs
De politierechter heeft op grond van de hiervoor genoemde processen-verbaal en geschriften de overtuiging gekregen dat de verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hieronder staat weergegeven.
De politierechter overweegt in het bijzonder het volgende.
Artikel 300, lid 4 van het Wetboek van Strafrecht houdt onder meer in dat onder mishandeling ook wordt verstaan: opzettelijke benadeling van de gezondheid. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat niet is uitgesloten dat de benadeling van de gezondheid ook de psychische gezondheid omvat. Het psychische welbevinden is een wezenlijk onderdeel van de algemene gezondheid. Daarop een inbreuk maken, is een ernstige schending van de vrijheid en integriteit waarop elke burger in dit land recht heeft en in feite niet te onderscheiden van een schending van de fysieke integriteit van een mens door fysieke mishandeling. De politierechter gaat er daarom van uit dat ook vormen van psychisch geweld via de weg van lid 4 strafbare mishandeling kunnen opleveren.
Een vorm van psychisch geweld is dwingende controle; een structurele vorm van onderdrukking binnen een relatie waarbij de dader de controle neemt over het leven van het slachtoffer. Het bestaat uit een patroon van handelingen die bedoeld zijn om iemand ondergeschikt en afhankelijk te maken, door het slachtoffer te isoleren van bronnen van steun, diens middelen en capaciteiten te exploiteren voor persoonlijk gewin, hem de middelen te ontnemen die nodig zijn voor onafhankelijkheid en de mogelijkheid zich te verweren, en het alledaags gedrag te reguleren. Het is een eenzijdig, machtsongelijk patroon met verschillende uitingsvormen, dat uitermate schadelijk is voor slachtoffers.
Concrete gedragingen die hier deel van kunnen uitmaken, zijn het onthouden van financiële middelen, voeding, sociale contacten, maar ook emotionele dwang toepassen zoals het afdwingen van seks, dreigen met moord of zelfmoord als het slachtoffer niet doet wat de dader wil. Daarnaast zijn er allerlei emotionele manieren om het slachtoffer onder controle te brengen, zoals binnen het huishouden isoleren of doodzwijgen en de realiteit van het slachtoffer in twijfel trekken (‘gaslighting’).
Het slachtoffer in deze zaak stelt dat zij in een afhankelijke positie is gebracht door de verdachte. Ze zegt dat ze binnen het huwelijk als een slaaf werd behandeld. Haar sociale contacten werden beperkt, ze kreeg onvoldoende eten, ze mocht niet naar buiten wanneer ze dat wilde en ze werd uitgescholden. Ze werd ook bedreigd voor het geval ze er wat aan zou willen doen.
Er is zoveel bewijs dat het verhaal van het slachtoffer ondersteunt, dat de verklaring van de verdachte dat de situatie juist omgekeerd is, ongeloofwaardig is.
Uit het dossier (reclasseringsrapport van 8 januari 2025, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker]) blijkt bovendien dat de verdachte verschillende keren getrouwd is met vrouwen die alleen al door de manier waarop ze in het huwelijk zijn gestapt in een afhankelijke positie ten opzichte van de verdachte verkeerden. Ze konden alleen in Nederland verblijven door hun relatie met de verdachte en hadden niet zelfstandig toegang tot financiële middelen of tot ondersteuning van instanties. Uit het dossier blijkt ook dat in ten minste drie relaties uiteindelijk meldingen gedaan zijn bij instanties van psychisch geweld en in sommige gevallen ook fysiek en seksueel geweld. Dat geeft verder steun aan de geloofwaardigheid van de verklaring van het slachtoffer. Zij zat gevangen in een relatie waarin sprake was van dwingende controle.
Uit wat de verdachte heeft gezegd tegen het slachtoffer dat zij zijn eigendom is en het onthouden van de toegang tot medische zorg, in combinatie met het feit dat zij zich daar volgens het dossier kennelijk bij herhaling tegen verzette en dat voor de verdachte geen reden was om zijn gedrag te staken, volgt in feite vol opzet op de benadeling van de psychische en fysieke gezondheid van het slachtoffer. Mensen zijn immers vrije wezens, ook binnen een huwelijk, en iedereen in Nederland heeft recht op toegang tot adequate medische zorg. Als die vrijheden iemand ontzegd worden dan is er al snel sprake van vol opzet op de benadeling van de fysieke en psychische gezondheid. Zelfs als dit niet gevolgd zou worden, dan is er ten minste sprake van voorwaardelijk opzet. Naar algemene ervaringsregels is zo voor de hand liggend dat mensen psychische schade oplopen van het type gedrag waarvan hier sprake is – dwingende controle – dat de verdachte geacht moet worden bewust de aanmerkelijke kans te hebben aanvaard dat die gevolgen hier zouden intreden.
Dictum
De politierechter:
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
- kwalificeert het bewezenverklaarde als: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn echtgenoot;
- verklaart het bewezen feit strafbaar;
- verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier weken;
- bepaalt dat de straf niet zal worden ten uitvoer gelegd;
- stelt daarbij een proeftijd van twee jaar vast waarbij als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
(…)
Inleiding
Dat die gevolgen daadwerkelijk zijn ingetreden, volgt duidelijk uit de verklaring van de psycholoog van het slachtoffer.
3Bewezenverklaring
De politierechter verklaart, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan met dien verstande dat
hij in de periode van 15 februari 2019 tot en met 21 april 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn levensgezel, [slachtoffer], heeft mishandeld door die [slachtoffer]:
te kleineren en uit te schelden en denigrerend toe te spreken door haar de woorden toe te voegen ‘hoer’ en te zeggen dat die [slachtoffer] zijn eigendom is, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en
voedsel te onthouden en
medische hulpverlening, te weten van een huisarts, te ontzeggen en
communicatie te onthouden door niet met/tegen die [slachtoffer] te spreken, en
te bedreigen, door tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij haar iets zou aandoen als zij contact zou opnemen met de politie en dat hij zijn voormalige echtgenote heeft mishandeld, althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking
waardoor opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer] is benadeeld.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de politierechter niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
4Strafbaarheid
Het bewezenverklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
Het bewezenverklaarde feit levert op: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn echtgenoot.
De verdachte is strafbaar. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.
5Straf
Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de politierechter gelet op de aard van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan psychische mishandeling van zijn (inmiddels) ex-vrouw. Hij heeft zijn toenmalige partner maandenlang bedreigd, gekleineerd, vernederd en haar voedsel onthouden en medische hulpverlening ontzegd en haar doodgezwegen. De intieme terreur waar zijn ex-partner het slachtoffer van was, heeft bij haar geleid tot psychische klachten.
De politierechter heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van 8 januari 2025. De reclassering schrijft dat de verdachte gepensioneerd is en vanwege de gevolgen van zijn gezondheidssituatie al langere tijd niet in staat geweest om te werken. De verdachte is onder andere gediagnosticeerd met hartfalen, parkinson en diabetes. De gezondheidsproblemen brengen beperkingen mee voor hem. Hij is alleenstaand. De reclassering heeft door de proceshouding van de verdachte geen zicht op het psychosociaal functioneren bij schuldig bevinding. Zij ziet gelet op de ontkennende proceshouding van de verdachte en de omstandigheid dat de feiten vier jaar geleden hebben plaatsgevonden, onvoldoende aanknopingspunten om een reclasseringstoezicht te adviseren. Een toezicht zou daarnaast gezien zijn gezondheid ook beperkt uitvoerbaar zijn.
De politierechter is van oordeel dat gelet enerzijds de ernst van het feit dat de verdachte heeft begaan, de maandenlange intieme terreur waarvan de ex-vrouw van de verdachte het slachtoffer is geworden en anderzijds de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een gevangenisstraf van vier weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend en geboden is.
6Vordering van de benadeelde partij
De politierechter verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering, omdat er geen bedrag wordt gevorderd.
7Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.