Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-02-20
ECLI:NL:RBAMS:2025:4842
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
939 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Team Familie & Jeugd
Parketnummer: 13.266512.23
Datum (mondelinge) uitspraak: 20 februari 2025
Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende op het [adres 1].
1Onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 20 februari 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.R. Paardekooper en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. R.S.E. Bruinen, advocaat te Amsterdam naar voren hebben gebracht.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door [medewerker Kinderbescherming], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), [medewerker Jeugdbescherming], namens [naam] Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: WSS) en door de ouders en tante van verdachte naar voren is gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij op of omstreeks 10 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk bij een woning gelegen aan de [adres 2] een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk vuurwerk (Cobra 6) aan te steken en/of tegen het raam(kozijn) van voornoemde woning te leggen en/of te gooien,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten bewoners van voornoemde woning en/of omwonenden en/of in de nabijheid bevindende personen,
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde en/of omringende woningen te duchten was;
2.
hij op of omstreeks 10 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een stuk vuurwerk (Cobra 6), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.
3Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4Waardering van het bewijs
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende vast is komen te staan dat verdachte een strafbare rol heeft gehad bij de gepleegde feiten. Verdachte dient van alle feiten te worden vrijgesproken.
De raadsvrouw van verdachte heeft eveneens vrijspraak bepleit.
De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat de ten laste gelegde feiten niet kunnen worden bewezen. Verdachte zal daarom integraal worden vrijgesproken.
Dictum
Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.J.M. Marseille, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. I.M. Nusselder en E.J. Verster, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Pattiasina, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 februari 2025.