Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-06-17
ECLI:NL:RBAMS:2025:4040
Civiel recht; Goederenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,415 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11281743 CV EXPL 24-11172
vonnis van: 17 juni 2025
fno.: 94
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
[eiseres]
wonende te [woonplaats]
eiseres
nader te noemen: [eiseres]
gemachtigde: mr. L. Hellinga
t e g e n
Anno 2003 B.V.
gevestigd te Wilnis
gedaagde
nader te noemen: Anno
gemachtigde: mr. V.M. IJzerman
Procesverloop
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 29 juli 2024 met producties;- het antwoord met een productie;- het instructievonnis;- de dagbepaling mondelinge behandeling.
[eiseres] heeft ten behoeve van de mondelinge behandeling een productie ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 mei 2025. [eiseres] is verschenen vergezeld door haar gemachtigde. Anno is verschenen bij [naam] en bijgestaan door haar gemachtigde. Partijen zijn, mede aan de hand van de pleitnota, gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:
1.1.
[eiseres] huurt van Anno de tweekamer woning aan de [adres] . De woning is 50 m2 groot. De huurprijs bedraagt thans € 901,59 per maand. De woning is voorzien van enkel glas.
1.2.
Bij brief van 19 februari 2024 heeft Stichting Woon namens [eiseres] aan Anno gemeld dat zij door het verouderde enkele glas in de woning last heeft van tocht, hoge stokkosten en geluidsoverlast. Volgens haar levert dit een onderhoudsgebrek op en zij verzoekt Anno om dubbel glas in de woning te plaatsen.
1.3.
Omdat Anno hierop niet heeft gereageerd heeft [eiseres] Anno bij brief van 13 maart 2024 nogmaals aangeschreven en daarnaast erop gewezen dat zij op grond van artikel 7:243 BW de plaatsing van dubbel glas kan afdwingen. Zij heeft daarbij een offerte meegestuurd. Volgens deze offerte bedraagt het plaatsen van dubbel glas (HR ++) in 8 ramen inclusief bijkomende materialen € 5.768,09.
1.4.
Bij e-mail van 23 mei 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] Anno nogmaals aangemaand dubbel glas te plaatsen.
1.5.
Anno heeft hieraan geen gevolg gegeven.
Vordering
2. [eiseres] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: Primaira veroordeling van Anno tot herstel van het aanwezige gebrek, zijnde enkel glas, over te gaan, zulks door het enkel glas te vervangen door isolerend glas (HR ++) glas, zulks binnen 3 maanden na het te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 150,00 per dag met een maximum van € 10.000,00;b. de huurprijs met ingang van 19 februari 2024 te verlagen tot 40% van de geldende huurprijs;c. Anno te veroordelen de vanaf 19 februari 2024 teveel betaalde huur binnen 14 dagen na betekening van het vonnis aan [eiseres] terug te betalen;Subsidiaird. te bepalen dat verweerder binnen 3 maanden na de te nemen beschikking, op eigen kosten zal moeten overgaan tot het in de huurwoning van verzoekster vervangen van het enkele glas door isolerend glas (HR ++ glas) tegen een huurverhoging van € 33,65 per maand op straffe van een dwangsom van € 150,00 per dag met een maximum van € 10.000,00;Primair en subsidiaire. veroordeling van gedaagde/verweerster in de kosten van het geding vermeerderd met de wettelijke rente en nakosten.
3. [eiseres] stelt hiertoe primair dat het ontbreken van dubbel glas, ingevolge de uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2024:619) gekwalificeerd dient te worden als een onderhoudsgebrek en dat Anno dit gebrek dient te herstellen. Zij kampt met tocht, hoge stookkosten en geluidsoverlast van de straat. Omdat dit volgens haar een gebrek is uit de categorie C van het beleidsboek van de huurcommissie dient de huur tevens verlaagd te worden met 40% vanaf de eerste aanmaning d.d. 19 februari 2024.
4. Subsidiair stelt [eiseres] dat Anno op grond van artikel 7:243 BW gehouden is het dubbel glas aan te brengen. Zij realiseert zich dat een dergelijke vordering met een verzoekschrift dient te worden ingeleid maar heeft dit uit praktische overwegingen tevens in de onderhavige dagvaarding verzocht.
5. Anno betwist dat sprake is van een gebrek. Een enkele uitspraak van een kantonrechter maakt volgens haar nog niet dat sprake is van een vaste regel dat enkel glas een gebrek oplevert. Zij betwist verder dat [eiseres] last heeft van ernstige kou, hoge stookkosten of andere nadelige gevolgen van enkel glas. [eiseres] heeft dat volgens haar op geen enkele manier onderbouwd. Zij is daarom niet gehouden dubbel glas te plaatsen.
6. Anno voert subsidiair aan dat het bouwkundig niet mogelijk is om dubbel glas in de bestaande kozijnen te plaatsen. Deze moeten vervangen worden en daarvoor moet een vergunning aangevraagd worden. De kosten komen volgens een offerte bij vervanging neer op € 19.299,50. Dit staat volgens haar niet in verhouding tot een huurverhoging van € 33,65 per maand.
7. Volgens Anno dient [eiseres] niet ontvankelijk te worden verklaard in haar subsidiaire vordering. Deze vordering dient immers met een verzoekschrift te worden ingeleid.
Beoordeling
8. Tussen partijen staat vast dat de door [eiseres] van Anno gehuurde woning is voorzien van enkel glas. [eiseres] stelt dat de woning door dit enkele glas een gebrek heeft, die de verhuurder, Anno, had behoren te herstellen.
9. Ingevolge artikel 7:204 BW is een gebrek een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft. De huurder heeft geen recht op huurprijsvermindering als het gestelde gebrek geen afbreuk doet aan het verwachte huurgenot of aan de huurder zelf is toe te rekenen. Verder moet voor een aanspraak op huurprijsvermindering de genotsvermindering van voldoende betekenis zijn. In het geval van een vermindering van het huurgenot als gevolg van een gebrek of gebreken kan de huurder op grond van artikel 7:207 lid 1 BW een evenredige vermindering van de huursom vorderen vanaf de dag waarop aan de huurder kennis is gegeven van het bestaan van het gebrek.
10. Het is in eerste instantie aan de huurder, [eiseres] , om voldoende feiten te stellen waaruit blijkt dat sprake is van een inbreuk op het huurgenot. [eiseres] stelt dat zij last heeft van tocht, kou en geluid van de straat en dat daardoor haar huurgenot wordt beperkt. [eiseres] heeft ter onderbouwing van haar stelling alleen foto’s van de kozijnen overgelegd, maar uit deze foto’s kan niet worden afgeleid dat de ramen tocht, kou of geluidsoverlast veroorzaken. Verder heeft zij verwezen naar een vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 2 februari 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:619) waarin de rechter heeft geoordeeld dat enkel glas in de betreffende woning een gebrek oplevert. Dit enkele vonnis is echter onvoldoende om aan te nemen dat dit vaste rechtspraak is en dat bij alle woningen geldt dat enkel glas zonder meer een gebrek oplevert. Per individueel geval moet beoordeeld worden of aan de bovengenoemde wettelijke maatstaf voor een gebrek is voldaan.
11. [eiseres] heeft haar stelling dat er sprake is van overlast verder niet nader, door bijvoorbeeld een onderzoeksrapport, onderbouwd. De conclusie is dan ook dat [eiseres] haar stelling dat zij aanspraak heeft op herstel en huurprijsvermindering wegens verminderd huurgenot als gevolg van een gebrek aan het gehuurde, mede in het licht van de betwisting door Anno, onvoldoende heeft onderbouwd. Dat betekent dat haar daarop gerichte primaire vorderingen zullen worden afgewezen.[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.
12. De subsidiaire vordering is gebaseerd op artikel 7:243 BW. Daarin is bepaald dat de rechter op verzoek van de huurder kan bepalen dat voorzieningen als in dat artikel bedoeld worden getroffen, indien het gehuurde deze ‘behoeft’. Dit betekent dat deze vordering bij verzoekschrift moet worden ingeleid. De kantonrechter zal op grond van artikel 69 Rv een zogenoemde ‘spoorwissel’ toepassen. Aangezien beide partijen schriftelijk aan het woord zijn geweest en een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, behoeven door partijen geen nadere proceshandelingen meer te worden verricht en kan per heden een beschikking worden gegeven.
Dictum
De kantonrechter:
wijst de primaire vorderingen af;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding tot aan deze uitspraak begroot op € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van Anno;
veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 19,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
beveelt dat de procedure voor wat betreft het subsidiaire verzoek in de stand waarin zij zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure.
Aldus gegeven door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2025 in aanwezigheid van de griffier.