Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-07-11
ECLI:NL:RBAMS:2025:5082
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,973 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/771863 / KG ZA 25-534 NB/MV
Vonnis in kort geding van 11 juli 2025
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
H&R I B.V., voorheen genaamd Amstelimmo B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LUBO VASTGOED I B.V., voorheen genaamd Chidda Vastgoed B.V.,
beide gevestigd te Amsterdam,
eiseressen bij dagvaarding van 4 juli 2025
advocaten mr. Q. Schier te Utrecht en mr. J.S. van Daal te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NWB ASSETS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaten mr. B.W. Wijnstekers en mr. F.G.K. Overkleeft te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Amstelimmo c.s. en NWB worden genoemd.
Procesverloop
1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 9 juli 2025 heeft Amstelimmo c.s. de dagvaarding en de akte houdende eiswijziging, die voor de mondelinge behandeling aan de wederpartij en de voorzieningenrechter is toegestuurd, toegelicht. NWB heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
aan de zijde van Amstelimmo c.s.: [naam 1] , bestuurder, met mr. Schier en mr. Van Daal;
aan de zijde van NWB: [naam 2] , bedrijfsjurist, met mr. Wijnstekers en mr. Overkleeft. De gerechtsdeurwaarder, de heer [naam 3] , was eveneens bij de zitting aanwezig en is als informant gehoord.
1.2.
In verband met de spoedeisendheid is op 11 juli 2025 een kopstaartvonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de uitwerking die op 17 juli 2025 aan partijen is afgegeven.
1.3.
Op de mondelinge behandeling heeft Amstelimmo c.s. haar eis mondeling nogmaals gewijzigd. NWB heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Deze eiswijziging wordt niet toegestaan omdat die in een laat stadium van de mondelinge behandeling is ingediend, hetgeen in strijd is met de goede procesorde. Bovendien richt de eiswijziging zich tegen de deurwaarder, die in dit kort geding geen partij is.
Feiten
2.1.
Voor de feiten wordt verwezen naar het vonnis van 2 juli 2025 in het deurwaarderskortgeding (C/13/768247 KG ZA 25-310) tussen partijen.
2.2.
Het dictum van het vonnis van 2 juli 2025 luidt als volgt:
5.1.
bepaalt dat de deurwaarder een selectie van bescheiden aan NWB ter inzage moet geven die voldoet aan hetgeen onder 4.2 tot en met 4.4 van dit vonnis is overwogen,
5.2. bepaalt dat de deurwaarder geen bescheiden ter inzage aan NWB geeft ten aanzien waarvan mr. D.A.J. Sturhoofd, mr. J.S. van Daal en mr. A.J. Bakhuijsen zich op een verschoningsrecht beroepen, tenzij dit verschoningsrecht ziet op een van de uitzonderingen opgenomen in 4.7 van dit vonnis,
5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4. verrekent de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Geschil
3.1.
Amstelimmo c.s. vordert de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van 2 juli 2025 met zaaknummer C/13/768247 KG ZA 25-310 te schorsen, totdat het gerechtshof Amsterdam arrest heeft gewezen in een nog aanhangig te maken hoger beroep tegen dit vonnis, althans totdat de hoger beroepstermijn is verstreken zonder dat hoger beroep is ingesteld, en NWB te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Bij akte houdende eiswijziging vordert zij subsidiair te bepalen dat de deurwaarder zijn selectie van de bescheiden op basis van het vonnis van 2 juli 2025 eerst ter controle aan een door de voorzieningenrechter aan te wijzen onafhankelijke notaris verstrekt, zodat deze notaris de selectie kan controleren, voordat de bescheiden aan NWB ter beschikking worden gesteld.
3.2.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
NWB heeft ten laste van Amstelimmo c.s. bewijsbeslag gelegd. In een tussen partijen gewezen arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 december 2024 is – kort gezegd – aan de deurwaarder toestemming gegeven om een selectie van de in beslag genomen bescheiden te verstrekken aan NWB. In het arrest is bepaald aan de hand van welke criteria de deurwaarder deze selectie dient te maken. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4.2.
Omdat Amstelimmo c.s. bezwaren had tegen de wijze waarop de deurwaarder zijn selectie maakte, heeft hij bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank op grond van artikel 438 lid 5 Rv een zogenoemd deurwaarderskortgeding aanhangig gemaakt. In dat kort geding heeft de deurwaarder de voorzieningenrechter verzocht duidelijkheid te verschaffen met betrekking tot de beoordeling van de diverse bescheiden waartegen door Amstelimmo c.s. bezwaren zijn gemaakt. In zijn vonnis van 2 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter – kort gezegd – overwogen dat het arrest ruimhartig moet worden uitgelegd en zijn de bezwaren van Amstelimmo c.s. verworpen (behalve de bezwaren van Amstelimmo c.s. die betrekking hadden op het verschoningsrecht van haar advocaten, maar dit onderwerp speelt thans geen rol).
4.3.
Amstelimmo c.s. is het niet eens met het vonnis van 2 juli 2025. Zij is van mening dat de voorzieningenrechter het arrest van het gerechtshof te ruim heeft uitgelegd waardoor NWB uiteindelijk in het bezit zal worden gesteld van meer bescheiden dan waar zij recht op heeft. Amstelimmo c.s. is voornemens tegen het vonnis van 2 juli 2025 hoger beroep (spoedappel) in te stellen.
4.4.
In afwachting van de uitkomst van dit hoger beroep dient de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van 2 juli 2025 te worden geschorst, aldus Amstelimmo c.s. Zij voert hiertoe – samengevat weergegeven – aan dat een hoger beroep geen enkele zin meer heeft indien de door de deurwaarder geselecteerde stukken thans aan NWB worden verstrekt. Het verstrekken van stukken is immers onomkeerbaar. Dit belang van Amstelimmo c.s. weegt zwaarder dan het belang van NWB. Het enige nadeel dat NWB lijdt als zij het spoedappel moet afwachten, is dat zij iets langer op de bescheiden moet wachten. Dit kan niet daadwerkelijk als nadeel worden gekwalificeerd omdat de inzet van het bodemgeschil uiteindelijk een geldvordering is van NWB, waarbij geen enkele haast is geboden. Als de deurwaarder een selectie van bescheiden afgeeft conform het vonnis van 2 juli 2025 zal daar veel vertrouwelijke zakelijke en privé correspondentie tussen zitten met derden, die niet valt onder het door het gerechtshof toegewezen inzagerecht. NWB zal hiermee aan de haal gaan door Amstelimmo c.s. te beschuldigen of verdacht te maken. NWB is niet te vertrouwen: in het verleden heeft zij Amstelimmo c.s. ten onrechte beticht van belastingfraude, heeft zij de gemeente Amsterdam voorzien van valse informatie en heeft zij gelekt naar de pers. Dit laatste vormt een ernstige aantasting van de privacy van haar bestuurder ( [naam 1] ), dit alles aldus Amstelimmo c.s.
4.5.
De primaire vordering van Amstelimmo c.s. wordt niet toegewezen. Hiertoe wordt het volgende overwogen.
4.6.
Het vonnis van 2 juli 2025 is gewezen in een deurwaarderskortgeding en bevat derhalve geen ‘gewone’ veroordelingen. In het vonnis is enkel bepaald op welke wijze de deurwaarder het arrest van 17 december 2024 moet uitleggen bij het maken van zijn selectie. Als de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis al zou worden geschorst (uitgaande van de veronderstelling dat de uitleg van een arrest in een kortgedingvonnis uitvoerbaar is), zou dat geen afbreuk doen aan de uitvoerbaarheid van het arrest zelf. Tegen het arrest van 17 december 2024 is geen cassatie ingesteld, zodat dit arrest hoe dan ook ten uitvoer kan worden gelegd. Amstelimmo c.s. heeft dan ook geen belang bij toewijzing van haar schorsingsvordering in dit kort geding.
4.7.
Voor zover Amstelimmo c.s. zich niet kan vinden in het vonnis van 2 juli 2025 (zij heeft wederom uitgebreid betoogd dat de voorzieningenrechter het arrest van 17 december 2024 te ruim heeft uitgelegd) geldt dat dit executiekortgeding niet mag dienen als een verkapt hoger beroep. Dit is in strijd met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
4.8.
Voor zover nog wordt toegekomen aan een belangenafweging overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Het belang van NWB om voortgang te kunnen maken met de inzage van de in beslag genomen bescheiden (waarop zij al sinds 17 december 2024 recht heeft) weegt zwaarder dan de belangen van Amstelimmo c.s. om tenuitvoerlegging te schorsen tot de uitkomst van het hoger beroep tegen het vonnis van 2 juli 2025. Dit laatste zou een ernstige vertraging in de bodemprocedure opleveren (justice delayed is justice denied). Mocht de inzage ertoe leiden dat vertrouwelijke privé en/of zakelijke correspondentie die niets met het geschil van doen heeft bij NWB terecht komt, dan moet NWB hiermee prudent omgaan. Doet zij dit niet, dan kan zij hierop door Amstelimmo c.s. (in rechte) worden aangesproken. Voor zover die vertrouwelijke informatie betrekking heeft op [naam 1] en/of [naam 4] geldt bovendien dat zij geen partij zijn in dit kort geding, waardoor hun belangen minder gewicht in de schaal leggen.
4.9.
De subsidiaire vordering (controle van de door de deurwaarder gemaakte selectie door een onafhankelijk notaris) is evenmin toewijsbaar. Los van het feit dat ook dit tot (onaanvaardbare) vertraging kan leiden, geldt dat Amstelimmo c.s. niet heeft duidelijk gemaakt waarom een notaris die controle beter kan uitvoeren dan de deurwaarder.
4.10.
Amstelimmo c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proces- en nakosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van NWB worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.107,00
Totaal € 1.821,00.
Dictum
De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt Amstelimmo c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van NWB tot op heden begroot op € 1.821,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Amstelimmo c.s. hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.4.
verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025.
Dit vonnis zal op www.rechtspraak.nl worden gepubliceerd onder nummer ECLI:NL:RBAMS:2025:4579
ECLI:NL:GHAMS:2024:3427
op grond van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 (ECLI:NLHR:2019:2026)
type: MV
coll: JD