Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-01-17
ECLI:NL:RBAMS:2025:3705
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,564 tokens
Dictum
[jongmeerderjarige] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
die bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam d.d. 5 januari 2021 werd veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel).
De PIJ-maatregel is laatstelijk bij beschikking van deze rechtbank d.d. 22 januari 2024 voor de tijd van 12 maanden verlengd.
De inhoud van de vordering.
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van de PIJ-maatregel met 15 maanden.
De procesgang.
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
- het op 29 oktober 2024 uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van de PIJ-
maatregel met 15 maanden, alsmede de daarbij overgelegde Perspectiefplannen van 14 maart 2024, 23 september 2024 en 15 januari 2025;
- de rapportage Pro Justitia van 27 november 2023. opgemaakt door G.C.G.M.
Broekman, kinder- en jeugdpsychiater:
- de rapportage Pro Justitia van 22 december 2023. opgemaakt door A. Preesman.
GZ-psycholoog.
De rechtbank heeft op 17 januari 2025 de vordering op de openbare terechtzitting behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
de officier van justitie, mr. W.L.M. Van Poll,
de veroordeelde [jongmeerderjarige] , bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.M.G. Wolffs, advocaat te Amsterdam
de behandelcoördinator mw. [naam] , verbonden aan RJJI De Hartelborgt.
Van de mondelinge behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
Om deze reden zijn de standpunten van de partijen verkort weergegeven.
De standpunten.
Volgens genoemd advies moet de PIJ-maatregel met vijftien maanden worden verlengd.
De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij de vordering.
[jongmeerderjarige] en zijn raadsvrouw hebben zich aangesloten bij het advies van de deskundige en de vordering van de officier van justitie.
Beoordeling
Gelet op voormeld advies, het verhandelde in raadkamer en artikel 6:6:31 van het Wetboek Van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van veroordeelde eisen dat de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) met vijftien maanden wordt verlengd.
De rechtbank stelt, op basis van het advies en het besprokene ter zitting, vast dat het recidiverisico op dit moment als hoog wordt ingeschat bij het wegvallen van de kaders en structuur. [jongmeerderjarige] is de afgelopen periode wisselend gemotiveerd geweest voor deelname aan het programma en behandeling. Het is voor [jongmeerderjarige] lastig gebleken om zijn motivatie langere termijn vast te houden. Vooral bij tegenslagen en verlies van autonomie kan [jongmeerderjarige] nog terugvallen in oude gedragspatronen. Zijn motivatie wordt met name extrinsiek ingegeven. [jongmeerderjarige] heeft ter zitting ook gezegd dat hij gemotiveerd is om zich te houden aan regels en afspraken als hij er iets voor terugkrijgt. De afgelopen periode zijn er onder meer stappen gezet door [jongmeerderjarige] te motiveren met zijn verlof. Dit heeft een positief effect gehad op zijn gedrag en inzet. De rechtbank vindt het positief dat [jongmeerderjarige] tot het inzicht lijkt te zijn gekomen dat een samenwerking met de behandelaars ervoor zorgt dat hij meer stappen kan zetten in het behandeltraject. De rechtbank deelt het standpunt van de deskundige dat de komende periode verder moet worden gewerkt aan het vergroten en verder inbouwen van de beschermende factoren, zoals het vinden van werk en dagbesteding. Ook omdat het bewerkstelligen van intrinsieke motivatie voor gedragsverandering bij [jongmeerderjarige] moeilijk haalbaar is, wat de ontwikkeling op het gebied van de kernproblematiek en risicofactoren beperkt maakt. Voor het verder inbouwen van de beschermende factoren is een concreet plan opgesteld, waarbij stapsgewijs wordt toegewerkt naar het STP. [jongmeerderjarige] heeft aangegeven zich te kunnen vinden in het opgestelde plan en de rechtbank vindt het belangrijk dat dit plan wordt doorlopen om het recidiverisico te verlagen. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat [jongmeerderjarige] met de begeleiding vanuit de RJJI dit plan goed zal doorlopen. Het geeft duidelijk een toekomstperspectief, wat belangrijk is voor [jongmeerderjarige] .
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank verlenging van de PIJ-maatregel voor de duur van vijftien maanden noodzakelijk om de stappen die moeten worden gezet bij de uitvoering van het plan volledig te doorlopen, met daarin begrepen de periode van het STP.
De rechtbank stelt vast dat ingangsdatum van de PIJ-maatregel van [jongmeerderjarige] is: 20 januari 2021. De maatregel is na de eerste twee jaar (730 dagen) tweemaal verlengd met twaalf maanden (720 dagen) en wordt nu verlengd met vijftien maanden (450 dagen). Dat betekent dat de maatregel met deze stand van zaken op 4 april 2026 voorwaardelijk zal eindigen en op 4 april 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen.
Dictum
De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [jongmeerderjarige] met 15 maanden.
Deze beschikking is op 17 januari 2025 gegeven en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank door
mr. A. Van Luijck, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. E. Diepraam en E.J. Verster, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. van Amelsvoort en T. Bongenaar griffiers
De jongste rechter is buiten staat mede deze beschikking te ondertekenen.