Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-06-12
ECLI:NL:RBAMS:2025:4759
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,287 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-181455-24
Datum uitspraak: 12 juni 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 6 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 april 2024 door the Court of Law Craiova, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1995,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
Zitting 31 juli 2024
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 31 juli 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Roemeense taal.
Ter zitting van 31 juli 2024 is geconstateerd dat in het kader van het onderzoek naar de detentieomstandigheden in Roemenië meer informatie nodig was over de medische toestand en de eventuele psychiatrische problematiek van de opgeëiste persoon, en de situatie met betrekking tot de dochter van de opgeëiste persoon. De behandeling van het EAB is hierom aangehouden voor bepaalde tijd.
De rechtbank heeft op 31 juli 2024 de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen. Vervolgens heeft zij de termijn met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, ingaande op het moment waarop de termijn van 90 dagen verstrijkt, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW nu zij nog bezig is met onderzoek naar de detentieomstandigheden na overlevering naar Roemenië.
Zitting 29 augustus 2024
De behandeling van het EAB is - met toestemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 29 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en wederom bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Roemeense taal.
Tussenuitspraak 12 september 2024
De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 12 september 2024 het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd en aan de officier van justitie de opdracht gegeven om de uitvaardigende justitiële autoriteit - in het kader van een rechterlijk dialoog - te vragen naar de bereidheid, zo nodig na overleg met de bevoegde Roemeense autoriteiten, tot overdracht van de aan het EAB ten grondslag liggende vrijheidsstraf aan Nederland, en Jeugdbescherming Brabant te vragen zich uit te laten over de situatie van de dochter van de opgeëiste persoon in het licht van het overleveringsverzoek, in het bijzonder over haar hechtingsrelatie met de opgeëiste persoon en eventuele anderen (pleegouders) en de (on)mogelijkheid dat de dochter - in geval van overlevering van de opgeëiste persoon - wordt overgebracht naar Roemenië.
Zitting 17 oktober 2024
De behandeling van het EAB is - met toestemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 17 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is wederom bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst tot de zitting van 7 november 2024, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan IOS te vragen of de Minister bereid is een verzoek te doen aan Roemenië tot strafoverdracht aan Nederland en het antwoord op die vraag vóór de volgende zitting aan het dossier toe te voegen.
Zitting 7 november 2024
De behandeling van het EAB is - met toestemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 7 november 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen, maar vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd, om via het openbaar ministerie IOS in de gelegenheid te stellen het benodigde certificaat in het kader van strafovername te verzoeken aan de Roemeense autoriteiten.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen over de verzochte overlevering op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, telkens met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding, op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Raadkamers van 18 december 2024, 22 januari 2025, 19 februari 2025, 12 maart 2025, 11 april 2025 en 14 mei 2025
Op bovengenoemde raadkamerzittingen is – in afwachting van het verzoek van het IOS aan de Roemeense autoriteiten om het benodigde certificaat in het kader van strafovername te verkrijgen – de beslistermijn wederom telkens verlengd met dertig dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW, met dien verstande dat op de raadkamerzitting van 14 mei 2025 de overleveringsdetentie is verlengd tot en met 3 juni 2025.
Zitting 12 juni 2025
De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 12 juni 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen, maar is wederom vertegenwoordigd door zijn raadsman.
De rechtbank heeft op 12 juni 2025 het onderzoek gesloten en direct uitspraak gedaan.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak 12 september 2024
Bij tussenuitspraak van 12 september 2024 heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB. Overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en één maand, opgelegd bij een vonnis van the Court of Law Craiova van 20 oktober 2020 en het arrest van the Court of Appeal of Craiova van 21 maart 2023. Ook heeft de rechtbank geoordeeld over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW, de weigeringsgrond van artikel 12 OLW, artikel 11 OLW in verbinding met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU en de strafbaarheid van de in het EAB vermelde feiten. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
4Geen voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis
Inleiding
Na de tussenuitspraak van 12 september 2024 hebben de Roemeense autoriteiten ingestemd met strafovername door Nederland en het certificaat hiervoor toegestuurd. IOS heeft vervolgens ingestemd met het verzoek van Roemenië tot strafovername. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een advies over de strafmaat naar Nederlandse maatstaven (de strafmaatindicatie) opgesteld en geadviseerd tot een gevangenisstraf van één jaar. De einddatum van de straf van de opgeëiste persoon is bepaald op 3 juni 2025.
Conclusie
Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan alle eisen van artikel 2 OLW, dient de overlevering te worden geweigerd.
6Toepasselijke wetsartikelen
Artikel 2 OLW.
Dictum
WEIGERT de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Court of Law Craiova, Roemenië.
STELT VAST dat de overleveringsdetentie is geëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. R.A. Sipkens en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 juni 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
ECLI:NL:RBAMS:2024:5768.
ECLI:NL:RBAMS:2024:5768.