Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-07-17
ECLI:NL:RBAMS:2025:5401
Internationaal publiekrecht, Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
822 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-150332-25
Datum uitspraak: 17 juli 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 16 mei 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 24 augustus 2009 door the Circuit Court in Poznań, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1976,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 juli 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. S.W. Kuijpers, advocaat te Hoofddorp.
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting van 17 juli 2025 gesloten en direct uitspraak gedaan.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.
3Ontvankelijkheid officier van justitie
Bij e-mail van 14 juli 2025 heeft het openbaar ministerie meegedeeld dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB heeft ingetrokken. De raadsvrouw heeft een vertaald vonnis van een Poolse rechter van 9 juli 2025 overgelegd waaruit kan worden opgemaakt dat het vonnis waarop het EAB is uitgevaardigd, is vernietigd. Zowel de raadsvrouw als de officier van justitie hebben zich daarom op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
De rechtbank is met de raadsvrouw en de officier van justitie van oordeel dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB inmiddels is ingetrokken.
Dictum
VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;
STELT VAST dat de overleveringsdetentie van rechtswege is vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. M. Westerman en D.A. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 juli 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.