Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-06
ECLI:NL:RBAMS:2025:4845
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,248 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Team Familie & Jeugd
Parketnummer: 13.266528.23
Datum uitspraak: 6 maart 2025
Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [land van herkomst] op [geboortedatum] ,
wonende op het [adres 1] .
1Onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 20 februari 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.R. Paardekooper en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. C.T. Pittau, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door [mederwerker Kinderbescherming] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en [medewerker Jeugdbescherming] , namens Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) naar voren is gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij op of omstreeks 10 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk bij een woning gelegen aan de [adres 2] een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk vuurwerk (Cobra 6) aan te steken en/of tegen het raam(kozijn) van voornoemde woning te leggen en/of te gooien,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten bewoners van voornoemde woning en/of omwonenden en/of in de nabijheid bevindende personen,
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde en/of omringende woningen te duchten was;
(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 10 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een stuk vuurwerk (Cobra 6), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.
(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)
3Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4Waardering van het bewijs
De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van het medeplegen van een ontploffing teweeg brengen en het medeplegen van het voorhanden hebben van een Cobra 6. Uit de bewijsmiddelen en de verklaring van verdachte ter zitting volgt dat verdachte één van de daders was die op 10 oktober 2023 een ontploffing teweeg heeft gebracht op het adres [adres 2] te Amsterdam.
De raadsman heeft bepleit verdachte partieel vrij te spreken van het duchten van ‘levensgevaar’. Het explosief is bij een raamkozijn van de woning neergelegd. Daardoor was er geen sprake van gevaar voor direct contact met het hoofd, de romp en nek van een onbeschermd persoon, hetgeen volgens deskundigen levensgevaar oplevert.
De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat de tenlastegelegde ontploffing en het explosievenbezit bewezen is op grond van de bewijsmiddelen in het dossier en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting. Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, zal de rechtbank de ontploffing kwalificeren als “met gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en gemeen gevaar voor goederen”. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
In het dossier is een vakbijlage (hierna: de vakbijlage) van het NFI gevoegd: ‘De gevaarzetting van een Cobra 6 en vergelijkbare artikelen’. Daaruit blijkt dat een Cobra 6 een stuk vuurwerk is dat veel schade en ernstig letsel bij personen kan veroorzaken. Als een Cobra direct tegen een voorwerp aan ontploft, zal dat voorwerp vrijwel altijd beschadigen. Door het NFI is praktijkonderzoek uitgevoerd, specifiek voor de situatie dat een Cobra tegen een glazen ruit aan ontploft. Bij dubbel of triple glas geldt dat het glas direct achter een ontploffende Cobra zo sterk wordt verbrijzeld dat er een soort ‘zandstraal’ van kleine glasdeeltjes wegspuit. Aangenomen wordt dat iemand die daardoor wordt geraakt, ernstig lichamelijk letsel op kan lopen. Uit de vakbijlage blijkt ook dat er gevaar voor dodelijk letsel bestaat als er (vrijwel) direct contact van een Cobra met een hoofd, nek of romp van een onbeschermd persoon ontstaat. Gelet op deze beschrijvingen in de vakbijlage kan de rechtbank niet vaststellen dat in het onderhavige geval levensgevaar bestond. Immers, door de plaatsing van de Cobra 6 bij het raamkozijn van de woning ontstond geen gevaar voor direct contact met een onbeschermd persoon. Wel acht de rechtbank bewezen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel bestond omdat zich vlak achter de ruit de woning bevond waar aangever op dat moment thuis was. Naar algemene ervaringsregels was voorzienbaar dat door de explosie zwaar lichamelijk letsel kon worden veroorzaakt.
5Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:
op 10 oktober 2023 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk bij een woning gelegen aan de [adres 2] een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk vuurwerk, Cobra 6, aan te steken en tegen het raamkozijn van voornoemde woning te leggen en,
- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten bewoners van voornoemde woning en omwonenden en in de nabijheid bevindende personen,
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde en omringende woningen te duchten was;
ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:
op 10 oktober 2023 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een stuk vuurwerk, Cobra 6, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
6Bewijs
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.
7Strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
8Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
Motivering
De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 60 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 38 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de voorwaarden zoals geadviseerd door JBRR en de Raad.
De raadsman van verdachte heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Verdachte heeft ter terechtzitting zijn verantwoordelijkheid genomen ten aanzien van de feiten en ziet in dat hij hulp nodig heeft. Hij gaat nu werken aan een mooie toekomst.
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een ontploffing bij een woning aan de [adres 2] in Amsterdam. Verdachte is samen met zijn medeverdachte geronseld door een onbekend gebleven man van wie zij de opdracht kregen om een Cobra 6 voor de woning tot ontploffing te brengen. In die woning was op dat moment de bewoner aanwezig. Ook de andere bewoners van het pand zijn geschrokken, te- meer nu twee dagen eerder ook al een explosief bij de woning was afgegaan. De explosie heeft schade veroorzaakt aan en rondom het huis. Het teweegbrengen van ontploffingen is tegenwoordig aan de orde van de dag en heeft kennelijk tot doel personen te intimideren. Dit soort feiten raken niet alleen de veiligheid van de mensen die in de buurt van de ontploffing verblijven, maar brengen ook gevoelens van angst en onveiligheid met zich mee in de samenleving. De impact van een explosie is immers niet alleen heel groot op bewoners of aanwezigen in het pand, maar ook op omwonenden en de maatschappij. Verdachte heeft daar zelf ook een rol in gehad door zijn betrokkenheid. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatie van 11 januari 2025 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld. Verdachte wordt dus aangemerkt als first offender.
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de volgende rapportages, die in het kader van de persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn opgemaakt:
het Psychologisch Pro Justitia rapport van 16 februari 2024, opgemaakt door mw. drs. C. van den Berg, GZ-psycholoog;
het strafadvies van de Raad van 17 februari 2025, waarin wordt geadviseerd om een deels voorwaardelijke jeugddetentie met voorwaarden op te leggen en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting;
een evaluatie gezinsplan van JBRR van 11 november 2024 en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting.
JBRR heeft ter zitting toegelicht dat het de afgelopen tijd bij oma thuis niet goed is gegaan. Verdachte ziet dat ook niet als fijne plek om te wonen. Er is een woonplek voor verdachte beschikbaar bij Maaszicht waar hij twee jaar kan verblijven. Momenteel is er ook een coach van E25 betrokken die hem helpt met praktische zaken. JBRR adviseert geen enkelband en avondklok, omdat het van belang is dat verdachte zich gaat voegen naar de regels die gelden op [woongroep]. JBRR wil stimuleren en vertrouwt er op dat hij zijn eigen verantwoordelijkheid zal nemen.
De Raad heeft zich ter zitting aangesloten bij het advies van JBRR. Een jeugddetentie als stok achter de deur is fors, maar wel passend en duidelijk.
De rechtbank zal overeenkomstig de eis van de officier van justitie een jeugddetentie opleggen voor de duur van 60 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 38 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de voorwaarden zoals geadviseerd door JBRR en de Raad. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten zijn ernstig genoeg om verdachte met een vrijheidsstraf te bestraffen. Omdat de rechtbank verdachtes positieve ontwikkeling van de laatste tijd niet wil doorkruisen en de feiten een lange tijd terug zijn gepleegd waarbij de redelijke termijn is overschreden, zal de rechtbank geen hogere onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen dan de tijd die hij reeds heeft uitgezeten in voorarrest. Ter voorkoming van recidive wordt een deel van de jeugddetentie voorwaardelijk opgelegd met daaraan verbonden diverse bijzondere voorwaarden, zoals ter zitting geadviseerd.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Dictum
Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is aangegeven.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde:
eendaadse samenloop van:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 60 (zestig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, te weten 22 dagen, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Beveelt dat een gedeelte, groot 38 (achtendertig) dagen, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast wegens het niet nakomen van na te melden voorwaarden.
Dit betekent dat verdachte niet terug hoeft naar de JJI.
Stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- meewerkt aan plaatsing bij [woongroep] , [adres 3] en zich zal houden aan de afspraken en huisregels die daar gelden;
- meewerkt aan coaching die door jeugdreclassering nodig wordt geacht, zoals van E25 of een soortgelijke organisatie;
- meewerkt aan aanvullende hulpverlening, zolang JBRR nodig acht;
- naar school gaat volgens rooster en zich houdt aan de regels en afspraken van school;
- meewerkt aan het vinden en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding.
Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden dat veroordeelde:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. I.M. Nusselder, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. M.J.M. Marseille en A.G.P. van der Baan, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Pattiasina, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 maart 2025.