ECLI:NL:RBAMS:2025:4986
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/771544 / KG ZA 25-510 NB/JD
Vonnis in kort geding van 9 juli 2025
in de zaak van
[eiseres]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres bij dagvaarding van 30 juni 2025,
advocaat mr. E.E. Sprenkeling te Amsterdam,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. S.F. Yap te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.
Ter zitting van 4 juli 2025, waar [eiseres] met haar advocaat, en de advocaat van [gedaagde] zijn verschenen, heeft [eiseres] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. (De advocaat van) [gedaagde] heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties ingediend. In verband met de spoedeisendheid van het gevorderde is vonnis bepaald op vandaag in de vorm van dit ‘kopstaartvonnis’. De uitwerking daarvan (en de beoordeling van de overige vorderingen) zal volgen op 10 juli 2025.
3.1. [eiseres] vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten haar vervangende toestemming te verlenen die in de plaats komt van de ontbrekende toestemming van [gedaagde] , om in de periode van 12 juli 2025 tot en met 20 juli 2025 naar Spanje te reizen en aldaar te verblijven.
3.2. [gedaagde] voert verweer.
3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
De voorzieningenrechter
5.1. verleent [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , vervangende toestemming, die in de plaats komt van de ontbrekende toestemming van [gedaagde] , om in de periode van 12 juli 2025 tot en met 20 juli 2025 naar Spanje te reizen en aldaar te verblijven,
5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.3. compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J. Dekker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.