Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-06-19
ECLI:NL:RBAMS:2025:4254
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,508 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/038913-25
Datum uitspraak: 19 juni 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 25 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 6 augustus 2024 door the judge for the Preliminary investigations at the Court of Trieste, Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1979,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in [adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 juni 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Turkse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Turkse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een order applying the precautionary measure of per-trial custody in prison in Italy issued by the Court of Trieste office of the preliminary investigation judge, n. 2124/2024 R.G. G.I.P., n. 3081/24 of 02.08.2024.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Italiaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn door middel van artikelen aangeduid in het EAB en nader omschreven in het A-formulier en de e-mail van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 9 april 2025.
4Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
illegale handel in wapens, munitie en explosieven.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden
De raadsman heeft de rechtbank verzocht om terug te komen op haar eerdere beslissing om niet langer een algemeen gevaar aan te nemen vanwege de Italiaanse detentieomstandigheden. Uit de media blijkt immers nog altijd dat de detentieomstandigheden in Italië niet zijn verbeterd. Daarnaast zijn de door de Italiaanse autoriteiten in de brief van the Ministry of Justice, department of prisons administration, General Directorate of inmates and treatment, the Director General van 9 april 2025 geschetste detentieomstandigheden te mooi om waar te zijn. Daarom dient er alsnog een individuele detentiegarantie te komen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is om terug te komen op de eerdere beslissing van de rechtbank dat geen sprake meer is van een algemeen gevaar dat personen die in Italië zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in verband met detentieomstandigheden in Italiaanse detentiecentra.
De rechtbank overweegt dat de raadsman geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens heeft overgelegd op basis waarvan de rechtbank aanleiding zou moeten zien om terug te komen op haar oordeel van 27 mei 2025. Het verweer slaagt niet.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
7Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the judge for the Preliminary investigations at the Court of Trieste (Italië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB (in samenhang met het A-formulier en de e-mail van 9 april 2025).
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. H.H.J. Zevenhuijzen en E.M. de Bie, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 juni 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
ECLI:NL:RBAMS:2025:3475.